|
 |
VNV-jaarverslag 2003 |
ALGEMEEN
Zowel Air Exel als Denim Air werden door de VNV erkend
waardoor er een omzetting plaatsvond van de geassocieerde status naar het
volwaardig lidmaatschap. Het aantal leden nam hierdoor toe met 255,
terwijl het aantal geassocieerde leden afnam met 106. Het totaal aantal
leden – incl. geassocieerde leden – steeg in 2003 met 51.
Ledenbestand per 31-12-2003
| KLM: 1.989 |
KLS: 11 |
Schreiner: 55 |
| Martinair: 301 |
Transavia: 347 |
Air Holland: 25 |
| Air Exel: 48 |
Denim Air: 46 |
VNV/NA: 79 |
Mutaties bestuur
Omdat zich voor de bestuurstermijn 2003-2005 geen ander kandidatenteam
meldde, werd het huidige presidentieel team De Vries/Van Zwol automatisch
voor een tweede termijn verkozen.
Jan Roos, bestuurslid Transavia-zaken, verlengde zijn bestuurstermijn
niet. Zijn plaats werd ingenomen door Peter Smit met als
assistent-bestuurslid Remco van der Kieft. ‘Oudgediende’ Dirk Lokhorst
beëindigde zijn werkzaamheden als lid van de VNV-Transavia
overlegdelegatie in verband met zijn pensionering eind 2003. Guy van Son
heeft deze taak overgenomen. Voorts lijfde het bestuur Walter Nootebos in
als bestuurslid KLM-zaken.
Joop Sint Jago nam de secretarisfunctie over van René de Groot – die per
januari 2004 uit het bestuur stapte – waardoor er een vacature ontstond
voor de bestuursportefeuille Professionele zaken. Hiervoor is Jur Volkers
aangetrokken. Erik Stassen, voorzitter van de commissie Training en
Beoordeling, werd bestuurslid Kleine luchtvaartmaatschappijen en gaf zijn
voorzitterschap over aan Steven Becker.
Carl Vlooswijk nam het bestuurslidmaatschap Internationale zaken over van
Paul ten Velden. De bestuursportefeuille Financiële en economische analyse
is opgeheven. Voor dit onderwerp is een commissie in het leven geroepen
onder voorzitterschap van Robert Huizinga.
Dat betekent dat de samenstelling van het bestuur eind 2003 er als volgt
uit zag:
Dagelijks bestuur:
Henk de Vries, president;
Evert van Zwol, vice-president;
Joop Sint Jago, secretaris;
Renault Bosma, penningmeester/vliegtechnische zaken;
Hans Tettero, algemene zaken.
Overige bestuursleden:
Karel Merks, Martinair-zaken;
Walter Nootebos, KLM-KLC-zaken;
Peter Smit, Transavia-zaken;
Erik Stassen, Air
Holland, Schreiner, Air Exel, Denim Air, KLS
Carl Vlooswijk, internationale zaken,
Jur Volkers, professionele standaard;
Anthony Smeets,
bestuurslid VNV-NA
Jan-Jaap Hartog,
bestuurslid
René de Groot, tijdelijk lid Dagelijks bestuur |

Jur Volkers
zit in het bestuur voor Professionele zaken.
|
VNV-staf
De VNV-staf bestaat uit de algemeen secretaris, twee arbeidsvoorwaardelijk
en juridisch adviseurs, de administrateur, de eindredactrice Op de Bok,
zes secretariaatsmedewerksters, twee huismeesters en een
kantinemedewerkster.
De algemeen secretaris is onder verantwoordelijkheid van het dagelijks
bestuur hoofd van het secretariaat waaronder o.a. de volgende
verantwoordelijkheden vallen:
• organisatie van het secretariaat;
• arbeidsvoorwaarden secretariaatsmedewerkers;
• beperkt financieel beheer m.b.t. eigen takenpakket;
• beheer gebouw;
• ledenadministratie/werving;
• ondersteuning van commissies/project- en werkgroepen;
• ledenondersteuning;
• interne coördinatie tussen VNV-geledingen;
• jaarverslag;
• interne communicatie;
• uitvoeren/toezien op statutaire procedures;
• sociale activiteiten;
• loss of license-verzekeringen.
De arbeidsvoorwaardelijk en juridisch adviseurs houden zich bezig met:
• individuele belangenbehartiging, met name toegespitst op juridische
kwesties;
• collectieve belangenbehartiging als adviseur of lid van een
onderhandelingsdelegatie, en zijn
• lid of adviseur in VNV/IFALPA-commissies;
• adviseur aan het bestuur op juridisch gebied, met name ook de grote,
collectieve juridische rechtszaken waarbij de VNV is betrokken.
Secretariaatsmedewerkster Ria de Lange-Holla vertrok naar de gemeente
Sassenheim waar zij als communicatiemedewerkster aan de slag ging. In haar
plaats is aangenomen Karin van der Drift.
Ledenraad
Sinds de huidige ledenraad in de maand mei van het jaar 2002 werd
geïnstalleerd, is hij twintig keer in reguliere vergadering bijeen
geweest. In 2003 vergaderde de ledenraad twaalf maal. Er werden geen extra
ledenraadsvergaderingen uitgeschreven. (Wel is op verzoek van 25 leden op
14 oktober een algemene ledenvergadering (ALV) gehouden om nadere
informatie te krijgen over overname van KLM door Air France)
Van de maximaal 1007 mogelijkheden waren de huidige ledenraadsleden 326
maal aanwezig. De gemiddelde opkomst over 2003 bedraagt daarmee 32%; een
percentage dat aanmerkelijk lager is dan in de afgelopen jaren.
Ook de gemiddelde aanwezigheid per groepering was lager dan in voorgaande
jaren. In vrijwel iedere groepering is die daling te constateren.
Op de VNV-website wordt maandelijks de persoonlijke aanwezigheid van
ledenraadsleden bijgehouden.
Tot op heden komt het voor dat sommige ledenraadsleden op vrijwel geen
enkele vergadering aanwezig zijn. Halverwege de zittingstermijn heeft de
voorzitter dan ook contact opgenomen met de betreffende ledenraadsleden en
hen gevraagd om meer invulling te geven aan het ledenraadslidmaatschap.
Het is jammer te moeten constateren dat ondanks toezeggingen er geen
toename is van het aantal leden dat actief deelneemt aan de
ledenraadsvergaderingen.
Gedurende het verslagjaar zijn door de ledenraad 40 moties besproken. Dit
resulteerde in 35 resoluties. Door raadsleden werden zes initiatiefmoties
ingediend. Tevens werden er vijf nota’s behandeld, waarvan één op
initiatief van ledenraadsleden.
Het bestuur gaf tijdens ledenraadsvergaderingen meerdere presentaties,
waarna er ruimte was om hierover vragen te stellen en te discussiëren.
Bij aanvang van het afgelopen jaar was het quorum 26; dit is wegens het
toegenomen aantal vacatures gezakt naar 24.
Gedurende het jaar is afscheid genomen van de groepering Schreiner Fixed
Wing, die vertegenwoordigd was in de raad met twee zetels. Nieuw zijn Air
Exel met twee zetels en Denim Air met één zetel. De groepering Martinair
1-161 heeft één zetel ingeleverd. Overleden
Het afgelopen jaar zijn overleden de leden A.N. v.d. Stroom (KLM), M.B.
v.d. Schaar (KLM), M.A.G. Bakker(TRV) en A.J. de Roos (KLM). Ook is een
aantal geassocieerden ons ontvallen. Dit zijn: G. Hoogstad, R. Hiemstra,
P.J. Strolenberg, B. Hoogsteen, R.J. Rose, P. Jansen, W. Oosten, C.J.
Haremaker, A.F. Boshuizen, R. Tabernal, R. Goedheer, J. Vonk, K. v.d.
Kommer, E. Euwema, J.W. den Boogert, P.K. Lodder en P.C. Peters.
 |
ORGANISATIE |
In het beleidsplan 2001-2003 gaf het presidentiële
team De Vries/Van Zwol aan mogelijke andere organisatievormen van de VNV
te onderzoeken. De projectgroep Organisatie VNV staat inmiddels aan het
begin van de implementatiefase.
In juni 2002 is de projectgroep Organisatie VNV in het leven geroepen. De
projectgroep kreeg als doel te onderzoeken of door een verandering in de
structuur de VNV beter kan inspelen op de eisen die door de leden en de
omgeving aan haar worden gesteld. Uiteindelijk moet dit leiden tot een
moderne transparante vereniging met duidelijk geformuleerde doelstellingen
en een structuur waarin de leden zich herkennen. Het afgelopen jaar heeft
de projectgroep het onderzoek verder voortgezet.
Een belangrijke informatiebron voor de projectgroep is het communicatie-
en organisatieonderzoek dat in juni 2002 is gehouden onder 475 VNV-leden.
Hier kwam een aantal zaken duidelijk naar voren:
• Leden van kleinere deelgroeperingen herkennen zich onvoldoende in de
VNV.
• Leden van kleinere deelgroeperingen hebben behoefte aan meer invloed op
het eigen beleid.
• De prestaties van de VNV op de terreinen arbeidsvoorwaarden en wet- en
regelgeving moeten
verbeteren.
Het onderzoek kent drie fasen: een inventarisatiefase, een analysefase en
een implementatiefase.
In de inventarisatiefase is gekeken naar de resultaatgebieden van de VNV.
Met andere woorden, op welke terreinen wil de VNV actief zijn en waar
niet. Ook is gekeken hoe de VNV werkt. Is dit effectief en efficiënt?
Daarnaast is een knelpunteninventarisatie gehouden onder leden, bestuur,
commissievoorzitters en staf.
In de tweede fase, de analysefase, is gekeken naar verschillende
organisatievormen. Hierbij is gekeken naar de besturingswijze
(zeggenschap), de controle van het bestuursbeleid (medezeggenschap) en de
wijze waarop bestuursleden worden gekozen.
De voortgang van het onderzoek is gepubliceerd door middel van
perspectiefnota’s in Op de hoogte extra. Deze zijn verstuurd in januari en
april 2003. Met de ledenraad is van gedachten gewisseld in de
ledenraadsvergaderingen van april, mei en december 2003 en tijdens de
januarivergadering van 2004.
Op dit moment bevindt het onderzoek zich aan het eind van de analysefase.
De contouren van de nieuwe inrichting waren al duidelijk in april. Het
invullen van de details is in volle gang en de notaris is bezig de
voorgenomen wijzigingen in conceptteksten om te zetten. Het was de
bedoeling dat deze teksten in december 2003 klaar zouden zijn. Echter, de
gedetailleerde invulling bleek nog enkele haken en ogen te bevatten.
Daarnaast zorgden de ontwikkelingen bij KLM ervoor dat gedurende het
najaar van 2003 de voortgang van het organisatieonderzoek moest worden
vertraagd om prioriteit te geven aan de actualiteit.
De laatste fase, de implementatiefase, start zodra de notaris de
conceptteksten gereed heeft. Vervolgens zal de inhoud hiervan gedeeld
worden met de vertegenwoordigers in de ledenraad. Daarnaast zullen er
ledenbijeenkomsten gehouden worden, waarin de plannen worden
gepresenteerd. Uiteindelijk zal de organisatiewijziging per referendum ter
goedkeuring aan de leden worden voorgelegd. Als de leden hun goedkeuring
hebben uitgesproken zijn de nieuwe statuten een feit en kan begonnen
worden aan de invoering van de nieuwe organisatievorm in de praktijk.
Samenstelling projectgroep:
H. de Vries
C. Vlooswijk
R. Huizinga
B. Timmer (extern consultant)
 |
COMMUNICATIE |
Communicatie met de leden is voor het
huidige presidentiële team een belangrijk aandachtsgebied (zie de
beleidsplannen 2001- 2003 en 2003-2005).
Uitgangspunten voor het communicatiebeleid van het team De Vries/Van Zwol
zijn openheid, duidelijkheid en tijdigheid. Een Amerikaanse collega
vakbondsbestuurder verwoordde dit uitgangspunt eens als volgt: “We give
the members as much as we possibly can without hurting our negotiating
position.” Het moment van informeren naar en communiceren met de leden is
van groot belang. In onze samenleving met de modernste
communicatiemiddelen is het nu eenmaal zo dat nieuws zich zeer snel
verspreidt. Het bestuur spant zich in om eerst de leden te informeren
alvorens de leden door de media worden geïnformeerd.
Nieuwsflits
Het middel van de ‘Nieuwsflits’ is in 2003 veelvuldig en met succes
toegepast. Op de VNV-website worden daartoe korte nieuwsberichten
geplaatst. Leden die zich daarvoor aangemeld hebben worden via een e-mail
bericht op de hoogte gesteld van het plaatsen en het onderwerp van de
nieuwsflits. Regelmatig zijn nieuwsflitsen ook gebruikt om de aandacht te
vestigen op het verschijnen van een Op de hoogte extra.
Op de hoogte (Odh)
Elke maand wordt de Odh (uitgave van het bestuur) opgenomen in de Op de
Bok (het groene gedeelte). Tussendoor wordt de Odh elke maand als losse
editie uitgegeven. Bij belangrijke (dringende) informatie wordt gebruik
gemaakt van een extra uitgave van Odh die in zwart-wit verschijnt. Zodra
een Op de hoogte extra gereed is wordt deze op de VNV-website gezet en
wordt in veel gevallen tevens per fax verzonden naar de crewhotels.
De reguliere uitgave van Odh verscheen in 2003 tien maal; de edities van
januari en augustus vervielen vanwege gebrek aan kopij. Het aantal Op de
hoogte extra’s bedroeg 44 stuks, met een recordaantal van 7 edities in de
maand november. Ten opzichte van 2002 (30 Op de hoogte extra’s) is dat een
toename van zo’n 150% en ten opzichte van 2001 (13 stuks in 7 maanden)
zelfs een verdubbeling.
Uit bijgaande grafieken blijkt duidelijk dat veelvuldig belangrijke
(dringende) informatie via de Op de hoogte extra met de leden is gedeeld.
Lezend door dit jaarverslag zal duidelijk worden dat de VNV in 2003 dan
ook met een grote hoeveelheid uitdagingen is geconfronteerd.
Communicatie met de pers
De VNV wordt door de media herkend en erkend als kenniscentrum op het
gebied van operationele vliegaangelegenheden. In die hoedanigheid is de
president dan ook veelvuldig door de pers benaderd. Niet alle
perscontacten leiden ook direct tot publicatie of uitzending. Veel tijd is
besteed aan het onderhouden van het netwerk.
Vele malen heeft de VNV zelf de media benaderd waar het ging om
belangrijke zaken in het belang van de leden. Ingeval van bijvoorbeeld de
Air Marshals en de overname van KLM door Air France bleef de
media-aandacht niet beperkt tot Nederland maar kreeg de VNV de kans om ook
buitenlandse media van haar standpunten en zienswijzen op de hoogte te
brengen.
VNV en internet
In het verslagjaar werd wederom volop gebruik gemaakt van de
communicatiemogelijkheden die het internet biedt. Naast
informatieverstrekking over VNV-zaken aan derden, wordt steeds meer
informatie beschikbaar gemaakt voor de leden via de website van de
vereniging.
Tevens
werd in toenemende mate gebruik gemaakt van aan (groepen) leden gerichte
e-mail.
Een voorbeeld hiervan is de verzending van de losbladige edities van Op de
hoogte per e-mail. Ruim 350 leden kozen inmiddels voor deze mogelijkheid
die de informatiesnelheid verhoogt en tevens een kostenbesparing oplevert.
Informatie die uitsluitend bestemd is voor de leden werd geplaatst in
gedeelten van de website die exclusief toegankelijk zijn door middel van
het gebruik van een password.
Er zijn inmiddels ruim 2.850 leden met een password.
Leden die toegang hebben aangevraagd tot deze besloten gebieden kunnen
tevens in een aantal forums onderling van gedachten wisselen over door
henzelf te kiezen onderwerpen.
Van deze mogelijkheid wordt volop gebruik gemaakt: ruim duizend leden
registreerden zich voor de deelnamemogelijkheid in de forums.
De deelgroeperingen Air Exel en Denim Air kregen hun eigen ledenpagina’s.
Een greep uit de verdere inhoud van de website:
• Actuele verenigingsinformatie via VNV-Nieuwsflits met optionele
e-mailnotificatie.
• VNV in het nieuws met persberichten en publicaties.
• Alle edities van Op de hoogte.
• Agenda, notulen en mededelingen ledenraad evenals alle moties en nota’s.
• VNV-ledenlijst ‘online’.
• De Vlieger-CAO’s van de erkende luchtvaartmaatschappijen.
• Informatie van de diverse VNV-commissies.
• Nieuws en informatie over IFALPA, en NASA ASRS.
• Senioriteitlijst KLM/KLC-vliegers, Schreiner-, Transavia- en
Martinairvliegers.
• Selectie van nieuwsberichten op luchtvaartgebied.
• Een maandelijkse selectie van artikelen uit Op de Bok.
• Een geautomatiseerd rapportagesysteem voor de melding van gebreken in
apparatuur, faciliteiten en procedures op en rond luchthavens.
• Weer- en NOTAM-informatie.
De VNV website ontving per week gemiddeld circa 11.000 bezoekers.
|

|
|
|
Het belangrijkste nieuws van het afgelopen jaar was
de aankondiging van de overname van de KLM door Air France. In april 2004
staat de overdracht van de aandelen gepland. Of de samenwerking meer
uitdagend dan bedreigend zal zijn, moet nog blijken.
Op 30 september 2003 kondigden KLM en Air France een verregaande
samenwerking aan, die resulteert in de overname van de KLM-aandelen door
Air France. De maatschappijen maakten bekend te willen komen tot de
oprichting van een overkoepelende holding, AF/KL genaamd, die twee
werkmaatschappijen, Air France en KLM, aanstuurt.
Samenwerking met Air France
De VNV had zich in de aanloop naar de bekendmaking grondig voorbereid op
een verregaande samenwerking van de KLM met een grote Europese
luchtvaartmaatschappij, teneinde de werkgelegenheid en de
arbeidsvoorwaarden van de KLM-, maar ook van de Transavia- en
Martinairvliegers, te kunnen waarborgen. Het bestuur had dan ook op
voorhand bij de KLM-directie aangegeven aan welke voorwaarden de
samenwerking diende te voldoen. Na de aankondiging concludeerde het
bestuur dat de samenwerking, feitelijk een overname, meer uitdagend dan
bedreigend was. Aan essentiële voorwaarden zoals het voortbestaan van de
KLM nv, de privatisering van AF en de toetreding tot Skyteam wordt
voldaan. Hiermee worden echter niet alle bedreigingen weggenomen. Zo zijn
de zogenaamde ‘assurances’ onvoldoende, krijgt de VNV geen formele relatie
met het holdingbestuur en wordt geen duidelijkheid gegeven over de positie
van zowel Transavia als Martinair.
In de laatste maanden van het jaar hebben de VNV en de KLM overleg gevoerd
over deze bedreigingen evenals over de invulling van het Duin &
Kruidberg-akkoord. In dit akkoord zijn de VNV en de KLM overeengekomen dat
in geval van alliantievorming afspraken gemaakt zullen worden over de
verdeling van de productiegroei. Ook is het toevoegen van de KLM-code aan
vluchten van Air France en andere Skyteam-partners onderwerp van gesprek.
Het overleg heeft in 2003 niet tot overeenstemming geleid.
De twee luchtvaartmaatschappijen sturen aan op een overdracht van de
aandelen in april 2004. Vooruitlopend op deze transactie heeft de VNV
contact gezocht met de verenigingen die de AF-vliegers vertegenwoordigen.
Het bestuur is voornemens afspraken te maken met de Franse
zusterverenigingen met als doel te voorkomen dat de twee
vliegergroeperingen door het bestuur van de holding tegen elkaar worden
uitgespeeld.
Bezuinigingen
Eerder in 2003 kondigde de KLM drastische maatregelen aan om de
winstgevendheid van het bedrijf te herstellen. Als gevolg hiervan zijn
vele duizenden arbeidsplaatsen verloren gegaan en vele werknemers
gedwongen ontslagen. De bezuinigingen troffen de grondorganisatie van de
KLM. De maatschappij kwam met de vakbonden voor het grondpersoneel een
sociaal plan overeen. Een onderdeel daarvan was de afvloeiingsregeling
voor de overtollige werknemers. De kosten van deze regeling werden mede
gedragen door het overige personeel door de afgesproken salarisverhoging
per 1 oktober van 2,5% uit te stellen. De VNV heeft besloten de voorziene
salarisverhoging voor de vliegers voor zes maanden op te schorten teneinde
de kosten per eenheid voor de KLM Vliegdienst niet verder te laten
stijgen.
Naast de besparingen door de reorganisatie wil de KLM de kosten per
werknemer verminderen. De KLM heeft aangegeven in dit kader onder andere
over de drie werk- en rusttijdenregelingen te willen praten. Overleg over
wat KLM noemt ‘herstructurering van de arbeidsvoorwaarden’ heeft vorig
jaar niet tot resultaat geleid.
Pensioenregeling
Ook in 2003 heeft het bestuur beleid gevoerd ter behoud van de
pensioenregeling. Enerzijds bedreigt nieuwe wetgeving de huidige
pensioenleeftijd, anderzijds heeft KLM aangegeven over de pensioenregeling
te willen praten met de VNV. Daarnaast heeft de VNV ook in 2003 verweer
moeten voeren tegen zowel gepensioneerde als actieve vliegers die de
pensioenleeftijd van 56 jaar onrechtmatig achten. In alle rechtszaken zijn
de eisen van een hogere pensioenleeftijd verworpen.
Integratie KLM en KLC
Sinds 1 januari 2003 ontvangen alle KLM-vliegers, ongeacht de maatschappij
waar zij tewerkgesteld zijn, volgens dezelfde regeling salaris. Op
hetzelfde moment is ook de geïntegreerde regeling vliegerloopbaan in
werking getreden, zoals eerder overeengekomen in het Duin &
Kruidberg-akkoord.
Nieuwe CAO
In januari accordeerde de ledenraad het CAO-akkoord dat de VNV en de KLM
in november 2002 overeengekomen waren. Met deze instemming kon in 2003
invulling gegeven worden aan onder andere verbeterde afspraken over
verminderde tewerkstellingspercentages en de invoering van
cafetaria-arbeidsvoorwaarden.
Tegenslag KLM
KLM ondervond vorig jaar veel hinder van de verslechterende economische
omstandigheden. Hierdoor werd onder meer de B747-300 versneld
uitgefaseerd. De Classic-vliegers werden, conform de CAO, eerst op het
verdwijnende type ‘vastgehouden’ om daarna met voorrang op andere vliegers
te worden omgeschoold.
Ook bleven de oorlog in Irak en de ziekte SARS niet zonder gevolgen. Het
aantal vluchten naar de betreffende regio’s werd (sterk) gereduceerd. In
deze periode stond de VNV de KLM toe af te wijken van de afspraken over de
publicatie van de indelingen.
Werk- en rusttijden
Naast de indelingen waren in heel 2003 de verschillende werk- en
rusttijdenregelingen regelmatig onderwerp van gesprek.
Over de tewerkstelling op de B737 werden nadere afspraken gemaakt, die het
de KLM mogelijk maakten de operatie op de Levant met de B737 te
continueren, maar tegelijkertijd de schema’s binnen geografisch Europa
verlichtten.
De F50- en F70/100-vliegers ondervonden de (eerste) gevolgen van de
integratie van de KLC- en KLC uk-operaties. Tot nieuwe afspraken op het
gebied van de werk- en rusttijden heeft dit niet geleid.
Ondanks de afspraak in het D&K-akkoord vóór oktober 2003 de discussie over
de ICA-WRR af te ronden, zijn partijen hier niet in geslaagd. Het eerder
genoemde streven van de KLM de kosten per eenheid te verlagen, is hier
mede debet aan.
Nieuwe vliegtuigtypes
|
KLM introduceerde het afgelopen jaar twee nieuwe vliegtuigtypes . In het
begin van het jaar werd de B747-400 ERF in de vloot opgenomen en aan het
einde de B777. Ondanks dat de inschaling van beide types in het D&K-akkoord
is vastgelegd, diende de rustgelegenheid van beide types nog door de VNV
geaccordeerd te worden. Met de door de VNV goedgekeurde ruststoelen en
bedden is KLM in staat heel ver weg gelegen bestemmingen rechtstreeks aan
te vliegen. |

Eind 2003 nam KLM de B777 in gebruik. |
Overlegrelatie met de KLM
 |
De VNV heeft in 2003 met de KLM op alle niveaus
overleg gevoerd. Zowel rechtstreeks met leden van de directie als met
lager echelon van de Vliegdienst is op basis van wederzijds respect
scherp en zakelijk onderhandeld. In 2003 achtte het bestuur een
kritisch constructieve houding het meest effectief om de doelen van de
VNV te bereiken.
Overlegrelatie met groepscommissies
De relatie met zowel groepscommissie 32 als de vliegers van
groepscommissie 51 was in 2003 goed. Op geregelde basis is overleg
gevoerd en beleid afgestemd.
|
|

|
 |
Kalenderjaar 2003 is een (on)gewoon druk jaar
geweest voor de Martinair-vliegers. In april 2003 begint Martinair met
twee Airbussen A320 en een nieuw opgezette divisie met de A320 operatie.
Deze neemt de rol van de technisch gevoelige B757 over. In juni 2003 komt
de PH-BUH de Boeing 747-divisie versterken, met aan boord zo’n 25 ex-KLM
BWK’s die bij Martinair hun vliegende carrière nog even willen
voortzetten. Aan het eind van het jaar wordt zonder al te veel emotie
afscheid genomen van de laatste Boeing 757.
De stroeve economie, het uitbreken van de longziekte SARS en de oorlog in
Irak spelen ook Martinair niet in de kaart, maar blijken ook een keerzijde
te hebben. Martinair zou Martinair niet zijn als ze ook hier niet snel op
zou inspelen. Hoewel Martinair de begroting gedurende het jaar een aantal
keer neerwaarts bijstelde, blijkt ultimo 2003 de oorspronkelijke begroting
gehaald te worden. Het herstel dat in 2002 werd ingeluid zet hiermee door,
en ook het (voorzichtige) groeiscenario van 2003 wordt in 2004
gecontinueerd, met een extra A320 in april en een 7e MD-11 in september.
Consolideren CAO
Het CAO-overleg loopt als een rode draad door vrijwel het gehele
kalenderjaar 2003. De voorstellen van Martinair in combinatie met te hoog
gespannen verwachtingen aan Martinairzijde maakten een grote hoeveelheid
vergadertijd noodzakelijk. De neerwaarts bijgestelde begroting en het
Najaarsakkoord zorgen voor extra vertraging. Uiteindelijk rest de VNV
niets anders dan halverwege december 2003 de druk op het overleg op te
voeren. Met het inmiddels afgeronde akkoord voldoet de VNV ruimschoots aan
de als doel gestelde consolidatie van de CAO.
Inhuurprotocol
Martinair en VNV komen in maart 2003 overeen om door middel van inhuur de
wisselende crewbehoefte op te vangen. Door middel van deze inhuur kan
Martinair de invoering van de A320 en het uitfaseren van de B757 in goede
banen leiden, zonder dat dit gepaard gaat met overtolligheid. De tijdelijk
gepasseerde eerste officieren worden financieel schadeloos gesteld. Dit
inhuurprotocol is per 1 januari 2004 geëindigd. De inhuur van zes
Transavia eerste officieren is in een nieuw protocol tot eind maart 2004
verlengd.
Structurele vakantiedagenproblematiek
Ondanks bovengenoemde inhuur bouwt het aantal uitstaande vakantiedagen
opnieuw op. Alle divisies met uitzondering van de MD-11 delen in de
malaise. Voor veel Martinairvliegers is dit hét grote pijnpunt in de
huidige tewerkstelling. Genoeg vakantiedagen op de lat, maar geen
mogelijkheid om ook maar een dag op te nemen. Voor de VNV is dit
aanleiding om de FTE-berekeningen van Martinair ter discussie te stellen.
Hoewel er met eventuele tijdelijke inhuur wel extra vakantiedagen zijn af
te bouwen, zoekt de VNV naar een structurele oplossing voor dit
structurele probleem.
| Klankbordgroep Martinair |
| F.F. Botman (ass. bestuurslid) |
K.J.C.J. Merks (voorzitter) |
| A.M. Leeman |
R. Polderman |
| A.J.M. de Bruin |
R.B.M. Lampe |
| A.R. van Rijswijk |
G.L.M.G. Tielemans |
| P.N. Groot |
|

|

|
 |
Ook voor de Transaviavliegers heeft de overname van
KLM door Air France tot grote ongerustheid geleid. De plannen van KLM-AF
voor Transavia zijn nog steeds niet bekendgemaakt. Ondertussen is het
economische klimaat er niet beter op geworden. Dit resulteerde in een
achterstand van boekingen, vooral voor de chartervluchten. Werden er tot
medio 2003 nog nieuwe vliegers opgeleid, kort hierna werden vliegers
gedetacheerd bij onder andere directe concurrenten, werd de B757
uitgefaseerd en vond ook een stationering plaats. Het is op zich goed te
constateren dat Transavia nog steeds een flexibel bedrijf is en zich snel
weet aan te passen aan gewijzigde omstandigheden. Een duidelijke
toekomstvisie en een hieraan gerelateerd beleid zijn echter noodzakelijk
om de ontstane onrust weg te nemen.
Op overleggebied was twijfel ontstaan over Transavia’s betrouwbaarheid.
Formeel overleg met Transavia wordt gekenmerkt door
een toenemende verzakelijking en verharding. Op zich geen bezwaar,
mits dat op correcte wijze geschiedt. De VNV constateert echter dat
Transavia hierin zo ver gaat dat haar betrouwbaarheid ter discussie
staat.
Begin 2003 leidde een uiterst moeizaam en langdurig CAO-overleg pas
enkele uren voor de actiedeadline tot een akkoord. Hierbij werd de
overeengekomen invoering van een nieuwe WRR (WRV) door Transavia
‘afgekocht’. Beide partijen beaamden toen dat dit de volgende keer
anders moest, maar de hoop dat Transavia haar beleid in dezen zou
verbeteren bleek ijdel. |

Actie Informatie Team Peter Smit en Hans de
Vries |
Betrouwbaarheid
Eerst werd een poging gedaan om zonder overleg een detachering door te
voeren. Hierna had Transavia haar zinnen op de vliegerpensioenen gezet.
Wederom wenste zij afspraken uit het verleden niet na te komen. De
standvastigheid van de VNV leidde tot een principeakkoord waarin de
pensioenrechten van de vliegers werden veiliggesteld. Maar vervolgens
probeerde Transavia onder dit principeakkoord uit te komen. Na een gesprek
met de directie, waarbij een kort geding in het vooruitzicht werd gesteld,
kon ook deze actie van Transavia worden voorkomen.
Het feit dat Transavia ook bij andere zaken, zoals afkoop RD-dagen en
enkele individuele gevallen, probeert om onder (CAO-)afspraken uit te
komen, baart zorgen. Temeer daar zij voor haar gunstige zaken, zoals de
salarisverlaging na de uitfasering van de B757, met grote voortvarendheid
doorvoert.
Transavia wil graag dat haar medewerkers zich onderscheiden door
“integriteit, enthousiasme, trots, innovativiteit en zorgzaamheid”. De VNV
is van mening dat Transavia deze wenselijke eigenschappen dan wel zelf
dient uit te stralen in haar benadering van het overleg en de keuzes die
zij daarin maakt voor haar vliegers. Het is noodzakelijk dat Transavia er
alles aan doet om de relatie met haar vliegers en de VNV te verbeteren.
Wisseling van de wacht
De functie van bestuurslid Transavia-zaken is overgenomen door Peter
Smit; die van assistent-bestuurslid Transavia-zaken door Remco van der
Kieft. De VNV is het vorige bestuurslid Jan Roos, en Dirk Lokhorst –
lid van de onderhandelingsdelegatie – zeer erkentelijk voor hun inzet.
Guy van Son heeft deze laatste functie overgenomen. |
 |
Uitfasering B757
Omdat de uitfasering van de B757 een salarisbijstelling tot gevolg had,
vond de VNV het gepast hierover eerst overleg te voeren. Transavia bleek
bereid om de salarissen te bevriezen totdat het verschil in
functiebetaling zou zijn ingehaald door de julironde van 2004. Daar stond
dan wel tegenover dat de vliegers het ‘volume’ aan salaris zelf moesten
betalen. Een sigaar uit eigen doos dus, wat de VNV heeft doen besluiten om
de pijn dan maar meteen te lijden.
Pensioenen
De pensioenen en de pensioenrechten, een eindloonregeling met indexatie,
zijn veiliggesteld. Totdat de daadwerkelijk benodigde premie is
vastgesteld, wordt een gefaseerde premieverhoging van 10,5% ingevoerd.
Mocht onverhoopt een nog hogere premie noodzakelijk zijn, dan zal deze
uiterlijk april 2006 zijn ingevoerd. Een werkgroep die de daadwerkelijk
benodigde premie zal vaststellen is bezig de hiervoor benodigde parameters
en scenario’s in overleg te bepalen. De VNV laat zich bijstaan door een
extern pensioenadviesbureau.
CAO 2003-2004
Het CAO-overleg voor 2003-2004 heeft geleid tot het verlengen van de CAO
tot 1 juni 2004. Tevens zijn de pensioenen en de pensioenrechten
veiliggesteld, en is een salarisverhoging van 2% per 1 december 2003
overeengekomen.
PK-overleg en PSC-overleg
Het PK-overleg en het PSC-overleg verlopen in goede sfeer en harmonie. In
dit overleg worden diverse kleine zaken c.q. WRR-aspecten behandeld.
Tevens is een aantal persoonlijke zaken besproken. Door met name het
pensioenoverleg zijn dit jaar enkele vergaderingen uitgevallen wat de
afhandeling van sommige zaken heeft vertraagd.
Afkoop RD-dagen
De VNV heeft een conflict met Transavia betreffende de afkoop van
roostervrije dagen. De VNV is het niet eens met de stelling dat Transavia
de afkoop mag beperken tot een absoluut getal van twee dagen per persoon
en heeft aangegeven desnoods middels arbitrage haar gelijk te halen.
WRR-afwijkingen en motiveringen
Ook het afgelopen jaar zijn diverse WRR-afwijkingen geconstateerd. Deze
werden voornamelijk veroorzaakt door invoering van de indelingsautomaat
ARKON. Nadat de meeste fouten eruit zijn gehaald, is het aantal klachten
fors afgenomen.
In goed overleg zijn diverse motiveringen verleend onder toekenning van
een compensatie en aanpassing van het schema. In een klein aantal gevallen
werd geen motivering verleend, of werd na een proefperiode de motivering
ingetrokken.
Individuele zaken
Diverse collega’s hebben de VNV om hulp en assistentie verzocht. Dit omvat
zaken als fiscaal advies, beoordelingszaken, juridische assistentie bij
ontslag, etc. In de meeste zaken is een bevredigende oplossing bereikt.
Helaas is ons dit jaar een gewaardeerde collega ontvallen.
Klankbordgroep
De voormalige overlegadviesgroep is omgezet in een klankbordgroep.
Doel van deze groep is aan te geven wat er in het korps leeft,
voornamelijk ten aanzien van arbeidsvoorwaarden. Naast de (assistent-)
bestuursleden Transaviazaken omvat de groep nog acht collega’s. In 2003 is
tweemaal vergaderd.
| Overleg Adviesgroep
Transavia |
| D. Lokhorst (voorzitter) |
M.C.J. Wildschut
(mw.) |
| J.P. Boetes |
P.L. Verver |
 |
 |
“De VNV is opgelucht dat de dreigende staking van
de baan is en hoopt in 2003 met Schreiner en OVN tot een nieuwe basis voor
de toekomst te komen, waarbij dreigende arbeidsconflicten tot het verleden
zullen behoren.”
Een citaat uit de eerste Op de hoogte extra van januari 2003 naar
aanleiding van het bereikte CAO-akkoord 2002-2003.
Het jaar 2003 stond dan ook voor een groot deel in het teken van de
uitwerking van de in het principeakkoord aangegeven zaken: integratie
HEMS-bepalingen in de CAO, toetsing van WRR-bepalingen in verband met
overgang Maasvlaktevliegers naar Den Helder en de start van het
pensioenoverleg en de benchmarkdiscussie.
Aanvankelijk zat er weinig schot in het overleg, wellicht mede veroorzaakt
door vertrek van de functionaris die namens Schreiner een groot aantal van
deze onderwerpen behandelde, en andere organisatorische oorzaken.
Eind april – na een periode van stilte – is het overleg over de diverse
onderwerpen weer geactiveerd in overleg met het nieuwe hoofd Human
Resources Hans van Westen van de Schreiner Luchtvaartgroep.
Gevolgen stoppen activiteiten Rotterdam/Maasvlakte
Het klakkeloos door SAW overnemen van het werk-naar-werkplan voor Brussel
was voor de VNV niet acceptabel. Zowel de toekomstverwachtingen die gewekt
zijn bij het opstarten van de Rotterdamoperatie als het feit dat er wel
degelijk werkzaamheden overblijven in Libië, zijn voor de VNV aanleiding
om de lat wat hoger te leggen dan bij de overtolligheid rond het opheffen
van de operaties in Brussel.
Ook moet SAW het deel reiskosten boven het fiscaal forfaitair toegestane
bedrag vergoeden.
Hoger beroep overtolligheid Schreiner
Helaas is de VNV door het gerechtshof in het ongelijk gesteld en blijft de
uitspraak van de kantonrechter Haarlem gehandhaafd. Deze uitspraak houdt
in dat SAW niet verplicht wordt de CAO-vliegers in Libië tewerk te
stellen.
Omdat er al drie CAO-vliegers zijn benaderd om in Libië te gaan werken op
een APRAM-contract, heeft de VNV sterk de indruk dat de zeven
arbeidsplaatsen in Libië wel degelijk door CAO-vliegers zouden kunnen
worden vervuld.
De VNV wil de zienswijze dan ook getoetst hebben door de bodemrechter.
WRR Den Helder/Maasvlakte
Met de overgang van de Maasvlaktevliegers naar Den Helder wilde de VNV
getoetst hebben of de huidige WRR-bijlage nog klopt.
Marktconforme beloning
In het protocol 2002/2003 hebben Schreiner, VNV en OVN afgesproken dat
er voor 1 juli 2003 gestreefd zou worden naar afronding van de
discussie over de marktconforme beloning. Indien deze discussie niet
zou worden afgerond, zou er per 1 juli 2003 met terugwerkende kracht
vanaf 1 januari 2003 een loonsverhoging van 2,5% worden betaald. Eerst
op 6 mei ging de discussie van start. De discussie vond plaats onder
het voorzitterschap van hoofd Personeelszaken van de Schreiner
Luchtvaartgroep.
Op 16 september zijn de eerste concrete benchmarkresultaten door
Schreiner op tafel gelegd. Deze liggen heel dicht bij de berekeningen
die onze eigen Financieel Economische Commissie had uitgevoerd. Ruwweg
zit SAW zo’n 25% onder het niveau van relevante concurrenten. |
 |
Pensioenharmonisatie
Schreiner heeft bij de vakbonden in werkgroepverband een voorstel gedaan
om te komen tot een volledig nieuw pensioensysteem. Door middel van
personeelsbijeenkomsten probeert het bedrijf hiervoor gedragenheid te
krijgen. Het tegenvoorstel van de VNV voorziet in een middelloonregeling
tot 85.000 euro, een tijdelijk overbruggingspensioen en een indexering.
SAW pleit voor een premiesysteem.
Overigens zal het VNV-bestuur een nieuwe pensioenregeling pas goedkeuren
na overeenstemming over afspraken over marktconforme beloning.
HEMS-integratie
Afgesproken is dat de HEMS-operatie voor 1 maart geïntegreerd zou moeten
zijn in de SAW-CAO.
Overgang FW-vliegers naar RW
In februari 2002 legden VNV en SAW enige hoofdlijnen vast voor de overgang
van FW-vliegers naar RW. Een twistpunt bleek de inschaling te zijn.
Uiteindelijk – na discussie met de achterban en de ledenraad – is 50%
senioriteit meegegeven aan de ex FW-collega’s.
Overname aandelenpakket
Begin december kondigde SAW de overname aan van het totale aandelenpakket
door CHC in Canada. De gevolgen daarvan zijn op moment van publicatie van
het jaarverslag nog niet duidelijk.
Gewijzigde samenstelling VNV-overlegdelegatie
René de Groot (bestuurslid) werd vervangen door bestuurslid Erik Stassen.
Cas Zeegers en Poer Soewarso hebben eveneens hun werkzaamheden voor de VNV
beëindigd; deze mensen zijn niet vervangen. Edwin Soeters werd aangesteld
als assistent-bestuurslid, maar vertrok ook al weer snel toen hij hoofd
Vliegdienst werd bij SAW. Voor de benchmarkdiscussie is Robert Huizinga
betrokken en voor de pensioenmaterie ex VNV-pensioencommissielid André
Hermans. Roger Poulussen bleef wel deel uit maken van de overlegdelegatie.
Aan het eind van het jaar heeft de VNV de SAW-ledengroepering opgeroepen
een vliegercommissie in het leven te roepen, gezien de veelheid van
werkzaamheden die gedaan moeten worden. Bij publicatie van het jaarverslag
was de samenstelling nog niet rond.
|

|
 |
Het eerste deel van het jaar heeft de VNV
aangedrongen op een gesprek met de directie inzake pensioenaanspraken bij
de vorige verzekeraar. Voorts stelde de VNV overleg voor over tijdelijke
bijlagen van de lopende CAO en commitment hieraan door de nieuwe directie
en de tewerkstelling.
Pensioenproblematiek
Pas in september gaf Air Holland invulling aan de belofte de
pensioenproblematiek te onderzoeken en te antwoorden op vele uitstaande
vragen. Op het gebied van de pensioenproblematiek is gemeld dat er een
overstap is gemaakt van AXA naar een andere verzekeraar, DBV. Daarbij
maakt men onderscheid tussen de periode dat het pensioen bij DBV was
ondergebracht en de periode bij de Goudse. In de overdracht van AXA naar
DBV was verzuimd de bijbehorende premies aan de deelnemers te berekenen.
In overleg met de VNV moet hiervoor een oplossing worden gevonden.
Overigens heeft de VNV aangegeven dat de vliegers een andere invulling
willen geven aan de vorm van hun pensioen.
In november moet het bestuur tot zijn grote teleurstelling constateren dat
AHC haar afspraken niet nakomt ten aanzien van de openstaande punten.
Daarom heeft het VNV-bestuur Air Holland gesommeerd tot het betalen van
alle achterstallige pensioenpremies, salaris/boeterente en
compensatiebetaling. Dat het zelfs bij toepassing van dit rechtsmiddel zo
lang heeft geduurd totdat begonnen werd met het afbetalen van de schulden,
gaf weinig vertrouwen.
Holland Exel
In december werd de VNV geconfronteerd met de oprichting van een nieuw
bedrijf: Holland Exel. Dit bedrijf maakt met Air Exel deel uit van de
IMCA-groep.
Holland Exel is voornemens een groot gedeelte van de productie van het
noodlijdende Air Holland over te nemen. Ook heeft Holland Exel al bij
voorbaat laten weten geen zaken met de VNV te willen doen. Men wilde niet
in overleg tot een oplossing komen voor de achterstallige betalingen.
In het contract dat de vliegers is aangeboden is sprake van een proeftijd
van een maand. Daarna zou de vliegers een jaarcontract worden aangeboden:
een aanslag op de huidige rechtspositie. Voorts vage toezeggingen op
pensioengebied.
Het VNV-bestuur heeft in december via twee vliegerbijeenkomsten de
vliegers geadviseerd het aangeboden contract niet te tekenen en is van
mening dat er misbruik wordt gemaakt van de onzekerheid onder de Air
Hollandvliegers. Zij kregen een zeer slecht contract onder druk ter
ondertekening voorgeschoteld.
Het bestuur zal in 2004 alles in het werk stellen de Air Holland
arbeidsvoorwaarden mee te laten gaan naar Holland Exel, en ook de
achterstallige tegoeden voor de vliegers alsnog te verkrijgen.
|

|
AIR EXEL
|
Op 17 februari 2003 zou het kort geding dienen dat
de VNV had aangespannen om Air Exel te dwingen CAO-overleg te voeren met
de VNV. Onder druk van dit kort geding, en na veelvuldige correspondentie
vlak voor het kort geding, heeft Air Exel – twee minuten voor twaalf – de
VNV per fax uitgenodigd voor een bespreking om te komen tot collectieve
onderhandelingen. Dit betekende in feite erkenning van de VNV als
overlegpartner met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid.
Uiteindelijk – na twee keer afzeggingen van Air Exel-zijde – vond in juni
2003 de eerste bespreking plaats. In dat overleg werd duidelijk dat Air
Exel geen afspraken wilde maken met de VNV, maar met de Exelvliegers en
deze afspraken vervolgens wilde vastleggen in het ‘Sociaal Handboek’. De
VNV wilde uiteraard afspraken vastleggen in een CAO. Uiteindelijk koos het
VNV-bestuur er voor de situatie voorlopig te laten bestaan, waarbij Exel
toezegde de afspraken met de vliegers niet eenzijdig te zullen wijzigen.
Om een goede overlegstructuur te creëren en goede afstemming, heeft
bestuurslid Erik Stassen een oproep gedaan onder de Air Exelvliegers om te
komen tot een vliegercommissie. Deze commissie nam het voortouw op
inhoudelijke onderwerpen waarbij bestuurslid Stassen en stafjurist Liz van
Dijk ondersteunend waren. De lijst van overlegonderwerpen: salaris, WRR,
RVL, inhuur derden, arbeids/opleidingscontract en stationering. Er volgden
nog vier overlegsessies die hetzelfde karakter hadden: redelijke sfeer,
kleine en vage toezeggingen, veel verhalen over de moeilijke situatie van
het bedrijf en de relatief ‘verwende’ vliegers. Kortom, de VNV werd aan
het lijntje gehouden.
Het overleg van 18 november werd als cruciaal
beschouwd. Dit overleg verliep dramatisch: de CEO van Exel liet zich
vervangen door een functionaris die in een half uur tijd alle
voorzichtige toezeggingen van de maanden daarvoor teniet deed.
Naar aanleiding van de ontstane situatie belegde de VNV
vliegervergaderingen waar de Air Exelleden zich unaniem uitspraken
voor acties om de wensen kracht bij te zetten. |
 |
Begin 2004 verkreeg het VNV-bestuur van de ledenraad fiat om acties in
gang te zetten, wat via een referendum onder alle leden nog eens werd
bevestigd. Pas na de aankondiging van acties door middel van een
werkonderbreking in februari, was Air Exel bereid om over de brug te
komen. Air Exel erkent de VNV als rechtmatige vertegenwoordiger van haar
leden bij dit bedrijf en zal met de VNV overleg voeren om tot een CAO te
komen.
 |
DENIM AIR |
Halverwege het jaar vond een
kennismakingsgesprek plaats met de Denim Airdirecteur, hoofd
Personeelszaken en VNV-bestuurslid Erik Stassen. Denim Air gaf aan bereid
te zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden. Voorts constateerde de
directie echter dat de organisatiegraad onder de vliegers niet hoog is,
waardoor het maken van afspraken met overlegpartners die samen nauwelijks
een meerderheid van de vliegers vertegenwoordigen, niet aantrekkelijk is.
Van VNV-zijde is gemeld dat het doel is te komen tot een CAO voor de
Denim-vliegers, maar ook geldt voor de VNV dat een substantieel deel van
de Denimvliegers dient aan te geven zich door de VNV te willen laten
vertegenwoordigen.
In oktober heeft de ledenraad Denim Air conform de statuten erkend en
verwierf daarmee ook een zetel in de ledenraad. Kort daarna hebben de
vakbonden de aftrap gedaan voor het arbeidsvoorwaardenoverleg bij Denim
Air. Tijdens dit gesprek bleek dat ook Denim Air de voordelen ziet van het
hebben van een CAO. Ook was er overeenstemming over hoe dit te bereiken.
Afgesproken is dat eerst een raamwerk voor een CAO wordt gemaakt waarna de
verschillende onderdelen worden ingevuld.
De onderwerpen: indeling/scheduling, loongebouw, pensioenen en
senioriteit. In werkgroepverband worden deze onderdelen geanalyseerd en
door middel van voorstellen doorgegeven aan een stuurgroep, bestaande uit
vertegenwoordigers van Denim Air en de bonden. De VNV pleit daarnaast voor
een vliegercommissie bestaande uit Denim Airleden, die onder
verantwoordelijkheid van bestuurslid Erik Stassen voorbereidingen treffen
voor inhoudelijke overlegzaken.
In november stond vervolgoverleg tussen de bonden en Denim Air gepland om
te bespreken hoe de toekomstige CAO er uit moest gaan zien. Daarnaast zou
invulling worden gegeven aan diverse werkgroepen. Van de zijde van Denim
Air werd dit overleg voor onbepaalde tijd uitgesteld. Aanleiding voor het
uitstel is de inmenging van IVW met betrekking tot het toepassen van de
werk- en rusttijdenregeling. Denim Air wilde dit eerst intern oplossen
alvorens verder te praten over een CAO.
De VNV heeft Denim Air laten weten het te betreuren dat de scheduling
problematiek op deze wijze aan de orde is gekomen.
|

|
VNV-NA |
De afgelopen bestuursperiode 2003-2004 werd
gekenmerkt door scherpe contrasten.
Het VNV-bestuur heeft vanaf het begin getracht DCA zakelijker te
benaderen. DCA had kennelijk moeite met de hardere opstelling. De
maatschappij bejegende de vliegersgroep vijandig, en verdacht de vliegers
ervan de zaak te willen saboteren.
De jarenlang getoonde inzet van de vliegers voor het behoud van de
vliegerij op de Nederlandse Antillen, en Curaçao in het bijzonder, toonde
echter het tegenovergestelde.
Deze houding van DCA alsook het ontbreken van een CAO, heeft een aantal
keren tot conflicten geleid tussen DCA-management en de vliegers. Als
gevolg daarvan kenmerkte de werksfeer zich door angst, onrust en een
gedemotiveerd vliegerkorps.
Gezien de dreigementen van DCA jegens vliegers die zich niet aan
DCA-indelingen wilden houden die mogelijk in strijd zouden zijn met de
wettelijke WRR, heeft de VNV-NA keer op keer haar bezorgdheid uitgesproken
en aangedrongen om hangende de CAO-onderhandelingen speciaal hiervoor
oplossingen te bedenken.
In samenwerking met de bond van cabinepersoneel BCP is april 2003 een
WRR-voorstel gepresenteerd dat binnen de wettelijke marges meer
flexibiliteit en versimpelde toepassing met zich meebracht. DCA heeft het
voorstel bestudeerd, maar verder niet overgenomen, omdat niet aan de eis
was voldaan om reserve als rust in de regeling op te nemen.
Binnen de vliegdienst is een reorganisatie op touw gezet die mede heeft
geleid tot structurele aanpassingen in de indeling voor cockpit- en
cabinepersoneel. Deze aanpassingen hadden als gevolg dat de schema’s met
grotere marges werden ingedeeld en zodoende de interpretatieverschillen
van de WRR tussen DCA en VNV/BCP geen struikelblok meer vormden.
De hele WRR-zaak is bij de Directie Luchtvaart aanhangig gemaakt, maar tot
op heden heeft deze niet op de veelvuldige correspondentie van de VNV-NA
gereageerd. Toenadering bij de minister van Verkeer en Vervoer heeft ook
geen schot in de zaak gebracht.
Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe WRR, waarvoor de VNV door de
Directie Luchtvaart is gevraagd om medewerking te verlenen.
Vanaf de overgang van Air ALM naar DCA op 1 december 2002 werkten de
vliegers onder een individuele arbeidsovereenkomst.
Uiteindelijk zijn de CAO-onderhandelingen pas op 20 februari 2003
begonnen, met als gevolg dat de in het overgangsprotocol afgesproken
streefdatum ter afronding van de CAO van 1 maart 2003 niet meer haalbaar
was. De onderhandelingen zijn door DCA zelfs tijdelijk stopgezet en de
achterliggende reden voor de stopzetting was de volgens DCA onflexibele
houding van de VNV betreffende het weigeren reserve als rust te
beschouwen.
Teneinde kosten te besparen heeft DCA het initiatief genomen om vier
DC9-30’s en twee Twin Otters aan te schaffen. De Dash 8 werd uitgefaseerd
en een behoorlijk aantal juniore vliegers ondervond een
salarisachteruitgang van bijna 40%. Hen werd in het vooruitzicht gesteld
dat met uitbreiding op de Mid-Atlantische route in samenwerking met
Sobelair hier snel verandering in zou komen.
Ondertussen is Sobelair failliet verklaard en is DCA nu druk bezig een
vervangende partner op de Mid-Atlantische route te vinden. Mede door deze
laatste ontwikkelingen bij DCA, en het uitblijven van duidelijkheid van de
aandeelhouder (regering) voor wat betreft de toekomst van DCA is de
financiële situatie van het bedrijf wederom kritiek geworden.
Winair-vliegers
De vertegenwoordiging is verbeterd door het maken van duidelijke afspraken
en het vastleggen van de verantwoordelijkheden van beide partijen (VNV-NA
en VNV-NA Winair-vliegers).
Momenteel bestaat het vliegerkorps van Winair voornamelijk uit
contractvliegers, onder wie ook lokale vliegers. Dit vanwege het feit dat
Winair maximale flexibiliteit nastreeft, gezien de grote schommelingen van
productie tussen hoog en laag seizoen.
De relatie tussen vliegers en management is goed, ondanks de moeilijke
tijden die Winair doormaakt.
 |
LUCHTVAARTSCHOOL
|
De twee belangrijkste zaken die bij de KLM
Luchtvaartschool in dit verslagjaar speelden waren de verlenging van de
CAO en de politie-inval bij de school.
Om met het laatste te beginnen: begin juni 2003 verscheen het officiële
rapport van de Raad voor de Transportveiligheid over het vliegongeval bij
Eelde op 8 juni 2000. Hierbij botsten twee Beech Bonanza’s op elkaar,
hetgeen tot drie doden leidde. Een van de betrokken instructeurs die het
ongeval overleefde werd later veroordeeld. Naar aanleiding van dit
officiële rapport heeft het Openbaar Ministerie de politie opdracht
gegeven om een vooronderzoek te starten jegens de school naar mogelijke
strafbare feiten begaan door de school met betrekking tot dit ongeval. Dit
leidde tot een politie-inval in augustus 2003 waarbij gezocht is naar
documenten die mogelijk bewijs vormen voor door de KLS begane strafbare
feiten. De inval leidde tot grote ontsteltenis bij het personeel – het
onderzoek loopt nog steeds.
Reeds bij de CAO-besprekingen in mei 2001 had de VNV aangedrongen op
evaluatie van het vliegongeval; aanleiding voor die evaluatie voor de VNV
lag met name in de aanpak van de school na het ongeval. De KLS startte
namelijk naar aanleiding van het ongeval een intern onderzoek en op basis
van dat onderzoek werd de instructeur die het ongeval overleefde op
staande voet ontslagen. De VNV vocht namens de instructeur dit ontslag op
staande voet met succes aan. Meteen na het verschijnen van het officiële
eindrapport (pas in juni ’03) is de afspraak om te evalueren gemaakt. In
de evaluatie werd onder meer duidelijk dat de school in de preventieve
sfeer veel heeft gedaan om herhaling van een dergelijk ongeval te
voorkomen.
De VNV heeft haar zorg uitgesproken over het gebruik dat kan worden
gemaakt van het interne onderzoek na een ongeval/ernstig incident. Zij
meent dat daarvoor een nauwkeurig te omschrijven procedure moet worden
beschreven waarin de instructeur bescherming wordt geboden, of wordt
gewezen op de mogelijke consequenties voor zijn af te leggen verklaringen.
De school bekijkt nog hoe aan voornoemde zorg inhoud kan worden gegeven.
CAO
Ook dit verslagjaar werd de CAO – het betreft hier een CAO voor het hele
personeel – weer met een jaar verlengd en wel van 1 juli 2003 tot 1 juli
2004. De korte looptijd wordt ingegeven door de onzekere situatie waarin
de KLS verkeert. Was het aantal aanmeldingen voor de opleiding vóór de
nieuwe oorlog in Irak gunstig te noemen, het opnieuw invoeren van een
aannamestop bij de grote luchtvaartmaatschappijen in binnen- en buitenland
speelt een belangrijke rol voor de continuïteit van de KLS.
Afgesproken werd een salarisverhoging van 2,5% per 1 juli 2003 en een
eindejaaruitkering voor twee jaar van € 100,-.
Belangrijk voor de instructeurs is de afspraak dat het gemaakte
onderscheid in rechtspositie tussen bepaalde tijd- en onbepaalde
tijd-contracters wegvalt. Thans geldt een gelijke behandeling van bepaalde
tijd-contracters voor de opbouw van het pensioen en de
brevetverliesverzekering. Bovendien werd een compensatieregeling
afgesproken voor de instructeurs die op of na 1 januari 2000 op een
contract voor bepaalde tijd hebben gewerkt.
Minpunt in het CAO-pakket is de eigen bijdrage in de pensioenpremie (voor
nieuw aan te nemen instructeurs 5% – de huidige werknemers moeten 1%
betalen, waarvoor zij in het CAO-jaar nog met 250 euro worden
gecompenseerd). Reden voor deze bijdrage is de exorbitante stijging van de
kosten van de pensioenvoorziening de laatste jaren.
Ook een minpunt is de uitbreiding salaristreden aan de onderzijde
salarisgebouw met twee treden.
Reactie achterban
Hoewel over de lagere aanvangssalarissen en verplichte pensioenpremie van
5% van nieuwe vlieginstructeurs kanttekeningen zijn te plaatsen, achten de
instructeurs dit gezien de marktsituatie toch verantwoord, zeker gezien
het feit dat voor hun toekomstige collega’s bij een contract voor bepaalde
tijd in ieder geval wel pensioen wordt opgebouwd en dat voor hen ook een
brevetverliesverzekering wordt afgesloten. Voorts is men tevreden dat
naast een marktconforme salarisverbetering van 2,5% er nog ruimte was voor
een extra eindejaarsuitkering van in totaal 200 euro.
Namens de instructeurs vroeg ledenraadslid Erwin Langejan aandacht voor de
doorstroommogelijkheden naar KLM. Het bestuur beloofde hiernaar te zullen
kijken.
 |
Professionele zaken |
Het aandachtsgebied van professionele zaken omvat
alles wat met het functioneren van vliegers in de breedst mogelijke zin te
maken heeft. Het betreft onder meer het trainen en beoordelen van
vliegers, beoordelingszaken, medische zaken, individuele zaken, incident
stress, Human Performance (HUPER) en Crew Resource Management.
De volgende zaken zijn in 2003 aan de orde gekomen:
} Individuele belangenbehartiging. Daar
waar nodig werd bijstand verleend in samenspraak met
de afdeling Juridische Zaken.
} Een verschil van inzicht over het
trainen en beoordelen bij KLC heeft geresulteerd in het vormen
van een werkgroep (VNV-KLC). Deze werkgroep heeft knelpunten
opgelost, verdere verschillen
geïnventariseerd en afgerapporteerd aan KLC en het bestuur van de
VNV.
} Verder zijn binnen professionele zaken
twee commissies actief, de commissie Training en
Beoordeling en de Aeromedische commissie.
Commissie Training en Beoordeling
De taak van de commissie is drieledig:
} De leden worden ingezet als waarnemer
bij beoordelingszaken. De waarnemer ziet toe op een
correcte procedure en beschermt de belangen van het lid, waarbij
het algemeen belang van
vliegveiligheid zal prevaleren. In 2003 is er twintig maal bijstand
verleend aan vliegers in een
beoordelingszaak. Het betrof voornamelijk vliegers in omscholing.
} De commissie geeft het bestuur
beleidsadviezen over zaken betreffende trainen en beoordelen.
De commissie heeft bijvoorbeeld input geleverd voor een werkgroep
inzake het trainen en
beoordelen bij KLC.
} Vertegenwoordiging in het IFALPA
HUPER-committee. Hier wordt IFALPA-beleid voorbereid
aangaande Training/Licensing en Human Performance (alsmede Medical,
zie Aeromed. cie).
In 2003 is twee maal een IFALPA-vergadering bijgewoond. Gesproken
is o.a. over Line
Operational Safety Audit, ultra long haul en CRM-training.
De commissie is in 2003 zes maal bijeen geweest.
| Commissie Training en
Beoordeling |
| S.J. Becker - voorzitter |
A.P. Meiresonne |
| W. Berenschot |
B.A. Peters (human factors) |
| T.W.H. Euverman – coördinator |
R.H.C. Poulussen - jur. adviseur |
| H.J. van der Heijden |
G.P. van Son |
| H.K. Kuipers |
J.G. Sypkens (human factors) |
| A.M. Leeman |
T.J. Volkers - bestuurslid PZ |
| R.A.J. van Mechelen |
M.C.A. de Wit |
Aeromedische commissie
Deze commissie houdt zich bezig met medische zaken. In 2003 is
verscheidene malen medische ondersteuning verleend aan leden. Het gaat
hier onder meer om zaken betreffende medische certificatie,
luchtvaartmedische vragen en individuele (medische) belangenbehartiging.
Internationaal is er vertegenwoordiging in het IFALPA HUPER-committee (Medical).
Deze commissie is in 2003 twee maal bijeen geweest. Er is onder meer
gesproken over medicijngebruik, refractieve oogchirurgie (LASIK),
vermoeidheid, straling en medische certificatie.
Daarnaast vertegenwoordigen twee leden van de aeromedische commissie
IFALPA binnen het JAA-LSST (medical). Het doel van deze bijeenkomsten is
de keuringseisen up-to-date te houden. IFALPA is hier als waarnemer (met
stemrecht) vertegenwoordigd. Er zijn in 2003 drie bijeenkomsten geweest.
In 2003 is de Medisch Advies Commissie opgestapt uit onvrede met het
beleid van de IVW. De VNV deelt deze onvrede. Er is overleg geweest met de
IVW over o.a. (interpretatie van) regelgeving. Dit overleg is nog gaande.
Verder is er overleg gevoerd over arbeidsomstandigheden bij de diverse
maatschappijen, en regulier overleg gevoerd met het Aeromedisch Instituut.
Projecten waar de commissie zich in 2003 mee heeft beziggehouden zijn
onder meer:
} Straling. De commissie heeft zich
intensief bezig gehouden met regelgeving hieromtrent.
Dit heeft zich vertaald in het publiceren van stralingsdosis van
vliegers bij KLM en TRA.
} DVT (reizigerstrombose). Er is een
onderzoek gestart naar DVT onder vliegers. Het onderzoek
loopt door tot in 2004.
} Gehoorbeschermingsmiddelen. Er is een
werkgroep in het leven geroepen om hierover het
bestuur te adviseren. Dit is afgerond.
} Problematisch gebruik van middelen. In
2004 zal hier een artikel in OdB over verschijnen.
De commissie is zes maal bijeen geweest.
| Aeromedische commissie |
| Paul Smeele, KLM (voorzitter) |
Eric Pieters, KLM |
| Michiel van Haften, MPH |
Jur Volkers, KLM |
| Bert Hillmann, KLM |
Mireille Wildschut, TRA |
| Ger Maat, adviseur |
|
|

|
Vliegtechnische Zaken |
Onder dit aandachtsgebied vallen de VTZ-commissie, de
Accident investigation group (AIG) en de Security commissie. In de loop
van 2003 is de organisatie van de commissies onder de loep genomen als
onderdeel van de reorganisatie van de VNV. De HUPER-commissie, waarvan
vorig jaar onder vliegtechnische zaken verslag werd gedaan, is bij
professionele zaken ondergebracht terwijl de naam is veranderd in
Aeromedische commissie.
Aan de VTZ-commissie is het onderdeel helikopteroperaties toegevoegd
terwijl ook de activiteiten van de Dangerous Goods-specialisten onder de
verantwoording van VTZ vallen.
De commissie Vliegveiligheid is qua samenstelling en werkzaamheden niet
ingrijpend gewijzigd; de naam is echter veranderd in Accident
investigation group (AIG), een aanduiding die het dichtst bij de
werkzaamheden en taak van deze ‘commissie’ komt.
Commissie vliegtechnische zaken (vtz)
De Commissie VTZ heeft als hoofdtaken:
- Behartigen van vliegerbelangen op vliegtechnisch gebied.
Beïnvloeding van wet- en regelgeving is daarbij een wezenlijk
eindproduct.
- Garanderen en structureren van kennis op vliegtechnisch
gebied binnen de VNV.
- Het inzetten van expertise op technisch gebied in
overlegplatformen die op luchtvaartgebied actief zijn.
De commissieleden hebben zich gespecialiseerd in de aandachtsgebieden
Vliegtuig (ADO), Luchthaven (AGE), Luchtruim (ATS/MET); daarnaast heeft
interne VNV-reorganisatie ook de deelgebieden ‘New large Aircraft’ en
‘Helikopter’ onder de paraplu van VTZ gebracht.
| Commisssie Vliegtechnische Zaken |
| Rob van Eekeren, KLM (voorzitter) |
Eric van Droffelaar, KLM |
| Bart Benard, MPH |
Koen van Engelen, KLM |
| Thomas Bos, KLM |
Jan-Willem Heerink, TRA |
| Renault Bosma, TRA, best.lid VTZ |
Jan Rozema, KLM |
| Robbert Brons, KLM |
Wido de Wilde, KLM |
Overlegstructuur.
De commissie is in 2003 zes maal bijeen geweest en heeft regelmatig extern
overleg gevoerd met de luchthaven Schiphol, de luchtvaartautoriteiten,
enkele luchtvaartmaatschappijen en het Gilde van verkeersleiders. Leden
van de commissie VTZ hebben deelgenomen aan de IFALPA committees Aircraft
Design and Operations (ADO), Airport Ground Environment (AGE), Meteo en
Air Traffic Services (ATS). Ook wordt door VTZ-leden IFALPA of ECA
vertegenwoordigd bij de Joint Aviation Authorities (JAA), bij Eurocontrol
en bij het International Bird strike committee.
De doelstelling voor 2003 was de beoogde
veranderingen ten gevolge van de veranderde commissiestructuur goed te
verwezenlijken. Vastgesteld kan worden dat de veranderingen soepel zijn
opgevangen door de commissie VTZ. Een gevolg van die verandering was dat
ook helikopteroperaties onder de verantwoordelijkheid van VTZ kwam te
liggen. Een permanente HEL-vertegenwoordiger maakt in 2003 nog geen deel
uit van de commissie VTZ; het bestuurslid VTZ heeft deze taak waargenomen,
bijgestaan door Nico Oord (SAW).
Doelstelling 2004. De VNV is voornemens
om middels een (wetenschappelijk) onderzoek zichtbaar te maken wat de
leden, lijnvliegers, ervaren als potentiële bedreigingen voor de
vliegveiligheid. De resultaten van het onderzoek zullen middels een
symposium aan de leden worden teruggekoppeld. We verwachten dat de
uitkomst van het symposium in positieve zin zal bijdragen aan de
vliegveiligheid. Het beleid van de VNV is erop gericht om in het
spanningsveld dat bestaat tussen economie (capaciteit), milieu en
vliegveiligheid, het element veiligheid voldoende onder de aandacht te
brengen.
Luchthaven: Airport & Ground Environment
Internationaal
De IFALPA commissie Airport Ground Environment (AGE) houdt zich bezig met
alle aspecten van de uitrusting en regelgeving met betrekking tot
luchtvaartterreinen; deze zijn in Annex 14 opgenomen.
Rob van Eekeren is tot vice-voorzitter van deze commissie gekozen. De VNV
wordt afwisselend door hem of door Eric van Droffelaar vertegenwoordigd.
Beide AGE-vergaderingen zijn door hen bijgewoond en namens de VNV zijn
diverse onderwerpen ingebracht. Actuele zaken waarmee AGE zich bezig houdt
zijn: Visual Aids, Runway incursions, Runway braking action, Ground
de-icing, capaciteit van luchthavens, RFFF en het gevaar van
vogelaanvaringen. In 2003 heeft AGE zeer gedetailleerd de vigerende IFALPA
Annex 14 onder de loep genomen en is deze grotendeels herzien. Bovendien
is de eerste Airport Liaison Representative (ALR) cursus gehouden, waaraan
Rob van Eekeren heeft deelgenomen. Deze cursus van IFALPA heeft als doel
om, op lokaal niveau, vliegers met luchthavenautoriteiten contact te laten
onderhouden en praktijkervaringen een rol te laten spelen bij
veiligheidsbeleid.
Nationaal
De minister van Verkeer en Waterstaat en de minister van Defensie hebben
in 1997 een nationale Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL)
ingesteld. Namens de VNV heeft Eric van Droffelaar zitting in deze
commissie (zie ook ‘projecten’).
Luchtruim: Air Traffic Services
Internationaal
Afgelopen jaar zijn namens de VNV twee vergaderingen bezocht van IFALPA
Air Traffic Services (ATS), één in Brussel en één in Washington. Daarnaast
zijn twee ECA-vergaderingen in Brussel bezocht. Koen van Engelen en
Jan-Willem Heerink hebben afwisselend de VNV vertegenwoordigd.
De ontwikkelingen op ATS-gebied gaan snel en raken direct het dagelijkse
werk van de vlieger, zoals deze opsomming van ATS-onderwerpen laat zien:
Wereldwijde implementatie van RVSM en het monitoren van de prestaties van
RVSM-gecertificeerde toestellen.
• Nieuwe ontwikkelingen op AFTM-gebied.
• Aanpassen van ICAO Lost Communicaton Procedures.
• Invoeren van SSR mode S, en downlinken vliegtuigparameters naar ATC.
• Het in overeenstemming met ICAO RT fraseologie brengen van de
RT-procedures die in de VS worden gebruikt.
• De verantwoordelijkheid voor de separatie overdragen van ATC naar de
vlieger.
• Verdere implementatie van RNP-RNAV en P-RNAV-naderingen.
• Flexible use of airspace management (FUA).
Nationaal
De contacten met het Nederlandse luchtverkeersleiders
Gilde zijn goed. Afgelopen jaar is er vier maal een bijeenkomst
geweest waar vertegenwoordigers van het Gilde en de VNV elkaar hebben
ontmoet. Onderwerpen die afgelopen jaar aan de orde kwamen waren onder
meer:
Runway Safety issues, Veiligheid Efficiëntie Milieu (VEMER)-discussie
rond Schiphol. Gebruik van parallelle banen en de problemen die
hierbij |
 |
ontstaan, go-around hoogtes, en afwijkende Missed approach
procedures.
Luchtruim: Meteorologie
Internationaal:
Namens IFALPA heeft Jan Rozema deelgenomen aan de PTMETAOP (Project team
on Meteorological Parameters) een subgroep van de METG (Meteorologie
werkgroep van ICAO), Wenen, 23-24 april 2003.
Hierbij behandelde onderwerpen waren onder meer:
} Definities, standaardisatie en
verbetering van metingen van meteorologische parameters zoals
wind/gust, bewolking, zicht, actueel weer, en RVR.
} (On)mogelijkheden, beperkingen en
doelmatigheid van metingen en regelgeving v.w.b.
automatische observaties.
} Korte termijn forecast van RVR.
} Productie van een standaard forecast
(formulier) voor gebruik door vliegveldautoriteiten t.b.v.
baankeuze.
} Standaardisatie van dwars- en
staartwindcomponenten; wijze van definiëren, meten, berekenen
en rapportering van wind en gustwaarden.
} Windmeting: ontbreken van back-up
sensors, problemen locatie.
AMOSSG: Automatic Meteorological Observations
Study Group (Montreal): Dit is een subgroep van ICAO, die zich
bezig houdt met procedures t.b.v. automatische waarnemingen.
IFALPA zoekt (nog steeds) naar een vertegenwoordiger in deze groep!
IFALPA ANNEX III:
Jan Rozema heeft een complete herziening van het IFALPA policy handboek
voor meteorologie gepresenteerd. Bijna alle voorstellen zijn aangenomen.
Discussieonderwerpen zoals RVR en temperatuur/dauwpunt rapportage en het
herplaatsen van windshearinformatie naar een ander handboek waren
doorgeschoven naar de volgende ATS-vergadering in Kaapstad. Deze
voorstellen zijn daar aangenomen, zodat Annex III nu up to date is.
Nationaal:
In de VNV-VTZ-commissie zijn onder meer de volgende
meteorologieonderwerpen behandeld:
} Dwars- en staartwind: gebruik;
definiëring; meetfouten, certificatie e.a.
} Relatie baanfrictie (neerslag e.a) en
windlimieten.
} Turbulentie en windgedrag bij verstoring
door bebouwing.
} Grenslaagonderzoek.
} Windgedrag boven zee.
} Definitie en meting van vertikaal zicht.
} SVR (slant visual range) schuin gemeten
baanzicht in relatie tot RVR.
} Introductie van AUTOMETAR in Nederland.
(Een volledig geautomatiseerd weer rapport, zonder
tussenkomst van waarnemers).
Meeste bovenstaande onderwerpen lopen parallel met Commissie Vogelpoel,
Werkgroep dwarswind, Schiphol, Luchtvaartwet en Internationale groepen.
Vliegtuig: Aircraft Design & Operations
Internationaal
De IFALPA-commissie Aircraft Design & Operations (ADO) houdt zich bezig
met ontwikkeling van beleid met betrekking tot vliegtuigontwerp en de
operatie met verkeersvliegtuigen. In internationaal verband wordt door de
commissie getracht invloed uit te oefenen op de besluitvorming bij ICAO,
overheden, vliegtuigfabrikanten en luchtvaartmaatschappijen. Daarom wordt
door IFALPA actief deelgenomen aan verschillende ICAO panels (OPS panel,
Airworthiness Panel, AWOP, GNSSP, OCP), JAA committees (Operations
Sectorial Team, AWO C, Equipment SC, Performance SC, ATM/CNS SG), SAE S-7
en zijn er veelvuldig contacten met Boeing en Airbus.
Afgevaardigden voor de VNV in de ADO zijn wisselend Robbert Brons, Wido de
Wilde of Thomas Bos.
In 2003 is door Robbert Brons de IFALPA ADO-vergadering te Kaapstad
bijgewoond. Een greep uit de uiteenlopende onderwerpen van afgelopen jaar:
navigatiedatabase integriteit, EROPS, bogus parts, new navigation and
landing systems, onboard video-surveillance, elektrische brand- en
rookprocedures, ontwerp en operatie van B777 en A380, nauwkeurigheid van
passagiersgewichten, auto speedbrakes en auto GPWS pull-up.
Dankzij de inspanningen van de VNV is veel aandacht geschonken aan
crosswind operatie en het baantoewijzingsysteem in dwars- en
staartwindomstandigheden. Verder is door de VNV windveldverstoringen door
terrein en omgevingsbebouwing onder de aandacht gebracht. Een IFALPA
policy, voorbereid door de VNV, betreffende het gebruik van thrust reverse,
is in het afgelopen jaar in ICAO overgenomen. Dat betekent dat in
vliegveldinformatie het gebruik van meer dan idle reverse thrust niet mag
worden verboden. Dit is vanwege geluidhinder vaak wel het geval.
Daarnaast vertegenwoordigde de VNV IFALPA in de ICAO CAEP, enkele
JAA-werkgroepen en is deelgenomen aan de evaluatie van de B777 OFCR.
Nationaal
VTZ-lid Robbert Brons vertegenwoordigt de VNV in de crosswind werkgroep.
Joint Aviation Authorities (JAA)
Performance sub committee
Thomas Bos vertegenwoordigt IFALPA binnen de JAA Performance Subcommittee.
De Performance Subcommittee is verantwoordelijk voor JAR OPS-wetgeving op
het gebied van de vliegtuigprestatieleer. De laatste jaren is veel energie
gestoken in het harmoniseren van deze wetgeving tussen JAA en de FAA,
waarbij met name onder commerciële druk niet altijd voor de meest
wenselijke oplossing vanuit vliegeroogpunt gekozen werd. Vooral de
voorstellen zoals deze gedaan waren voor de dispatch-eisen ten aanzien van
contaminated runways lieten veel te wensen over en zouden potentieel
gevaarlijke situaties mogelijk maken. Door de inzet van IFALPA zijn deze
voorstellen afgewezen en zullen dus aangepast moeten worden om een voor
alle partijen acceptabel eindresultaat op te leveren.
Afgezien hiervan heeft de FAA helaas te kennen gegeven dat gezien de
huidige veiligheidssituatie harmonisatie een lage prioriteit heeft. Vanuit
de JAA Performance Subcommittee zal echter de nodige druk uitgeoefend
worden om de afspraken aan beide zijden van de oceaan in te voeren.
JAA Equipment sub-group
Wido de Wilde vertegenwoordigt IFALPA binnen de JAA Equipment sub-group (EQSG).
De EQSG is verantwoordelijk voor aanpassingen in JAR-OPS 1 voor de
hoofdstukken K en L. Deze gaan over instrumenten, navigatie- en
nooduitrusting.
Wegens samenloop met omscholing is dit jaar slechts één vergadering
bijgewoond in Hoofddorp. Dit betrof een gezamenlijke vergadering van de
EQSG en de Oxygen Study Group (OSG) die geheel gewijd was aan de
behandeling van een wijzigingsvoorstel de Oxygen A-NPA, die eind 2002 door
de OSG is uitgebracht. Deze A-NPA stelt voor de vereiste supplemental en
first aid oxygen te reduceren.
Omdat IFALPA en de ECA er belang aan hechten dat minimumeisen in
voorschriften niet zonder meer worden verminderd, is er een breed gedragen
reactie opgesteld met betrekking tot deze voorstellen. De EQSG heeft zich
aangesloten bij het commentaar van IFALPA en ECA en de A-NPA is hiermee
van de baan, tot aan bepaalde voorwaarden van IFALPA en ECA wordt voldaan.
Crosswind werkgroep, phase 2
Windinvloeden bepalen in belangrijke mate capaciteit, milieu en veiligheid
op Schiphol. Teneinde meer uur- en jaarcapaciteit op veilige wijze op
Schiphol te kunnen garanderen, die binnen de huidige en toekomstige
milieueisen op Schiphol vallen, worden mogelijke aanvullende maatregelen
onderzocht op effecten voor veiligheid, efficiëntie en milieu.
Robbert Brons heeft namens de VNV zitting in de crosswind working group,
phase 2. Deze werkgroep heeft tot doel met voorstellen te komen die leiden
naar een verhoging van de uur- en jaarcapaciteit via een veilig en
werkbaar baantoewijzingsysteem op Schiphol.
Alle processen, op de grond en in de cockpit, zijn tegen het licht
gehouden en verbeteringen zijn voorgesteld daar waar nodig en haalbaar.
Een uiteindelijke veiligheidsanalyse moet de combinatie van verbeterpunten
vertalen in verhoogde veiligheid en capaciteit. Belangrijke winstpunten
zijn onder meer een meer eenduidige crosswindlimiet en verbeterde
windinformatie, mogelijk gemaakt door verbeterde simulaties en vernieuwde
inzichten. Dit leidt tot relevante en betrouwbare windinformatie voor het
aanvlieggebied en de gehele landingsbaan met een zeer geringe kans op
overschrijding van gestelde windlimieten.
Van belang is dat dit project vooruitloopt op ontwikkelingen elders en
tevens op de ICAO-regelgeving.
ICAO CAEP (committee on aviation environmental
protection)
De ICAO CAEP is verantwoordelijk voor ICAO Annex 16, environmental
protection en voor het ontwerp van uitstoot- en geluidgerelateerde
policies in de overige annexen. Een belangrijk geschilpunt in het
afgelopen jaar betrof het voorstel van een take-off thrust derate van
motoren om zodoende vliegtuigen te laten voldoen aan Chapter 4
geluidseisen. IFALPA verzet zich sterk tegen een vaste thrust derate voor
milieuredenen. Zonder override mogelijkheid gaat dit ten koste van
veiligheid.
Overige onderwerpen die in deze commissie de aandacht hebben: nieuwe
vertrek- en aanvliegprocedures, certificatie, nieuwe emissienormen en
geluidsnormen, belastingheffing op tickets en brandstof, ontwikkeling en
aanpassing van de landside van luchthavens.
Steering committee on runway safety
Namens de Europese Cockpit Associatie (ECA) heeft Rob van Eekeren zitting
in het Steering Committee (SC) Runway safety van EUROCONTROL. Door het SC
is een plan opgesteld ter voorkoming van Runway Incursions. Dit plan is
onder meer verstuurd aan alle overheden en luchtvaartmaatschappijen in
Europa. Implementatie van dit plan wordt in 2004 verwacht. Naar
verwachting zal hierdoor de runway safety aanzienlijk verbeteren. Voorts
is onder auspiciën van het SC een cd gemaakt en beschikbaar gesteld aan
alle vliegerverenigingen. Ten slotte wordt gewerkt aan harmonisatie van de
maatregelen binnen ICAO wat zal uitmonden in één ICAO document over runway
safety.
Projecten
Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL)
Op 1 september 1997 hebben de ministers van Verkeer & Waterstaat en van
Defensie een Nationale Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL)
ingesteld. Het doel van de CVL is de minister(s) gevraagd en ongevraagd te
adviseren over maatregelen ter beperking van de risico’s van aanvaringen
tussen vogels en luchtvaartuigen. De CVL wordt voorgezeten door de IVW en
hierin hebben zitting vertegenwoordigers van de Koninklijke Luchtmacht,
het Ministerie van Landbouw & Visserij, de Luchtverkeersbeveiliging,
Amsterdam Airport Schiphol, KLM, de Vogelbescherming Nederland, de
vereniging van Nederlandse Luchthavens en de VNV. Een operationele
vliegerinbreng is ook hier van belang. Hoewel ook de Nederlandse
luchtvaartmaatschappijen een belang in dit onderwerp hebben en in staat
zijn een vlieger input te laten geven, wordt deze operationele input
alleen door de VNV in de persoon van Eric van Droffelaar geleverd.
De CVL vergadert ieder kwartaal. De unieke samenstelling van de CVL geeft
de VNV ingangen bij drie ministeries en bij een aantal organisaties, wat
van direct belang is voor de ontwikkeling van de luchtvaart.
Nederland loopt door de instelling van deze commissie internationaal
voorop bij de ontwikkeling van beleid ten aanzien van beperking van het
risico van vogelaanvaringen. Ook IFALPA heeft deze materie hoge prioriteit
gegeven en heeft dit jaar een geheel nieuw beleid met betrekking tot
vogelaanvaringen geformuleerd. De VNV speelt hierbij een leidende rol.
Nederland is momenteel de voorzitter van het International Bird Strike
Committee (ISBC).
IFALPA Airport Liaison Representative programme
(ALR)
In 2002 is tijdens de IFALPA jaarvergadering besloten om een IFALPA
ALR-cursus op te zetten. De bedoeling is dat geselecteerde leden deze
ALR-cursus volgen, een certificaat krijgen en vervolgens daarmee een
dialoog starten en voeren met specifieke luchthavens. Naar verwachting zal
die dialoog leiden tot een betere en veiligere luchthavenoperatie. De
cursus beslaat in hoofdzaak wet- en regelgeving zoals aangegeven in annex
14 en de cd daarvan wordt ter beschikking gesteld aan de cursisten.
Momenteel zijn er zes ‘tutors’ waaronder een VNV-lid, Rob van Eekeren.
B777 crewrest
Begin 2003 is door Wido de Wilde namens IFALPA deelgenomen aan de Boeing
777 Overhead Flight Crew Rest (OFCR) evaluation visit bij Boeing en Flight
Structures Inc. (FSI) te Seattle.
Bij Boeing te Everett was een bijeenkomst georganiseerd waaraan
specialisten van Boeing, de FAA, IFALPA en US ALPA deelnamen. Het doel van
de bijeenkomst was de B777 crew- rest op zich te beoordelen, maar ook om
de Taxi, Takeoff and Landing (TT&L) certificatie van de OFCR te bespreken.
Hierbij werd gebruik gemaakt van meerdere mock-ups. Onder bepaalde
voorwaarden met betrekking tot evacuatiemogelijkheden, emergency lighting
en equipment, is IFALPA voorstander van deze certificatie. Verder is
aandacht geweest voor het |
 |
geluidniveau, het klimaat, het slaapgedeelte en het zitgedeelte. Met name
de stoelen werden onvoldoende bevonden, zo was de afstand tot het dak te
laag.
Gedurende het bezoek aan FSI zijn meerdere B777 OFCR-configuraties en
mock-ups voor de B777 beoordeeld op dezelfde facetten als bij Boeing.
Geconcludeerd kan worden dat FSI veel flexibeler is ten aanzien van de
configuraties en mogelijkheden dan Boeing.
Helikopteroperaties in het luchtruim boven de
Noordzee
De tweede helft van 2003 is, onder leiding van IVW divisie luchtvaart, dit
project uitgevoerd om de vliegveiligheid boven de Noordzee te verbeteren.
Nico Oord heeft namens de VNV hieraan meegedaan. 17 december 2003 is het
advies met daarin dertien aanbevelingen aan de DGL overhandigd. De
projectgroep bestond uit organisaties als defensie, oliemaatschappijen,
LVNL, luchtvaartmaatschappijen en vakorganisaties waaronder dus de VNV.
De projectgroep heeft eerst de problemen in kaart gebracht. Met deze
inventarisatie is een risicoanalyse gemaakt. Vervolgens is een concept of
operations (CONOPS) opgesteld waarin vooral de blik op de toekomst is
gericht. Er is een vergelijking gemaakt met de andere Noordzeestaten voor
wat betreft de inrichting en gebruik van het luchtruim. Ten slotte zijn in
een aantal brainstormsessies de oplossingen besproken en opgesteld.
De aanbevelingen richten zich op het instellen van voldoende SAR
capaciteit, verbetering van communicatie en radardekking, zorgen voor
voldoende vluchtinformatie en verhoging van de luchtruimclassificatie.
Er is een taskforce ingesteld die begin 2004 aan de slag is om de
implementatie van de verschillende voorstellen te begeleiden en de
voortgang ervan te controleren.
Accident Investigation Group
De AIG startte in het jaar 2003 nog met zijn vorige naam:
Vliegveiligheidscommissie. De naam Vliegveiligheidscommissie werd in de
afgelopen jaren gehanteerd mede omdat de commissie zich breder wilde
profileren en niet alleen een groep experts wilde zijn in onderzoek naar
aanleiding van ongevallen/incidenten. De commissie wilde ook een denktank
vormen op ander vliegveiligheidsgebied en binnen de vereniging een
aanspreekpunt zijn voor zowel het bestuur als voor de leden.
Het bleek echter dat de commissie een onafhankelijke – door de VNV
gefaciliteerde – groep investigators zou moeten zijn om een heldere
scheidingslijn tussen arbeidsvoorwaardelijke en beroepsmatige aspecten te
waarborgen. Dit uitgangspunt stond op gespannen voet met de wens zich op
ander vliegveiligheidsgebied te begeven.
Tijdens de reorganisatie binnen de VNV is deze spanning weggenomen. De
commissie is weer gefocust op zijn eigenlijke taak en de werkzaamheden
zijn door de naamswijziging voor iedereen duidelijker geworden. De term
AIG is verder ook binnen het internationale karakter van IFALPA herkenbaar
en algemeen geaccepteerd.
De AIG bestaat uit een groep van ongeveer twintig leden die hun dagelijkse
werkzaamheden hebben als verkeersvlieger bij luchtvaartmaatschappijen
waarmee de VNV een CAO heeft afgesloten. Deze vliegers hebben een
opleiding tot ongeval- onderzoeker gevolgd conform de normen die IFALPA
hieraan stelt en hebben tot taak hun expertise te leveren bij een
vliegveiligheidsonderzoek indien de Raad voor de Transportveiligheid
daarom verzoekt of bij een luchtvaartmaatschappij volgens de geldende
afspraken.
In de eerste helft van 2003 hebben twee vliegers de
investigators-opleiding gevolgd bij het Southern California Safety
Institute ter vervanging van twee leden die de commissie dit jaar hebben
verlaten. In de tweede helft van het jaar hebben twee vliegers een
opleiding tot incidentonderzoeker gevolgd bij een instituut in Nederland.
Na een evaluatieperiode zal worden bekeken of deze opleiding het gewenste
niveau heeft om later ook andere vliegers deze opleiding te laten volgen.
Tevens heeft de AIG afscheid genomen van voorzitter Hans Marijnen die een
functie bij de Kamer Luchtvaart van de RvTV heeft aanvaard.
De AIG heeft in 2003 deelgenomen aan diverse onderzoeken van de Raad voor
de Transportveiligheid. Bij de deelname wordt de AIG-onderzoeker namens de
gehele vliegergemeenschap ter beschikking gesteld aan de Raad en werkt hij
onafhankelijk van de VNV mee aan het onderzoek. Hiermee wordt aan de
vliegergemeenschap een signaal afgegeven dat de VNV al het mogelijke doet
om het veiligheidsonderzoek onafhankelijk en objectief te laten
plaatsvinden.
De AIG heeft in 2003 bij de RvTV meegewerkt aan het
vliegveiligheidsonderzoek van de volgende ongevallen:
} Mid-air botsing van twee KLS
lesvliegtuigen boven Smilde.
} Serious incident van een KLC Fokker 70
nabij Turijn.
} Ongeval van een Turkse MD80 op vliegveld
Eelde.
} Serious incident van een Transavia B737
op vliegveld Zestienhoven.
} Ongeval van een Fokker 50 op vliegveld
Schiphol.
Naast de deelname aan de onderzoeken bij de Raad voor de
Transportveiligheid neemt de AIG ook deel aan onderzoeken naar aanleiding
van incidenten bij diverse Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Daarvoor
bestaat er met de KLM reeds enkele jaren een vastgelegde samenwerking
conform afspraken in de vlieger-CAO en is medio 2003 een soortgelijke
afspraak tot stand gekomen met Martinair.
Bij Transavia zijn de gesprekken gestart om tot goede samenwerking in
veiligheidsonderzoek te komen en is het de intentie van beide partijen om
deze vast te leggen in de CAO.
De gemaakte afspraken met Schreiner, om samen vliegveiligheidsonderzoek te
doen, lopen in de praktijk goed, hoewel een en ander nog niet in details
is vastgelegd in de CAO.
De AIG heeft in 2003 onder andere meegewerkt aan de onderzoeken naar
aanleiding van twee incidenten binnen de KLM, drie incidenten bij
Martinair en diverse kleinere incidenten bij Schreiner Northsea te Den
Helder.
De AIG kan reeds enkele jaren als waarnemer deelnemen aan vluchtanimaties
bij de KLM.
Er zijn in het afgelopen jaar 24 vluchtanimaties aangemeld waarvan de AIG
er tien heeft bijgewoond.
Sinds medio 2003 zijn er met Martinair afspraken gemaakt rond het gebruik
van vluchtgegevens, maar dit heeft nog niet geleid tot een gezamenlijke
vluchtanimatie.
Andere werkzaamheden
Nationaal
De voorzitter van de AIG neemt, namens het bestuur van de VNV, deel aan de
volgende projecten:
} Regeling gebruik vluchtgegevens en
deelname incidentonderzoek Transavia.
} Task Force bescherming gebruik
vluchtgegevens.
} Ontwerp ‘Accident/Incident Response
Plan’. Dit is een draaiboek van de VNV waarin de
werkzaamheden van diverse functionarissen van de VNV beschreven
staan in het geval dat leden
van de VNV betrokken raken bij een vliegtuigvoorval.
Tevens hebben twee commissieleden zitting gehad in de begeleidings- en in
de eindbeoordelingscommissie van een student aan de Technische
Universiteit te Delft (faculteit Technische Bestuurskunde), die in de
tweede helft van 2003 is afgestudeerd met de scriptie ‘Leren van
geschiedschrijvende vliegtuigongevallen’.
Internationaal
Een commissielid heeft namens de AIG zitting in de Accident Analysis
Committee (AAC) van IFALPA. Deze groep investigators bewaakt mondiale
trends en analyseert onderzoeksrapporten die van belang kunnen zijn voor
de verkeersluchtvaart. Kwalitatief slechte en ongebalanceerde rapporten
worden geanalyseerd en IFALPA neemt dan actie richting de desbetreffende
onderzoeksinstantie. Om de effectiviteit van de werkzaamheden van deze
commissie te vergroten en de communicatielijnen met de industrie zo kort
mogelijk te houden zijn tijdens de vergaderingen altijd onderzoekers en
vertegenwoordigers van Airbus, Boeing en ICAO aanwezig.
Ook neemt dit commissielid namens IFALPA plaats in de Joint Safety
Strategy Initiative (JSSI). Dit Safety Initiative maakt deel uit van de
transitie van de JAA naar de European Aviation Safety Association (EASA).
Er wordt nauw samengewerkt met de Amerikanen die met hun activiteiten
binnen het Commercial Aviation Safety Team (CAST) het JSSI ondersteunen.
| Accident Investigation Group |
| L.J. Hartman, KLM, voorzitter |
J.O. Lafour, TRV |
| R.G. Vossen, KLM, vice-voorz. |
J. Marijnen, KLM, adviseur |
| R.E. Boer, MAC |
L. van Munster, KLM, adviseur |
| B. Bonke, KLM |
N. Oord, SAW |
| R.H.P. Bosma, TRV |
W.A. van Polen, TRV |
| S.E. van Dijck, KLM |
J.H. Telders, KLM |
| K.C. van Engelen, KLM, asp. lid |
V. Telkamp, KLM |
| J.G.H.W. Knijff, MAC |
A. Westerdijk, KLM |
| T.W. Kreek, KLM |
|
Dangerous goods
De commissie Dangerous Goods (DG) participeert in de ontwikkelingen rond
de internationale regelgeving met betrekking tot alle aspecten van het
vervoer van gevaarlijke stoffen. IFALPA wordt daartoe vertegenwoordigd in
achtereenvolgens het ICAO Dangerous Goods Panel, de IATA Dangerous Goods
Board, de IATA Life Animal Board, de IATA Dangerous Goods Training Task
Force, de IAEA en de JAA Dangerous Goods European Liaison Group. Eveneens
is er vertegenwoordiging bij de UPU/PSAG Interagency Project on Dangerous
Goods en de UN Committee of Experts.
In april, mei, juni, juli, september, oktober en november werden namens
IFALPA respectievelijk de IFALPA-jaarvergadering op Madeira, een
ICAO-vergadering in Montreal, een UPU-vergadering in Kopenhagen, een
IFALPA-werkgroep in Chertsey, een WHO-werkgroep in Washington, een
ICAO-vergadering in Montreal en een JAA-vergadering in Athene bijgewoond.
In oktober werd namens de VNV een IFALPA Dangerous Goods
Committee-vergadering in Panama bijgewoond. Op deze IFALPA DG
Committee-vergadering is Dick Gierlings herkozen voor een tweede termijn
als voorzitter van het IFALPA Dangerous Goods Committee.
Afgezien van nationale ad hoc DG-contacten, liggen de activiteiten meer op
het internationale vlak gezien het bekleden van zowel het voorzitterschap
als een vice-voorzitterschap van het IFALPA Committee door twee VNV’ers.
Security commissie
Dit jaar is door de commissieleden gebruikt om kennis te vergroten en
werkzaamheden verder uit te breiden. In een van de laatste vergaderingen
is besloten om de structuur van de commissie te veranderen. Er zal worden
overgegaan van generalisten in de commissie naar specialisten. Een ieder
zal zich gaan richten op één of twee afzonderlijke aspecten van de
security in de luchtvaart. Bijvoorbeeld: airport security, aircraft
security, wetgeving nationaal en internationaal, etc. Dit wordt in 2004
verder uitgewerkt en voorgelegd aan het bestuur.
In het nationale overleg is de commissie vertegenwoordigd in
overlegstructuren van Justitie, IVW en AIVD. Dit overleg heeft er het
afgelopen jaar voor gezorgd dat de vereniging invloed had in het nieuwe
Nationale Veiligheidsplan Burgerlucht- vaart, de nieuwe regelgeving
aangaande ‘In Flight’ security van IVW en de risicoanalyse voor de
burgerluchtvaart van de AIVD. Deze vertegenwoordiging zal komend jaar
worden voortgezet door Nico Voorbach en Han Luchsinger. Aan het einde van
het jaar raakte de discussie over air marshals in Nederland in een
stroomversnelling. Nico Voorbach woont dit overleg – dat wordt voorgezeten
door Justitie – samen met het bestuur bij.
Bij de diverse luchtvaartmaatschappijen blijkt dat het ‘11
september-effect’ verdwijnt. Men is niet meer zo genegen om veel tijd te
steken in security of om daarin te investeren. Met de KLM is wel een
zeswekelijks overleg afgesproken met KLM/AV waar diverse zaken worden
besproken. Bijvoorbeeld ASR’s aangaande security, security-gevoelige
bestemmingen en het Airline Security Manual (CSM).
Met KLM is afgesproken dat de security-rapporten van crews richting
maatschappij mogen worden ingezien om hierover eventueel advies te kunnen
geven. Dit geldt ook voor KLM Cityhopper. De stuurgroep security van de
KLM is opgeheven.
Met Transavia is afgesproken dat altijd in overleg kan worden getreden met
het security department om de actuele zaken door te nemen. Martinair heeft
hetzelfde aanbod gedaan. Het probleem hier is dat er geen
vertegenwoordiger van Martinair in de security commissie zit en de
commissie dus afhankelijk is van de input van de individuele vliegers.
Met de Schreinervliegers moet nog uitgewerkt worden hoe op security gebied
hun belangen kunnen worden behartigd.
Internationaal heeft de security commissie een rol van betekenis kunnen
spelen in het overleg met ICAO, ECAC, EU, IATA etc. Dit kon doordat veel
expertise aanwezig is in de IFALPA Security Commissie.
Nico Voorbach was in 2003 vice chairman van deze commissie en zal die
functie ook in 2004 vervullen. De commissie heeft het voornemen om naast
Nico ook Rob Prange naar de IFALPA-vergaderingen te sturen teneinde
continuïteit in de vertegenwoordiging bij IFALPA en expertise te blijven
waarborgen.
| Securitycommissie |
| Nico Voorbach, KLC,
voorzitter/internationale/nationale zaken |
| Iris Tangerink, KLM, secretaris/KLM-zaken |
| Rob Prange, KLM, KLM-zaken/internationale zaken |
| Han Luchsinger, TRA, Transavia- en Martinair-zaken/nat.
zaken |
| Rob Oude Elferink, KLC, KLC-zaken |
 |
Overige VNV-Commissies |
Commissie FEA
De commissie Financiële en Economische Analyse heeft drie
aandachtsgebieden:
• Benchmark
Dit houdt het vergelijken van (arbeidsvoorwaardelijke) gegevens in. Het
afgelopen jaar is er een benchmark gehouden onder de helikoptervliegers
van Schreiner. Talloze variabelen zijn vergeleken met die van drie andere
relevante collega’s. De uitkomsten zijn onderschreven door de werkgever en
vormen een onderdeel van het overleg.
Ook de Eurobenchgroup is dit jaar twee keer bij elkaar gekomen om
arbeidsvoorwaardelijke gegevens uit te wisselen. Deze werkgroep bestaat
uit vertegenwoordigers van diverse Europese vliegerverenigingen. Het
gestandaardiseerde document is verder uitgewerkt zodat we een nauwkeurig
beeld hebben van de arbeidsvoorwaarden van netwerk “carriers” in Europa.
In dit verband is de virtuele luchtvaartmaatschappij ‘Bench-air’
opgericht, waar de gemiddelden van een aantal parameters worden
weergegeven. Het standaarddocument zal nog verder uitgebreid worden en
voor het verder vormgeven van Bench-air zullen ook de nodige gegevens door
een ieder verzameld worden.
Door de aangekondigde fusie van KLM en Air France is een korte
vergelijking gemaakt van de salariskosten van vliegers bij deze
maatschappijen. In verband met dit onderwerp is er ook een vergelijking
gemaakt van financiële rapportages van de bedrijven. Verder is er samen
met onze Amerikaanse collega’s van US-ALPA een overzicht gemaakt van de
netwerken van KLM en Air France. Deze informatie wordt momenteel gebruikt
door het bestuur.
• Belastingen
Ook dit jaar zijn weer vele vragen van leden op het gebied van belastingen
beantwoord. Een steeds terugkerend onderwerp is de studieschuld. Doordat
in het nieuwe belastingstelsel de aftrek beperkt is en door introductie
van steeds meer beperkende maatregelen (hypotheekr |