Jaarverslag 2003

Voorwoord
VNV-jaarverslag 2003
Algemeen
Organisatie
Communicatie
KLM
Martinair
Transavia
SAW
Air Holland
Air Exel
DENIM AIR
VNV-NA
KLS
Professionele Zaken
Vliegtechnische Zaken
Overige VNV-commissies
Internationale Zaken

VOORWOORD
Henk de Vries / President VNV

Henk de Vries, President VNVLezend door dit jaarverslag – en daarmee terugkijkend op het verenigingsjaar 2003 – valt het op in welke turbulente tijden we leven. De industrie waarin we werkzaam zijn ondergaat grote veranderingen. De lagekostenmaatschappijen zijn niet meer weg te denken en zorgen voor continue druk op de ticketprijzen en daarmee de inkomsten van de maatschappijen waarvoor we werken. De liberalisering wordt in Brussel gepredikt en ondersteund zonder dat voldoende invulling wordt gegeven aan het ontwikkelen van sociale- en veiligheidsvangnetten. De drie grote luchtvaartallianties Star, One World en Skyteam worden langzaam verder uitgebouwd, maar veranderen nog steeds van samenstelling.

De aankondiging van de overname van KLM door Air France heeft het tweede deel van het verenigingsjaar beheerst. Deze ontwikkeling zorgt voor grote onzekerheid bij KLM-, Transavia- en – wellicht in iets mindere mate – Martinairvliegers. Aan het begin van het jaar wordt ternauwernood een staking bij Transavia afgewend. In deze economisch mindere tijden in de luchtvaart blijken acceptabele overlegresultaten nog slechts bereikbaar na grote inspanning van de VNV en slechts na grote druk op de maatschappijen. Ook bij Martinair en diverse van de kleinere maatschappijen worden resultaten slechts op deze manier bereikt.

In commissieverband is binnen de VNV in 2003 door vele collega’s enorm veel werk verzet. Op diverse terreinen zijn leden van onze vereniging individueel ondersteund. Vaak gebeurt dit werk achter de schermen en wordt er weinig over gecommuniceerd. In dit jaarverslag leest u er meer over. Zoals altijd heeft de VNV ook internationaal – zowel bij de International Federation of Airline Pilots’ Associations (IFALPA) als bij de European Cockpit Association (ECA) – haar steentje in 2003 weer bijgedragen. Veel VNV’ers stelden als specialist op bepaalde terreinen hun kennis en kunde beschikbaar in de diverse technische commissies van IFALPA.

In 2003 werd stilgestaan bij het honderdjarig bestaan van de gemotoriseerde luchtvaart. In dit jaar worden ook de voorbereidingen gestart voor ons eigen jubileumjaar 2004, waarin uitgebreid aandacht zal worden geschonken aan het 75-jarig bestaan van onze vereniging.

Wanneer u door dit jaarverslag bladert, verzoek ik u te bedenken dat u de weerslag leest van alle inspanningen van zeer veel collega’s die zich dagelijks inzetten voor uw en mijn belang. Daarvoor verdienen ze uw en mijn respect.

Het doet mij genoegen u hierbij het jaarverslag 2003 aan te bieden.


Henk de Vries
president

bovenzijde pagina

VNV-jaarverslag 2003

ALGEMEEN
Zowel Air Exel als Denim Air werden door de VNV erkend waardoor er een omzetting plaatsvond van de geassocieerde status naar het volwaardig lidmaatschap. Het aantal leden nam hierdoor toe met 255, terwijl het aantal geassocieerde leden afnam met 106. Het totaal aantal leden – incl. geassocieerde leden – steeg in 2003 met 51.

Ledenbestand per 31-12-2003

KLM: 1.989 KLS: 11 Schreiner: 55
Martinair: 301 Transavia: 347 Air Holland: 25
Air Exel: 48 Denim Air: 46 VNV/NA: 79

Mutaties bestuur

Omdat zich voor de bestuurstermijn 2003-2005 geen ander kandidatenteam meldde, werd het huidige presidentieel team De Vries/Van Zwol automatisch voor een tweede termijn verkozen.

Jan Roos, bestuurslid Transavia-zaken, verlengde zijn bestuurstermijn niet. Zijn plaats werd ingenomen door Peter Smit met als assistent-bestuurslid Remco van der Kieft. ‘Oudgediende’ Dirk Lokhorst beëindigde zijn werkzaamheden als lid van de VNV-Transavia overlegdelegatie in verband met zijn pensionering eind 2003. Guy van Son heeft deze taak overgenomen. Voorts lijfde het bestuur Walter Nootebos in als bestuurslid KLM-zaken.
Joop Sint Jago nam de secretarisfunctie over van René de Groot – die per januari 2004 uit het bestuur stapte – waardoor er een vacature ontstond voor de bestuursportefeuille Professionele zaken. Hiervoor is Jur Volkers aangetrokken. Erik Stassen, voorzitter van de commissie Training en Beoordeling, werd bestuurslid Kleine luchtvaartmaatschappijen en gaf zijn voorzitterschap over aan Steven Becker.
Carl Vlooswijk nam het bestuurslidmaatschap Internationale zaken over van Paul ten Velden. De bestuursportefeuille Financiële en economische analyse is opgeheven. Voor dit onderwerp is een commissie in het leven geroepen onder voorzitterschap van Robert Huizinga.
Dat betekent dat de samenstelling van het bestuur eind 2003 er als volgt uit zag:
 
Dagelijks bestuur:
Henk de Vries, president;
Evert van Zwol, vice-president;
Joop Sint Jago, secretaris;
Renault Bosma, penningmeester/vliegtechnische zaken;
Hans Tettero, algemene zaken.
Overige bestuursleden:
Karel Merks, Martinair-zaken;
Walter Nootebos, KLM-KLC-zaken;
Peter Smit, Transavia-zaken;
Erik Stassen, Air Holland, Schreiner, Air Exel, Denim Air, KLS
Carl Vlooswijk, internationale zaken,
Jur Volkers, professionele standaard;
Anthony Smeets, bestuurslid VNV-NA
Jan-Jaap Hartog, bestuurslid
René de Groot, tijdelijk lid Dagelijks bestuur















Jur Volkers
zit in het bestuur voor Professionele zaken.

VNV-staf
De VNV-staf bestaat uit de algemeen secretaris, twee arbeidsvoorwaardelijk en juridisch adviseurs, de administrateur, de eindredactrice Op de Bok, zes secretariaatsmedewerksters, twee huismeesters en een kantinemedewerkster.

De algemeen secretaris is onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur hoofd van het secretariaat waaronder o.a. de volgende verantwoordelijkheden vallen:
• organisatie van het secretariaat;
• arbeidsvoorwaarden secretariaatsmedewerkers;
• beperkt financieel beheer m.b.t. eigen takenpakket;
• beheer gebouw;
• ledenadministratie/werving;
• ondersteuning van commissies/project- en werkgroepen;
• ledenondersteuning;
• interne coördinatie tussen VNV-geledingen;
• jaarverslag;
• interne communicatie;
• uitvoeren/toezien op statutaire procedures;
• sociale activiteiten;
• loss of license-verzekeringen.

De arbeidsvoorwaardelijk en juridisch adviseurs houden zich bezig met:
• individuele belangenbehartiging, met name toegespitst op juridische kwesties;
• collectieve belangenbehartiging als adviseur of lid van een onderhandelingsdelegatie, en zijn
• lid of adviseur in VNV/IFALPA-commissies;
• adviseur aan het bestuur op juridisch gebied, met name ook de grote, collectieve juridische rechtszaken waarbij de VNV is betrokken.

Secretariaatsmedewerkster Ria de Lange-Holla vertrok naar de gemeente Sassenheim waar zij als communicatiemedewerkster aan de slag ging. In haar plaats is aangenomen Karin van der Drift.


Ledenraad
Sinds de huidige ledenraad in de maand mei van het jaar 2002 werd geïnstalleerd, is hij twintig keer in reguliere vergadering bijeen geweest. In 2003 vergaderde de ledenraad twaalf maal. Er werden geen extra ledenraadsvergaderingen uitgeschreven. (Wel is op verzoek van 25 leden op 14 oktober een algemene ledenvergadering (ALV) gehouden om nadere informatie te krijgen over overname van KLM door Air France)
Van de maximaal 1007 mogelijkheden waren de huidige ledenraadsleden 326 maal aanwezig. De gemiddelde opkomst over 2003 bedraagt daarmee 32%; een percentage dat aanmerkelijk lager is dan in de afgelopen jaren.
Ook de gemiddelde aanwezigheid per groepering was lager dan in voorgaande jaren. In vrijwel iedere groepering is die daling te constateren.
Op de VNV-website wordt maandelijks de persoonlijke aanwezigheid van ledenraadsleden bijgehouden.

Tot op heden komt het voor dat sommige ledenraadsleden op vrijwel geen enkele vergadering aanwezig zijn. Halverwege de zittingstermijn heeft de voorzitter dan ook contact opgenomen met de betreffende ledenraadsleden en hen gevraagd om meer invulling te geven aan het ledenraadslidmaatschap. Het is jammer te moeten constateren dat ondanks toezeggingen er geen toename is van het aantal leden dat actief deelneemt aan de ledenraadsvergaderingen.

Gedurende het verslagjaar zijn door de ledenraad 40 moties besproken. Dit resulteerde in 35 resoluties. Door raadsleden werden zes initiatiefmoties ingediend. Tevens werden er vijf nota’s behandeld, waarvan één op initiatief van ledenraadsleden.

Het bestuur gaf tijdens ledenraadsvergaderingen meerdere presentaties, waarna er ruimte was om hierover vragen te stellen en te discussiëren.

Bij aanvang van het afgelopen jaar was het quorum 26; dit is wegens het toegenomen aantal vacatures gezakt naar 24.
Gedurende het jaar is afscheid genomen van de groepering Schreiner Fixed Wing, die vertegenwoordigd was in de raad met twee zetels. Nieuw zijn Air Exel met twee zetels en Denim Air met één zetel. De groepering Martinair 1-161 heeft één zetel ingeleverd.

Overleden
Het afgelopen jaar zijn overleden de leden A.N. v.d. Stroom (KLM), M.B. v.d. Schaar (KLM), M.A.G. Bakker(TRV) en A.J. de Roos (KLM). Ook is een aantal geassocieerden ons ontvallen. Dit zijn: G. Hoogstad, R. Hiemstra, P.J. Strolenberg, B. Hoogsteen, R.J. Rose, P. Jansen, W. Oosten, C.J. Haremaker, A.F. Boshuizen, R. Tabernal, R. Goedheer, J. Vonk, K. v.d. Kommer, E. Euwema, J.W. den Boogert, P.K. Lodder en P.C. Peters.

bovenzijde pagina

ORGANISATIE

In het beleidsplan 2001-2003 gaf het presidentiële team De Vries/Van Zwol aan mogelijke andere organisatievormen van de VNV te onderzoeken. De projectgroep Organisatie VNV staat inmiddels aan het begin van de implementatiefase.

In juni 2002 is de projectgroep Organisatie VNV in het leven geroepen. De projectgroep kreeg als doel te onderzoeken of door een verandering in de structuur de VNV beter kan inspelen op de eisen die door de leden en de omgeving aan haar worden gesteld. Uiteindelijk moet dit leiden tot een moderne transparante vereniging met duidelijk geformuleerde doelstellingen en een structuur waarin de leden zich herkennen. Het afgelopen jaar heeft de projectgroep het onderzoek verder voortgezet.

Een belangrijke informatiebron voor de projectgroep is het communicatie- en organisatieonderzoek dat in juni 2002 is gehouden onder 475 VNV-leden. Hier kwam een aantal zaken duidelijk naar voren:
• Leden van kleinere deelgroeperingen herkennen zich onvoldoende in de VNV.
• Leden van kleinere deelgroeperingen hebben behoefte aan meer invloed op het eigen beleid.
• De prestaties van de VNV op de terreinen arbeidsvoorwaarden en wet- en regelgeving moeten
   verbeteren.

Het onderzoek kent drie fasen: een inventarisatiefase, een analysefase en een implementatiefase.
In de inventarisatiefase is gekeken naar de resultaatgebieden van de VNV. Met andere woorden, op welke terreinen wil de VNV actief zijn en waar niet. Ook is gekeken hoe de VNV werkt. Is dit effectief en efficiënt? Daarnaast is een knelpunteninventarisatie gehouden onder leden, bestuur, commissievoorzitters en staf.
In de tweede fase, de analysefase, is gekeken naar verschillende organisatievormen. Hierbij is gekeken naar de besturingswijze (zeggenschap), de controle van het bestuursbeleid (medezeggenschap) en de wijze waarop bestuursleden worden gekozen.

De voortgang van het onderzoek is gepubliceerd door middel van perspectiefnota’s in Op de hoogte extra. Deze zijn verstuurd in januari en april 2003. Met de ledenraad is van gedachten gewisseld in de ledenraadsvergaderingen van april, mei en december 2003 en tijdens de januarivergadering van 2004.

Op dit moment bevindt het onderzoek zich aan het eind van de analysefase. De contouren van de nieuwe inrichting waren al duidelijk in april. Het invullen van de details is in volle gang en de notaris is bezig de voorgenomen wijzigingen in conceptteksten om te zetten. Het was de bedoeling dat deze teksten in december 2003 klaar zouden zijn. Echter, de gedetailleerde invulling bleek nog enkele haken en ogen te bevatten. Daarnaast zorgden de ontwikkelingen bij KLM ervoor dat gedurende het najaar van 2003 de voortgang van het organisatieonderzoek moest worden vertraagd om prioriteit te geven aan de actualiteit.

De laatste fase, de implementatiefase, start zodra de notaris de conceptteksten gereed heeft. Vervolgens zal de inhoud hiervan gedeeld worden met de vertegenwoordigers in de ledenraad. Daarnaast zullen er ledenbijeenkomsten gehouden worden, waarin de plannen worden gepresenteerd. Uiteindelijk zal de organisatiewijziging per referendum ter goedkeuring aan de leden worden voorgelegd. Als de leden hun goedkeuring hebben uitgesproken zijn de nieuwe statuten een feit en kan begonnen worden aan de invoering van de nieuwe organisatievorm in de praktijk.

Samenstelling projectgroep:
H. de Vries
C. Vlooswijk
R. Huizinga
B. Timmer (extern consultant)

bovenzijde pagina

COMMUNICATIE

Communicatie met de leden is voor het huidige presidentiële team een belangrijk aandachtsgebied (zie de beleidsplannen 2001- 2003 en 2003-2005).

Uitgangspunten voor het communicatiebeleid van het team De Vries/Van Zwol zijn openheid, duidelijkheid en tijdigheid. Een Amerikaanse collega vakbondsbestuurder verwoordde dit uitgangspunt eens als volgt: “We give the members as much as we possibly can without hurting our negotiating position.” Het moment van informeren naar en communiceren met de leden is van groot belang. In onze samenleving met de modernste communicatiemiddelen is het nu eenmaal zo dat nieuws zich zeer snel verspreidt. Het bestuur spant zich in om eerst de leden te informeren alvorens de leden door de media worden geïnformeerd.

Nieuwsflits
Het middel van de ‘Nieuwsflits’ is in 2003 veelvuldig en met succes toegepast. Op de VNV-website worden daartoe korte nieuwsberichten geplaatst. Leden die zich daarvoor aangemeld hebben worden via een e-mail bericht op de hoogte gesteld van het plaatsen en het onderwerp van de nieuwsflits. Regelmatig zijn nieuwsflitsen ook gebruikt om de aandacht te vestigen op het verschijnen van een Op de hoogte extra.

Op de hoogte (Odh)
Elke maand wordt de Odh (uitgave van het bestuur) opgenomen in de Op de Bok (het groene gedeelte). Tussendoor wordt de Odh elke maand als losse editie uitgegeven. Bij belangrijke (dringende) informatie wordt gebruik gemaakt van een extra uitgave van Odh die in zwart-wit verschijnt. Zodra een Op de hoogte extra gereed is wordt deze op de VNV-website gezet en wordt in veel gevallen tevens per fax verzonden naar de crewhotels.
De reguliere uitgave van Odh verscheen in 2003 tien maal; de edities van januari en augustus vervielen vanwege gebrek aan kopij. Het aantal Op de hoogte extra’s bedroeg 44 stuks, met een recordaantal van 7 edities in de maand november. Ten opzichte van 2002 (30 Op de hoogte extra’s) is dat een toename van zo’n 150% en ten opzichte van 2001 (13 stuks in 7 maanden) zelfs een verdubbeling.
 

Uit bijgaande grafieken blijkt duidelijk dat veelvuldig belangrijke (dringende) informatie via de Op de hoogte extra met de leden is gedeeld. Lezend door dit jaarverslag zal duidelijk worden dat de VNV in 2003 dan ook met een grote hoeveelheid uitdagingen is geconfronteerd.

Communicatie met de pers
De VNV wordt door de media herkend en erkend als kenniscentrum op het gebied van operationele vliegaangelegenheden. In die hoedanigheid is de president dan ook veelvuldig door de pers benaderd. Niet alle perscontacten leiden ook direct tot publicatie of uitzending. Veel tijd is besteed aan het onderhouden van het netwerk.
Vele malen heeft de VNV zelf de media benaderd waar het ging om belangrijke zaken in het belang van de leden. Ingeval van bijvoorbeeld de Air Marshals en de overname van KLM door Air France bleef de media-aandacht niet beperkt tot Nederland maar kreeg de VNV de kans om ook buitenlandse media van haar standpunten en zienswijzen op de hoogte te brengen.

VNV en internet
In het verslagjaar werd wederom volop gebruik gemaakt van de communicatiemogelijkheden die het internet biedt. Naast informatieverstrekking over VNV-zaken aan derden, wordt steeds meer informatie beschikbaar gemaakt voor de leden via de website van de vereniging.
Tevens werd in toenemende mate gebruik gemaakt van aan (groepen) leden gerichte
e-mail.
Een voorbeeld hiervan is de verzending van de losbladige edities van Op de hoogte per e-mail. Ruim 350 leden kozen inmiddels voor deze mogelijkheid die de informatiesnelheid verhoogt en tevens een kostenbesparing oplevert.
Informatie die uitsluitend bestemd is voor de leden werd geplaatst in gedeelten van de website die exclusief toegankelijk zijn door middel van het gebruik van een password.
Er zijn inmiddels ruim 2.850 leden met een password.
Leden die toegang hebben aangevraagd tot deze besloten gebieden kunnen tevens in een aantal forums onderling van gedachten wisselen over door henzelf te kiezen onderwerpen.
Van deze mogelijkheid wordt volop gebruik gemaakt: ruim duizend leden registreerden zich voor de deelnamemogelijkheid in de forums.
De deelgroeperingen Air Exel en Denim Air kregen hun eigen ledenpagina’s.

Een greep uit de verdere inhoud van de website:
• Actuele verenigingsinformatie via VNV-Nieuwsflits met optionele e-mailnotificatie.
• VNV in het nieuws met persberichten en publicaties.
• Alle edities van Op de hoogte.
• Agenda, notulen en mededelingen ledenraad evenals alle moties en nota’s.
• VNV-ledenlijst ‘online’.
• De Vlieger-CAO’s van de erkende luchtvaartmaatschappijen.
• Informatie van de diverse VNV-commissies.
• Nieuws en informatie over IFALPA, en NASA ASRS.
• Senioriteitlijst KLM/KLC-vliegers, Schreiner-, Transavia- en Martinairvliegers.
• Selectie van nieuwsberichten op luchtvaartgebied.
• Een maandelijkse selectie van artikelen uit Op de Bok.
• Een geautomatiseerd rapportagesysteem voor de melding van gebreken in apparatuur, faciliteiten en procedures op en rond luchthavens.
• Weer- en NOTAM-informatie.

De VNV website ontving per week gemiddeld circa 11.000 bezoekers.
 

bovenzijde pagina

 

Het belangrijkste nieuws van het afgelopen jaar was de aankondiging van de overname van de KLM door Air France. In april 2004 staat de overdracht van de aandelen gepland. Of de samenwerking meer uitdagend dan bedreigend zal zijn, moet nog blijken.

Op 30 september 2003 kondigden KLM en Air France een verregaande samenwerking aan, die resulteert in de overname van de KLM-aandelen door Air France. De maatschappijen maakten bekend te willen komen tot de oprichting van een overkoepelende holding, AF/KL genaamd, die twee werkmaatschappijen, Air France en KLM, aanstuurt.

Samenwerking met Air France
De VNV had zich in de aanloop naar de bekendmaking grondig voorbereid op een verregaande samenwerking van de KLM met een grote Europese luchtvaartmaatschappij, teneinde de werkgelegenheid en de arbeidsvoorwaarden van de KLM-, maar ook van de Transavia- en Martinairvliegers, te kunnen waarborgen. Het bestuur had dan ook op voorhand bij de KLM-directie aangegeven aan welke voorwaarden de samenwerking diende te voldoen. Na de aankondiging concludeerde het bestuur dat de samenwerking, feitelijk een overname, meer uitdagend dan bedreigend was. Aan essentiële voorwaarden zoals het voortbestaan van de KLM nv, de privatisering van AF en de toetreding tot Skyteam wordt voldaan. Hiermee worden echter niet alle bedreigingen weggenomen. Zo zijn de zogenaamde ‘assurances’ onvoldoende, krijgt de VNV geen formele relatie met het holdingbestuur en wordt geen duidelijkheid gegeven over de positie van zowel Transavia als Martinair.
In de laatste maanden van het jaar hebben de VNV en de KLM overleg gevoerd over deze bedreigingen evenals over de invulling van het Duin & Kruidberg-akkoord. In dit akkoord zijn de VNV en de KLM overeengekomen dat in geval van alliantievorming afspraken gemaakt zullen worden over de verdeling van de productiegroei. Ook is het toevoegen van de KLM-code aan vluchten van Air France en andere Skyteam-partners onderwerp van gesprek. Het overleg heeft in 2003 niet tot overeenstemming geleid.
De twee luchtvaartmaatschappijen sturen aan op een overdracht van de aandelen in april 2004. Vooruitlopend op deze transactie heeft de VNV contact gezocht met de verenigingen die de AF-vliegers vertegenwoordigen. Het bestuur is voornemens afspraken te maken met de Franse zusterverenigingen met als doel te voorkomen dat de twee vliegergroeperingen door het bestuur van de holding tegen elkaar worden uitgespeeld.

Bezuinigingen
Eerder in 2003 kondigde de KLM drastische maatregelen aan om de winstgevendheid van het bedrijf te herstellen. Als gevolg hiervan zijn vele duizenden arbeidsplaatsen verloren gegaan en vele werknemers gedwongen ontslagen. De bezuinigingen troffen de grondorganisatie van de KLM. De maatschappij kwam met de vakbonden voor het grondpersoneel een sociaal plan overeen. Een onderdeel daarvan was de afvloeiingsregeling voor de overtollige werknemers. De kosten van deze regeling werden mede gedragen door het overige personeel door de afgesproken salarisverhoging per 1 oktober van 2,5% uit te stellen. De VNV heeft besloten de voorziene salarisverhoging voor de vliegers voor zes maanden op te schorten teneinde de kosten per eenheid voor de KLM Vliegdienst niet verder te laten stijgen.
Naast de besparingen door de reorganisatie wil de KLM de kosten per werknemer verminderen. De KLM heeft aangegeven in dit kader onder andere over de drie werk- en rusttijdenregelingen te willen praten. Overleg over wat KLM noemt ‘herstructurering van de arbeidsvoorwaarden’ heeft vorig jaar niet tot resultaat geleid.

Pensioenregeling
Ook in 2003 heeft het bestuur beleid gevoerd ter behoud van de pensioenregeling. Enerzijds bedreigt nieuwe wetgeving de huidige pensioenleeftijd, anderzijds heeft KLM aangegeven over de pensioenregeling te willen praten met de VNV. Daarnaast heeft de VNV ook in 2003 verweer moeten voeren tegen zowel gepensioneerde als actieve vliegers die de pensioenleeftijd van 56 jaar onrechtmatig achten. In alle rechtszaken zijn de eisen van een hogere pensioenleeftijd verworpen.

Integratie KLM en KLC
Sinds 1 januari 2003 ontvangen alle KLM-vliegers, ongeacht de maatschappij waar zij tewerkgesteld zijn, volgens dezelfde regeling salaris. Op hetzelfde moment is ook de geïntegreerde regeling vliegerloopbaan in werking getreden, zoals eerder overeengekomen in het Duin & Kruidberg-akkoord.

Nieuwe CAO
In januari accordeerde de ledenraad het CAO-akkoord dat de VNV en de KLM in november 2002 overeengekomen waren. Met deze instemming kon in 2003 invulling gegeven worden aan onder andere verbeterde afspraken over verminderde tewerkstellingspercentages en de invoering van cafetaria-arbeidsvoorwaarden.

Tegenslag KLM
KLM ondervond vorig jaar veel hinder van de verslechterende economische omstandigheden. Hierdoor werd onder meer de B747-300 versneld uitgefaseerd. De Classic-vliegers werden, conform de CAO, eerst op het verdwijnende type ‘vastgehouden’ om daarna met voorrang op andere vliegers te worden omgeschoold.
Ook bleven de oorlog in Irak en de ziekte SARS niet zonder gevolgen. Het aantal vluchten naar de betreffende regio’s werd (sterk) gereduceerd. In deze periode stond de VNV de KLM toe af te wijken van de afspraken over de publicatie van de indelingen.

Werk- en rusttijden
Naast de indelingen waren in heel 2003 de verschillende werk- en rusttijdenregelingen regelmatig onderwerp van gesprek.
Over de tewerkstelling op de B737 werden nadere afspraken gemaakt, die het de KLM mogelijk maakten de operatie op de Levant met de B737 te continueren, maar tegelijkertijd de schema’s binnen geografisch Europa verlichtten.
De F50- en F70/100-vliegers ondervonden de (eerste) gevolgen van de integratie van de KLC- en KLC uk-operaties. Tot nieuwe afspraken op het gebied van de werk- en rusttijden heeft dit niet geleid.
Ondanks de afspraak in het D&K-akkoord vóór oktober 2003 de discussie over de ICA-WRR af te ronden, zijn partijen hier niet in geslaagd. Het eerder genoemde streven van de KLM de kosten per eenheid te verlagen, is hier mede debet aan.

Nieuwe vliegtuigtypes
KLM introduceerde het afgelopen jaar twee nieuwe vliegtuigtypes . In het begin van het jaar werd de B747-400 ERF in de vloot opgenomen en aan het einde de B777. Ondanks dat de inschaling van beide types in het D&K-akkoord is vastgelegd, diende de rustgelegenheid van beide types nog door de VNV geaccordeerd te worden. Met de door de VNV goedgekeurde ruststoelen en bedden is KLM in staat heel ver weg gelegen bestemmingen rechtstreeks aan te vliegen.
Eind 2003 nam KLM de B777 in gebruik.

Overlegrelatie met de KLM

De VNV heeft in 2003 met de KLM op alle niveaus overleg gevoerd. Zowel rechtstreeks met leden van de directie als met lager echelon van de Vliegdienst is op basis van wederzijds respect scherp en zakelijk onderhandeld. In 2003 achtte het bestuur een kritisch constructieve houding het meest effectief om de doelen van de VNV te bereiken.

Overlegrelatie met groepscommissies
De relatie met zowel groepscommissie 32 als de vliegers van groepscommissie 51 was in 2003 goed. Op geregelde basis is overleg gevoerd en beleid afgestemd.
 

bovenzijde pagina

Kalenderjaar 2003 is een (on)gewoon druk jaar geweest voor de Martinair-vliegers. In april 2003 begint Martinair met twee Airbussen A320 en een nieuw opgezette divisie met de A320 operatie. Deze neemt de rol van de technisch gevoelige B757 over. In juni 2003 komt de PH-BUH de Boeing 747-divisie versterken, met aan boord zo’n 25 ex-KLM BWK’s die bij Martinair hun vliegende carrière nog even willen voortzetten. Aan het eind van het jaar wordt zonder al te veel emotie afscheid genomen van de laatste Boeing 757.


De stroeve economie, het uitbreken van de longziekte SARS en de oorlog in Irak spelen ook Martinair niet in de kaart, maar blijken ook een keerzijde te hebben. Martinair zou Martinair niet zijn als ze ook hier niet snel op zou inspelen. Hoewel Martinair de begroting gedurende het jaar een aantal keer neerwaarts bijstelde, blijkt ultimo 2003 de oorspronkelijke begroting gehaald te worden. Het herstel dat in 2002 werd ingeluid zet hiermee door, en ook het (voorzichtige) groeiscenario van 2003 wordt in 2004 gecontinueerd, met een extra A320 in april en een 7e MD-11 in september.

Consolideren CAO
Het CAO-overleg loopt als een rode draad door vrijwel het gehele kalenderjaar 2003. De voorstellen van Martinair in combinatie met te hoog gespannen verwachtingen aan Martinairzijde maakten een grote hoeveelheid vergadertijd noodzakelijk. De neerwaarts bijgestelde begroting en het Najaarsakkoord zorgen voor extra vertraging. Uiteindelijk rest de VNV niets anders dan halverwege december 2003 de druk op het overleg op te voeren. Met het inmiddels afgeronde akkoord voldoet de VNV ruimschoots aan de als doel gestelde consolidatie van de CAO.

Inhuurprotocol
Martinair en VNV komen in maart 2003 overeen om door middel van inhuur de wisselende crewbehoefte op te vangen. Door middel van deze inhuur kan Martinair de invoering van de A320 en het uitfaseren van de B757 in goede banen leiden, zonder dat dit gepaard gaat met overtolligheid. De tijdelijk gepasseerde eerste officieren worden financieel schadeloos gesteld. Dit inhuurprotocol is per 1 januari 2004 geëindigd. De inhuur van zes Transavia eerste officieren is in een nieuw protocol tot eind maart 2004 verlengd.

Structurele vakantiedagenproblematiek
Ondanks bovengenoemde inhuur bouwt het aantal uitstaande vakantiedagen opnieuw op. Alle divisies met uitzondering van de MD-11 delen in de malaise. Voor veel Martinairvliegers is dit hét grote pijnpunt in de huidige tewerkstelling. Genoeg vakantiedagen op de lat, maar geen mogelijkheid om ook maar een dag op te nemen. Voor de VNV is dit aanleiding om de FTE-berekeningen van Martinair ter discussie te stellen. Hoewel er met eventuele tijdelijke inhuur wel extra vakantiedagen zijn af te bouwen, zoekt de VNV naar een structurele oplossing voor dit structurele probleem.
 

Klankbordgroep Martinair
F.F. Botman (ass. bestuurslid) K.J.C.J. Merks (voorzitter)
A.M. Leeman R. Polderman
A.J.M. de Bruin R.B.M. Lampe
A.R. van Rijswijk G.L.M.G. Tielemans
P.N. Groot  

bovenzijde pagina

Ook voor de Transaviavliegers heeft de overname van KLM door Air France tot grote ongerustheid geleid. De plannen van KLM-AF voor Transavia zijn nog steeds niet bekendgemaakt. Ondertussen is het economische klimaat er niet beter op geworden. Dit resulteerde in een achterstand van boekingen, vooral voor de chartervluchten. Werden er tot medio 2003 nog nieuwe vliegers opgeleid, kort hierna werden vliegers gedetacheerd bij onder andere directe concurrenten, werd de B757 uitgefaseerd en vond ook een stationering plaats. Het is op zich goed te constateren dat Transavia nog steeds een flexibel bedrijf is en zich snel weet aan te passen aan gewijzigde omstandigheden. Een duidelijke toekomstvisie en een hieraan gerelateerd beleid zijn echter noodzakelijk om de ontstane onrust weg te nemen.
Op overleggebied was twijfel ontstaan over Transavia’s betrouwbaarheid.


Formeel overleg met Transavia wordt gekenmerkt door een toenemende verzakelijking en verharding. Op zich geen bezwaar, mits dat op correcte wijze geschiedt. De VNV constateert echter dat Transavia hierin zo ver gaat dat haar betrouwbaarheid ter discussie staat.
Begin 2003 leidde een uiterst moeizaam en langdurig CAO-overleg pas enkele uren voor de actiedeadline tot een akkoord. Hierbij werd de overeengekomen invoering van een nieuwe WRR (WRV) door Transavia ‘afgekocht’. Beide partijen beaamden toen dat dit de volgende keer anders moest, maar de hoop dat Transavia haar beleid in dezen zou verbeteren bleek ijdel.

Actie Informatie Team Peter Smit en Hans de Vries

Betrouwbaarheid
Eerst werd een poging gedaan om zonder overleg een detachering door te voeren. Hierna had Transavia haar zinnen op de vliegerpensioenen gezet. Wederom wenste zij afspraken uit het verleden niet na te komen. De standvastigheid van de VNV leidde tot een principeakkoord waarin de pensioenrechten van de vliegers werden veiliggesteld. Maar vervolgens probeerde Transavia onder dit principeakkoord uit te komen. Na een gesprek met de directie, waarbij een kort geding in het vooruitzicht werd gesteld, kon ook deze actie van Transavia worden voorkomen.
Het feit dat Transavia ook bij andere zaken, zoals afkoop RD-dagen en enkele individuele gevallen, probeert om onder (CAO-)afspraken uit te komen, baart zorgen. Temeer daar zij voor haar gunstige zaken, zoals de salarisverlaging na de uitfasering van de B757, met grote voortvarendheid doorvoert.

Transavia wil graag dat haar medewerkers zich onderscheiden door “integriteit, enthousiasme, trots, innovativiteit en zorgzaamheid”. De VNV is van mening dat Transavia deze wenselijke eigenschappen dan wel zelf dient uit te stralen in haar benadering van het overleg en de keuzes die zij daarin maakt voor haar vliegers. Het is noodzakelijk dat Transavia er alles aan doet om de relatie met haar vliegers en de VNV te verbeteren.

 
Wisseling van de wacht
De functie van bestuurslid Transavia-zaken is overgenomen door Peter Smit; die van assistent-bestuurslid Transavia-zaken door Remco van der Kieft. De VNV is het vorige bestuurslid Jan Roos, en Dirk Lokhorst – lid van de onderhandelingsdelegatie – zeer erkentelijk voor hun inzet. Guy van Son heeft deze laatste functie overgenomen.

Uitfasering B757
Omdat de uitfasering van de B757 een salarisbijstelling tot gevolg had, vond de VNV het gepast hierover eerst overleg te voeren. Transavia bleek bereid om de salarissen te bevriezen totdat het verschil in functiebetaling zou zijn ingehaald door de julironde van 2004. Daar stond dan wel tegenover dat de vliegers het ‘volume’ aan salaris zelf moesten betalen. Een sigaar uit eigen doos dus, wat de VNV heeft doen besluiten om de pijn dan maar meteen te lijden.

Pensioenen
De pensioenen en de pensioenrechten, een eindloonregeling met indexatie, zijn veiliggesteld. Totdat de daadwerkelijk benodigde premie is vastgesteld, wordt een gefaseerde premieverhoging van 10,5% ingevoerd. Mocht onverhoopt een nog hogere premie noodzakelijk zijn, dan zal deze uiterlijk april 2006 zijn ingevoerd. Een werkgroep die de daadwerkelijk benodigde premie zal vaststellen is bezig de hiervoor benodigde parameters en scenario’s in overleg te bepalen. De VNV laat zich bijstaan door een extern pensioenadviesbureau.

CAO 2003-2004
Het CAO-overleg voor 2003-2004 heeft geleid tot het verlengen van de CAO tot 1 juni 2004. Tevens zijn de pensioenen en de pensioenrechten veiliggesteld, en is een salarisverhoging van 2% per 1 december 2003 overeengekomen.

PK-overleg en PSC-overleg
Het PK-overleg en het PSC-overleg verlopen in goede sfeer en harmonie. In dit overleg worden diverse kleine zaken c.q. WRR-aspecten behandeld. Tevens is een aantal persoonlijke zaken besproken. Door met name het pensioenoverleg zijn dit jaar enkele vergaderingen uitgevallen wat de afhandeling van sommige zaken heeft vertraagd.

Afkoop RD-dagen
De VNV heeft een conflict met Transavia betreffende de afkoop van roostervrije dagen. De VNV is het niet eens met de stelling dat Transavia de afkoop mag beperken tot een absoluut getal van twee dagen per persoon en heeft aangegeven desnoods middels arbitrage haar gelijk te halen.

WRR-afwijkingen en motiveringen
Ook het afgelopen jaar zijn diverse WRR-afwijkingen geconstateerd. Deze werden voornamelijk veroorzaakt door invoering van de indelingsautomaat ARKON. Nadat de meeste fouten eruit zijn gehaald, is het aantal klachten fors afgenomen.
In goed overleg zijn diverse motiveringen verleend onder toekenning van een compensatie en aanpassing van het schema. In een klein aantal gevallen werd geen motivering verleend, of werd na een proefperiode de motivering ingetrokken.

Individuele zaken
Diverse collega’s hebben de VNV om hulp en assistentie verzocht. Dit omvat zaken als fiscaal advies, beoordelingszaken, juridische assistentie bij ontslag, etc. In de meeste zaken is een bevredigende oplossing bereikt. Helaas is ons dit jaar een gewaardeerde collega ontvallen.

Klankbordgroep
De voormalige overlegadviesgroep is omgezet in een klankbordgroep.
Doel van deze groep is aan te geven wat er in het korps leeft, voornamelijk ten aanzien van arbeidsvoorwaarden. Naast de (assistent-) bestuursleden Transaviazaken omvat de groep nog acht collega’s. In 2003 is tweemaal vergaderd.
 

Overleg Adviesgroep Transavia
D. Lokhorst (voorzitter) M.C.J. Wildschut (mw.)
J.P. Boetes P.L. Verver
bovenzijde pagina saw300.gif (3679 bytes)

“De VNV is opgelucht dat de dreigende staking van de baan is en hoopt in 2003 met Schreiner en OVN tot een nieuwe basis voor de toekomst te komen, waarbij dreigende arbeidsconflicten tot het verleden zullen behoren.”
Een citaat uit de eerste Op de hoogte extra van januari 2003 naar aanleiding van het bereikte CAO-akkoord 2002-2003.


Het jaar 2003 stond dan ook voor een groot deel in het teken van de uitwerking van de in het principeakkoord aangegeven zaken: integratie HEMS-bepalingen in de CAO, toetsing van WRR-bepalingen in verband met overgang Maasvlaktevliegers naar Den Helder en de start van het pensioenoverleg en de benchmarkdiscussie.
Aanvankelijk zat er weinig schot in het overleg, wellicht mede veroorzaakt door vertrek van de functionaris die namens Schreiner een groot aantal van deze onderwerpen behandelde, en andere organisatorische oorzaken.
Eind april – na een periode van stilte – is het overleg over de diverse onderwerpen weer geactiveerd in overleg met het nieuwe hoofd Human Resources Hans van Westen van de Schreiner Luchtvaartgroep.

Gevolgen stoppen activiteiten Rotterdam/Maasvlakte
Het klakkeloos door SAW overnemen van het werk-naar-werkplan voor Brussel was voor de VNV niet acceptabel. Zowel de toekomstverwachtingen die gewekt zijn bij het opstarten van de Rotterdamoperatie als het feit dat er wel degelijk werkzaamheden overblijven in Libië, zijn voor de VNV aanleiding om de lat wat hoger te leggen dan bij de overtolligheid rond het opheffen van de operaties in Brussel.
Ook moet SAW het deel reiskosten boven het fiscaal forfaitair toegestane bedrag vergoeden.

Hoger beroep overtolligheid Schreiner
Helaas is de VNV door het gerechtshof in het ongelijk gesteld en blijft de uitspraak van de kantonrechter Haarlem gehandhaafd. Deze uitspraak houdt in dat SAW niet verplicht wordt de CAO-vliegers in Libië tewerk te stellen.
Omdat er al drie CAO-vliegers zijn benaderd om in Libië te gaan werken op een APRAM-contract, heeft de VNV sterk de indruk dat de zeven arbeidsplaatsen in Libië wel degelijk door CAO-vliegers zouden kunnen worden vervuld.
De VNV wil de zienswijze dan ook getoetst hebben door de bodemrechter.

WRR Den Helder/Maasvlakte
Met de overgang van de Maasvlaktevliegers naar Den Helder wilde de VNV getoetst hebben of de huidige WRR-bijlage nog klopt.
 
Marktconforme beloning
In het protocol 2002/2003 hebben Schreiner, VNV en OVN afgesproken dat er voor 1 juli 2003 gestreefd zou worden naar afronding van de discussie over de marktconforme beloning. Indien deze discussie niet zou worden afgerond, zou er per 1 juli 2003 met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003 een loonsverhoging van 2,5% worden betaald. Eerst op 6 mei ging de discussie van start. De discussie vond plaats onder het voorzitterschap van hoofd Personeelszaken van de Schreiner Luchtvaartgroep.
Op 16 september zijn de eerste concrete benchmarkresultaten door Schreiner op tafel gelegd. Deze liggen heel dicht bij de berekeningen die onze eigen Financieel Economische Commissie had uitgevoerd. Ruwweg zit SAW zo’n 25% onder het niveau van relevante concurrenten.

Pensioenharmonisatie
Schreiner heeft bij de vakbonden in werkgroepverband een voorstel gedaan om te komen tot een volledig nieuw pensioensysteem. Door middel van personeelsbijeenkomsten probeert het bedrijf hiervoor gedragenheid te krijgen. Het tegenvoorstel van de VNV voorziet in een middelloonregeling tot 85.000 euro, een tijdelijk overbruggingspensioen en een indexering. SAW pleit voor een premiesysteem.
Overigens zal het VNV-bestuur een nieuwe pensioenregeling pas goedkeuren na overeenstemming over afspraken over marktconforme beloning.

HEMS-integratie
Afgesproken is dat de HEMS-operatie voor 1 maart geïntegreerd zou moeten zijn in de SAW-CAO.

Overgang FW-vliegers naar RW
In februari 2002 legden VNV en SAW enige hoofdlijnen vast voor de overgang van FW-vliegers naar RW. Een twistpunt bleek de inschaling te zijn.
Uiteindelijk – na discussie met de achterban en de ledenraad – is 50% senioriteit meegegeven aan de ex FW-collega’s.

Overname aandelenpakket
Begin december kondigde SAW de overname aan van het totale aandelenpakket door CHC in Canada. De gevolgen daarvan zijn op moment van publicatie van het jaarverslag nog niet duidelijk.

Gewijzigde samenstelling VNV-overlegdelegatie
René de Groot (bestuurslid) werd vervangen door bestuurslid Erik Stassen. Cas Zeegers en Poer Soewarso hebben eveneens hun werkzaamheden voor de VNV beëindigd; deze mensen zijn niet vervangen. Edwin Soeters werd aangesteld als assistent-bestuurslid, maar vertrok ook al weer snel toen hij hoofd Vliegdienst werd bij SAW. Voor de benchmarkdiscussie is Robert Huizinga betrokken en voor de pensioenmaterie ex VNV-pensioencommissielid André Hermans. Roger Poulussen bleef wel deel uit maken van de overlegdelegatie.
Aan het eind van het jaar heeft de VNV de SAW-ledengroepering opgeroepen een vliegercommissie in het leven te roepen, gezien de veelheid van werkzaamheden die gedaan moeten worden. Bij publicatie van het jaarverslag was de samenstelling nog niet rond.

bovenzijde pagina

Het eerste deel van het jaar heeft de VNV aangedrongen op een gesprek met de directie inzake pensioenaanspraken bij de vorige verzekeraar. Voorts stelde de VNV overleg voor over tijdelijke bijlagen van de lopende CAO en commitment hieraan door de nieuwe directie en de tewerkstelling.

Pensioenproblematiek
Pas in september gaf Air Holland invulling aan de belofte de pensioenproblematiek te onderzoeken en te antwoorden op vele uitstaande vragen. Op het gebied van de pensioenproblematiek is gemeld dat er een overstap is gemaakt van AXA naar een andere verzekeraar, DBV. Daarbij maakt men onderscheid tussen de periode dat het pensioen bij DBV was ondergebracht en de periode bij de Goudse. In de overdracht van AXA naar DBV was verzuimd de bijbehorende premies aan de deelnemers te berekenen. In overleg met de VNV moet hiervoor een oplossing worden gevonden.
Overigens heeft de VNV aangegeven dat de vliegers een andere invulling willen geven aan de vorm van hun pensioen.
In november moet het bestuur tot zijn grote teleurstelling constateren dat AHC haar afspraken niet nakomt ten aanzien van de openstaande punten. Daarom heeft het VNV-bestuur Air Holland gesommeerd tot het betalen van alle achterstallige pensioenpremies, salaris/boeterente en compensatiebetaling. Dat het zelfs bij toepassing van dit rechtsmiddel zo lang heeft geduurd totdat begonnen werd met het afbetalen van de schulden, gaf weinig vertrouwen.

Holland Exel
In december werd de VNV geconfronteerd met de oprichting van een nieuw bedrijf: Holland Exel. Dit bedrijf maakt met Air Exel deel uit van de IMCA-groep.
Holland Exel is voornemens een groot gedeelte van de productie van het noodlijdende Air Holland over te nemen. Ook heeft Holland Exel al bij voorbaat laten weten geen zaken met de VNV te willen doen. Men wilde niet in overleg tot een oplossing komen voor de achterstallige betalingen.
In het contract dat de vliegers is aangeboden is sprake van een proeftijd van een maand. Daarna zou de vliegers een jaarcontract worden aangeboden: een aanslag op de huidige rechtspositie. Voorts vage toezeggingen op pensioengebied.
Het VNV-bestuur heeft in december via twee vliegerbijeenkomsten de vliegers geadviseerd het aangeboden contract niet te tekenen en is van mening dat er misbruik wordt gemaakt van de onzekerheid onder de Air Hollandvliegers. Zij kregen een zeer slecht contract onder druk ter ondertekening voorgeschoteld.
Het bestuur zal in 2004 alles in het werk stellen de Air Holland arbeidsvoorwaarden mee te laten gaan naar Holland Exel, en ook de achterstallige tegoeden voor de vliegers alsnog te verkrijgen.

bovenzijde pagina

AIR EXEL

Op 17 februari 2003 zou het kort geding dienen dat de VNV had aangespannen om Air Exel te dwingen CAO-overleg te voeren met de VNV. Onder druk van dit kort geding, en na veelvuldige correspondentie vlak voor het kort geding, heeft Air Exel – twee minuten voor twaalf – de VNV per fax uitgenodigd voor een bespreking om te komen tot collectieve onderhandelingen. Dit betekende in feite erkenning van de VNV als overlegpartner met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid.

Uiteindelijk – na twee keer afzeggingen van Air Exel-zijde – vond in juni 2003 de eerste bespreking plaats. In dat overleg werd duidelijk dat Air Exel geen afspraken wilde maken met de VNV, maar met de Exelvliegers en deze afspraken vervolgens wilde vastleggen in het ‘Sociaal Handboek’. De VNV wilde uiteraard afspraken vastleggen in een CAO. Uiteindelijk koos het VNV-bestuur er voor de situatie voorlopig te laten bestaan, waarbij Exel toezegde de afspraken met de vliegers niet eenzijdig te zullen wijzigen.

Om een goede overlegstructuur te creëren en goede afstemming, heeft bestuurslid Erik Stassen een oproep gedaan onder de Air Exelvliegers om te komen tot een vliegercommissie. Deze commissie nam het voortouw op inhoudelijke onderwerpen waarbij bestuurslid Stassen en stafjurist Liz van Dijk ondersteunend waren. De lijst van overlegonderwerpen: salaris, WRR, RVL, inhuur derden, arbeids/opleidingscontract en stationering. Er volgden nog vier overlegsessies die hetzelfde karakter hadden: redelijke sfeer, kleine en vage toezeggingen, veel verhalen over de moeilijke situatie van het bedrijf en de relatief ‘verwende’ vliegers. Kortom, de VNV werd aan het lijntje gehouden.
 
Het overleg van 18 november werd als cruciaal beschouwd. Dit overleg verliep dramatisch: de CEO van Exel liet zich vervangen door een functionaris die in een half uur tijd alle voorzichtige toezeggingen van de maanden daarvoor teniet deed.
Naar aanleiding van de ontstane situatie belegde de VNV vliegervergaderingen waar de Air Exelleden zich unaniem uitspraken voor acties om de wensen kracht bij te zetten.

Begin 2004 verkreeg het VNV-bestuur van de ledenraad fiat om acties in gang te zetten, wat via een referendum onder alle leden nog eens werd bevestigd. Pas na de aankondiging van acties door middel van een werkonderbreking in februari, was Air Exel bereid om over de brug te komen. Air Exel erkent de VNV als rechtmatige vertegenwoordiger van haar leden bij dit bedrijf en zal met de VNV overleg voeren om tot een CAO te komen.

bovenzijde pagina

DENIM AIR

Halverwege het jaar vond een kennismakingsgesprek plaats met de Denim Airdirecteur, hoofd Personeelszaken en VNV-bestuurslid Erik Stassen. Denim Air gaf aan bereid te zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden. Voorts constateerde de directie echter dat de organisatiegraad onder de vliegers niet hoog is, waardoor het maken van afspraken met overlegpartners die samen nauwelijks een meerderheid van de vliegers vertegenwoordigen, niet aantrekkelijk is.
Van VNV-zijde is gemeld dat het doel is te komen tot een CAO voor de Denim-vliegers, maar ook geldt voor de VNV dat een substantieel deel van de Denimvliegers dient aan te geven zich door de VNV te willen laten vertegenwoordigen.


In oktober heeft de ledenraad Denim Air conform de statuten erkend en verwierf daarmee ook een zetel in de ledenraad. Kort daarna hebben de vakbonden de aftrap gedaan voor het arbeidsvoorwaardenoverleg bij Denim Air. Tijdens dit gesprek bleek dat ook Denim Air de voordelen ziet van het hebben van een CAO. Ook was er overeenstemming over hoe dit te bereiken. Afgesproken is dat eerst een raamwerk voor een CAO wordt gemaakt waarna de verschillende onderdelen worden ingevuld.
De onderwerpen: indeling/scheduling, loongebouw, pensioenen en senioriteit. In werkgroepverband worden deze onderdelen geanalyseerd en door middel van voorstellen doorgegeven aan een stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Denim Air en de bonden. De VNV pleit daarnaast voor een vliegercommissie bestaande uit Denim Airleden, die onder verantwoordelijkheid van bestuurslid Erik Stassen voorbereidingen treffen voor inhoudelijke overlegzaken.

In november stond vervolgoverleg tussen de bonden en Denim Air gepland om te bespreken hoe de toekomstige CAO er uit moest gaan zien. Daarnaast zou invulling worden gegeven aan diverse werkgroepen. Van de zijde van Denim Air werd dit overleg voor onbepaalde tijd uitgesteld. Aanleiding voor het uitstel is de inmenging van IVW met betrekking tot het toepassen van de werk- en rusttijdenregeling. Denim Air wilde dit eerst intern oplossen alvorens verder te praten over een CAO.
De VNV heeft Denim Air laten weten het te betreuren dat de scheduling problematiek op deze wijze aan de orde is gekomen.

bovenzijde pagina

VNV-NA

De afgelopen bestuursperiode 2003-2004 werd gekenmerkt door scherpe contrasten.
Het VNV-bestuur heeft vanaf het begin getracht DCA zakelijker te benaderen. DCA had kennelijk moeite met de hardere opstelling. De maatschappij bejegende de vliegersgroep vijandig, en verdacht de vliegers ervan de zaak te willen saboteren.


De jarenlang getoonde inzet van de vliegers voor het behoud van de vliegerij op de Nederlandse Antillen, en Curaçao in het bijzonder, toonde echter het tegenovergestelde.
Deze houding van DCA alsook het ontbreken van een CAO, heeft een aantal keren tot conflicten geleid tussen DCA-management en de vliegers. Als gevolg daarvan kenmerkte de werksfeer zich door angst, onrust en een gedemotiveerd vliegerkorps.

Gezien de dreigementen van DCA jegens vliegers die zich niet aan DCA-indelingen wilden houden die mogelijk in strijd zouden zijn met de wettelijke WRR, heeft de VNV-NA keer op keer haar bezorgdheid uitgesproken en aangedrongen om hangende de CAO-onderhandelingen speciaal hiervoor oplossingen te bedenken.
In samenwerking met de bond van cabinepersoneel BCP is april 2003 een WRR-voorstel gepresenteerd dat binnen de wettelijke marges meer flexibiliteit en versimpelde toepassing met zich meebracht. DCA heeft het voorstel bestudeerd, maar verder niet overgenomen, omdat niet aan de eis was voldaan om reserve als rust in de regeling op te nemen.

Binnen de vliegdienst is een reorganisatie op touw gezet die mede heeft geleid tot structurele aanpassingen in de indeling voor cockpit- en cabinepersoneel. Deze aanpassingen hadden als gevolg dat de schema’s met grotere marges werden ingedeeld en zodoende de interpretatieverschillen van de WRR tussen DCA en VNV/BCP geen struikelblok meer vormden.
De hele WRR-zaak is bij de Directie Luchtvaart aanhangig gemaakt, maar tot op heden heeft deze niet op de veelvuldige correspondentie van de VNV-NA gereageerd. Toenadering bij de minister van Verkeer en Vervoer heeft ook geen schot in de zaak gebracht.
Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe WRR, waarvoor de VNV door de Directie Luchtvaart is gevraagd om medewerking te verlenen.

Vanaf de overgang van Air ALM naar DCA op 1 december 2002 werkten de vliegers onder een individuele arbeidsovereenkomst.

Uiteindelijk zijn de CAO-onderhandelingen pas op 20 februari 2003 begonnen, met als gevolg dat de in het overgangsprotocol afgesproken streefdatum ter afronding van de CAO van 1 maart 2003 niet meer haalbaar was. De onderhandelingen zijn door DCA zelfs tijdelijk stopgezet en de achterliggende reden voor de stopzetting was de volgens DCA onflexibele houding van de VNV betreffende het weigeren reserve als rust te beschouwen.
Teneinde kosten te besparen heeft DCA het initiatief genomen om vier DC9-30’s en twee Twin Otters aan te schaffen. De Dash 8 werd uitgefaseerd en een behoorlijk aantal juniore vliegers ondervond een salarisachteruitgang van bijna 40%. Hen werd in het vooruitzicht gesteld dat met uitbreiding op de Mid-Atlantische route in samenwerking met Sobelair hier snel verandering in zou komen.
Ondertussen is Sobelair failliet verklaard en is DCA nu druk bezig een vervangende partner op de Mid-Atlantische route te vinden. Mede door deze laatste ontwikkelingen bij DCA, en het uitblijven van duidelijkheid van de aandeelhouder (regering) voor wat betreft de toekomst van DCA is de financiële situatie van het bedrijf wederom kritiek geworden.

Winair-vliegers
De vertegenwoordiging is verbeterd door het maken van duidelijke afspraken en het vastleggen van de verantwoordelijkheden van beide partijen (VNV-NA en VNV-NA Winair-vliegers).
Momenteel bestaat het vliegerkorps van Winair voornamelijk uit contractvliegers, onder wie ook lokale vliegers. Dit vanwege het feit dat Winair maximale flexibiliteit nastreeft, gezien de grote schommelingen van productie tussen hoog en laag seizoen.
De relatie tussen vliegers en management is goed, ondanks de moeilijke tijden die Winair doormaakt.

bovenzijde pagina

LUCHTVAARTSCHOOL

De twee belangrijkste zaken die bij de KLM Luchtvaartschool in dit verslagjaar speelden waren de verlenging van de CAO en de politie-inval bij de school.

Om met het laatste te beginnen: begin juni 2003 verscheen het officiële rapport van de Raad voor de Transportveiligheid over het vliegongeval bij Eelde op 8 juni 2000. Hierbij botsten twee Beech Bonanza’s op elkaar, hetgeen tot drie doden leidde. Een van de betrokken instructeurs die het ongeval overleefde werd later veroordeeld. Naar aanleiding van dit officiële rapport heeft het Openbaar Ministerie de politie opdracht gegeven om een vooronderzoek te starten jegens de school naar mogelijke strafbare feiten begaan door de school met betrekking tot dit ongeval. Dit leidde tot een politie-inval in augustus 2003 waarbij gezocht is naar documenten die mogelijk bewijs vormen voor door de KLS begane strafbare feiten. De inval leidde tot grote ontsteltenis bij het personeel – het onderzoek loopt nog steeds.

Reeds bij de CAO-besprekingen in mei 2001 had de VNV aangedrongen op evaluatie van het vliegongeval; aanleiding voor die evaluatie voor de VNV lag met name in de aanpak van de school na het ongeval. De KLS startte namelijk naar aanleiding van het ongeval een intern onderzoek en op basis van dat onderzoek werd de instructeur die het ongeval overleefde op staande voet ontslagen. De VNV vocht namens de instructeur dit ontslag op staande voet met succes aan. Meteen na het verschijnen van het officiële eindrapport (pas in juni ’03) is de afspraak om te evalueren gemaakt. In de evaluatie werd onder meer duidelijk dat de school in de preventieve sfeer veel heeft gedaan om herhaling van een dergelijk ongeval te voorkomen.
De VNV heeft haar zorg uitgesproken over het gebruik dat kan worden gemaakt van het interne onderzoek na een ongeval/ernstig incident. Zij meent dat daarvoor een nauwkeurig te omschrijven procedure moet worden beschreven waarin de instructeur bescherming wordt geboden, of wordt gewezen op de mogelijke consequenties voor zijn af te leggen verklaringen.
De school bekijkt nog hoe aan voornoemde zorg inhoud kan worden gegeven.

CAO
Ook dit verslagjaar werd de CAO – het betreft hier een CAO voor het hele personeel – weer met een jaar verlengd en wel van 1 juli 2003 tot 1 juli 2004. De korte looptijd wordt ingegeven door de onzekere situatie waarin de KLS verkeert. Was het aantal aanmeldingen voor de opleiding vóór de nieuwe oorlog in Irak gunstig te noemen, het opnieuw invoeren van een aannamestop bij de grote luchtvaartmaatschappijen in binnen- en buitenland speelt een belangrijke rol voor de continuïteit van de KLS.
Afgesproken werd een salarisverhoging van 2,5% per 1 juli 2003 en een eindejaaruitkering voor twee jaar van € 100,-.
Belangrijk voor de instructeurs is de afspraak dat het gemaakte onderscheid in rechtspositie tussen bepaalde tijd- en onbepaalde tijd-contracters wegvalt. Thans geldt een gelijke behandeling van bepaalde tijd-contracters voor de opbouw van het pensioen en de brevetverliesverzekering. Bovendien werd een compensatieregeling afgesproken voor de instructeurs die op of na 1 januari 2000 op een contract voor bepaalde tijd hebben gewerkt.

Minpunt in het CAO-pakket is de eigen bijdrage in de pensioenpremie (voor nieuw aan te nemen instructeurs 5% – de huidige werknemers moeten 1% betalen, waarvoor zij in het CAO-jaar nog met 250 euro worden gecompenseerd). Reden voor deze bijdrage is de exorbitante stijging van de kosten van de pensioenvoorziening de laatste jaren.
Ook een minpunt is de uitbreiding salaristreden aan de onderzijde salarisgebouw met twee treden.

Reactie achterban
Hoewel over de lagere aanvangssalarissen en verplichte pensioenpremie van 5% van nieuwe vlieginstructeurs kanttekeningen zijn te plaatsen, achten de instructeurs dit gezien de marktsituatie toch verantwoord, zeker gezien het feit dat voor hun toekomstige collega’s bij een contract voor bepaalde tijd in ieder geval wel pensioen wordt opgebouwd en dat voor hen ook een brevetverliesverzekering wordt afgesloten. Voorts is men tevreden dat naast een marktconforme salarisverbetering van 2,5% er nog ruimte was voor een extra eindejaarsuitkering van in totaal 200 euro.

Namens de instructeurs vroeg ledenraadslid Erwin Langejan aandacht voor de doorstroommogelijkheden naar KLM. Het bestuur beloofde hiernaar te zullen kijken.

bovenzijde pagina Professionele zaken

Het aandachtsgebied van professionele zaken omvat alles wat met het functioneren van vliegers in de breedst mogelijke zin te maken heeft. Het betreft onder meer het trainen en beoordelen van vliegers, beoordelingszaken, medische zaken, individuele zaken, incident stress, Human Performance (HUPER) en Crew Resource Management.

De volgende zaken zijn in 2003 aan de orde gekomen:
} Individuele belangenbehartiging. Daar waar nodig werd bijstand verleend in samenspraak met
   de afdeling Juridische Zaken.
} Een verschil van inzicht over het trainen en beoordelen bij KLC heeft geresulteerd in het vormen
   van een werkgroep (VNV-KLC). Deze werkgroep heeft knelpunten opgelost, verdere verschillen
   geïnventariseerd en afgerapporteerd aan KLC en het bestuur van de VNV.
} Verder zijn binnen professionele zaken twee commissies actief, de commissie Training en
   Beoordeling en de Aeromedische commissie.

Commissie Training en Beoordeling
De taak van de commissie is drieledig:
} De leden worden ingezet als waarnemer bij beoordelingszaken. De waarnemer ziet toe op een
   correcte procedure en beschermt de belangen van het lid, waarbij het algemeen belang van
   vliegveiligheid zal prevaleren. In 2003 is er twintig maal bijstand verleend aan vliegers in een
   beoordelingszaak. Het betrof voornamelijk vliegers in omscholing.
} De commissie geeft het bestuur beleidsadviezen over zaken betreffende trainen en beoordelen.
   De commissie heeft bijvoorbeeld input geleverd voor een werkgroep inzake het trainen en
   beoordelen bij KLC.
} Vertegenwoordiging in het IFALPA HUPER-committee. Hier wordt IFALPA-beleid voorbereid
   aangaande Training/Licensing en Human Performance (alsmede Medical, zie Aeromed. cie).
   In 2003 is twee maal een IFALPA-vergadering bijgewoond. Gesproken is o.a. over Line
   Operational Safety Audit, ultra long haul en CRM-training.

De commissie is in 2003 zes maal bijeen geweest.

Commissie Training en Beoordeling
S.J. Becker - voorzitter A.P. Meiresonne
W. Berenschot B.A. Peters (human factors)
T.W.H. Euverman – coördinator R.H.C. Poulussen - jur. adviseur
H.J. van der Heijden G.P. van Son
H.K. Kuipers J.G. Sypkens (human factors)
A.M. Leeman T.J. Volkers - bestuurslid PZ
R.A.J. van Mechelen M.C.A. de Wit

Aeromedische commissie
Deze commissie houdt zich bezig met medische zaken. In 2003 is verscheidene malen medische ondersteuning verleend aan leden. Het gaat hier onder meer om zaken betreffende medische certificatie, luchtvaartmedische vragen en individuele (medische) belangenbehartiging.

Internationaal is er vertegenwoordiging in het IFALPA HUPER-committee (Medical). Deze commissie is in 2003 twee maal bijeen geweest. Er is onder meer gesproken over medicijngebruik, refractieve oogchirurgie (LASIK), vermoeidheid, straling en medische certificatie.
Daarnaast vertegenwoordigen twee leden van de aeromedische commissie IFALPA binnen het JAA-LSST (medical). Het doel van deze bijeenkomsten is de keuringseisen up-to-date te houden. IFALPA is hier als waarnemer (met stemrecht) vertegenwoordigd. Er zijn in 2003 drie bijeenkomsten geweest.

In 2003 is de Medisch Advies Commissie opgestapt uit onvrede met het beleid van de IVW. De VNV deelt deze onvrede. Er is overleg geweest met de IVW over o.a. (interpretatie van) regelgeving. Dit overleg is nog gaande.

Verder is er overleg gevoerd over arbeidsomstandigheden bij de diverse maatschappijen, en regulier overleg gevoerd met het Aeromedisch Instituut.

Projecten waar de commissie zich in 2003 mee heeft beziggehouden zijn onder meer:
} Straling. De commissie heeft zich intensief bezig gehouden met regelgeving hieromtrent.
   Dit heeft zich vertaald in het publiceren van stralingsdosis van vliegers bij KLM en TRA.
} DVT (reizigerstrombose). Er is een onderzoek gestart naar DVT onder vliegers. Het onderzoek
   loopt door tot in 2004.
} Gehoorbeschermingsmiddelen. Er is een werkgroep in het leven geroepen om hierover het
   bestuur te adviseren. Dit is afgerond.
} Problematisch gebruik van middelen. In 2004 zal hier een artikel in OdB over verschijnen.

De commissie is zes maal bijeen geweest.

Aeromedische commissie
Paul Smeele, KLM (voorzitter) Eric Pieters, KLM
Michiel van Haften, MPH Jur Volkers, KLM
Bert Hillmann, KLM Mireille Wildschut, TRA
Ger Maat, adviseur  

bovenzijde pagina

Vliegtechnische Zaken

Onder dit aandachtsgebied vallen de VTZ-commissie, de Accident investigation group (AIG) en de Security commissie. In de loop van 2003 is de organisatie van de commissies onder de loep genomen als onderdeel van de reorganisatie van de VNV. De HUPER-commissie, waarvan vorig jaar onder vliegtechnische zaken verslag werd gedaan, is bij professionele zaken ondergebracht terwijl de naam is veranderd in Aeromedische commissie.

Aan de VTZ-commissie is het onderdeel helikopteroperaties toegevoegd terwijl ook de activiteiten van de Dangerous Goods-specialisten onder de verantwoording van VTZ vallen.
De commissie Vliegveiligheid is qua samenstelling en werkzaamheden niet ingrijpend gewijzigd; de naam is echter veranderd in Accident investigation group (AIG), een aanduiding die het dichtst bij de werkzaamheden en taak van deze ‘commissie’ komt.

Commissie vliegtechnische zaken (vtz)

De Commissie VTZ heeft als hoofdtaken:

  1. Behartigen van vliegerbelangen op vliegtechnisch gebied. Beïnvloeding van wet- en regelgeving is daarbij een wezenlijk eindproduct.
  2. Garanderen en structureren van kennis op vliegtechnisch gebied binnen de VNV.
  3. Het inzetten van expertise op technisch gebied in overlegplatformen die op luchtvaartgebied actief zijn.

De commissieleden hebben zich gespecialiseerd in de aandachtsgebieden Vliegtuig (ADO), Luchthaven (AGE), Luchtruim (ATS/MET); daarnaast heeft interne VNV-reorganisatie ook de deelgebieden ‘New large Aircraft’ en ‘Helikopter’ onder de paraplu van VTZ gebracht.

Commisssie Vliegtechnische Zaken
Rob van Eekeren, KLM (voorzitter) Eric van Droffelaar, KLM
Bart Benard, MPH Koen van Engelen, KLM
Thomas Bos, KLM Jan-Willem Heerink, TRA
Renault Bosma, TRA, best.lid VTZ Jan Rozema, KLM
Robbert Brons, KLM Wido de Wilde, KLM

Overlegstructuur.
De commissie is in 2003 zes maal bijeen geweest en heeft regelmatig extern overleg gevoerd met de luchthaven Schiphol, de luchtvaartautoriteiten, enkele luchtvaartmaatschappijen en het Gilde van verkeersleiders. Leden van de commissie VTZ hebben deelgenomen aan de IFALPA committees Aircraft Design and Operations (ADO), Airport Ground Environment (AGE), Meteo en Air Traffic Services (ATS). Ook wordt door VTZ-leden IFALPA of ECA vertegenwoordigd bij de Joint Aviation Authorities (JAA), bij Eurocontrol en bij het International Bird strike committee.

De doelstelling voor 2003 was de beoogde veranderingen ten gevolge van de veranderde commissiestructuur goed te verwezenlijken. Vastgesteld kan worden dat de veranderingen soepel zijn opgevangen door de commissie VTZ. Een gevolg van die verandering was dat ook helikopteroperaties onder de verantwoordelijkheid van VTZ kwam te liggen. Een permanente HEL-vertegenwoordiger maakt in 2003 nog geen deel uit van de commissie VTZ; het bestuurslid VTZ heeft deze taak waargenomen, bijgestaan door Nico Oord (SAW).

Doelstelling 2004. De VNV is voornemens om middels een (wetenschappelijk) onderzoek zichtbaar te maken wat de leden, lijnvliegers, ervaren als potentiële bedreigingen voor de vliegveiligheid. De resultaten van het onderzoek zullen middels een symposium aan de leden worden teruggekoppeld. We verwachten dat de uitkomst van het symposium in positieve zin zal bijdragen aan de vliegveiligheid. Het beleid van de VNV is erop gericht om in het spanningsveld dat bestaat tussen economie (capaciteit), milieu en vliegveiligheid, het element veiligheid voldoende onder de aandacht te brengen.


Luchthaven: Airport & Ground Environment

Internationaal
De IFALPA commissie Airport Ground Environment (AGE) houdt zich bezig met alle aspecten van de uitrusting en regelgeving met betrekking tot luchtvaartterreinen; deze zijn in Annex 14 opgenomen.
Rob van Eekeren is tot vice-voorzitter van deze commissie gekozen. De VNV wordt afwisselend door hem of door Eric van Droffelaar vertegenwoordigd. Beide AGE-vergaderingen zijn door hen bijgewoond en namens de VNV zijn diverse onderwerpen ingebracht. Actuele zaken waarmee AGE zich bezig houdt zijn: Visual Aids, Runway incursions, Runway braking action, Ground de-icing, capaciteit van luchthavens, RFFF en het gevaar van vogelaanvaringen. In 2003 heeft AGE zeer gedetailleerd de vigerende IFALPA Annex 14 onder de loep genomen en is deze grotendeels herzien. Bovendien is de eerste Airport Liaison Representative (ALR) cursus gehouden, waaraan Rob van Eekeren heeft deelgenomen. Deze cursus van IFALPA heeft als doel om, op lokaal niveau, vliegers met luchthavenautoriteiten contact te laten onderhouden en praktijkervaringen een rol te laten spelen bij veiligheidsbeleid.

Nationaal
De minister van Verkeer en Waterstaat en de minister van Defensie hebben in 1997 een nationale Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL) ingesteld. Namens de VNV heeft Eric van Droffelaar zitting in deze commissie (zie ook ‘projecten’).

Luchtruim: Air Traffic Services

Internationaal
Afgelopen jaar zijn namens de VNV twee vergaderingen bezocht van IFALPA Air Traffic Services (ATS), één in Brussel en één in Washington. Daarnaast zijn twee ECA-vergaderingen in Brussel bezocht. Koen van Engelen en Jan-Willem Heerink hebben afwisselend de VNV vertegenwoordigd.

De ontwikkelingen op ATS-gebied gaan snel en raken direct het dagelijkse werk van de vlieger, zoals deze opsomming van ATS-onderwerpen laat zien:
Wereldwijde implementatie van RVSM en het monitoren van de prestaties van RVSM-gecertificeerde toestellen.
• Nieuwe ontwikkelingen op AFTM-gebied.
• Aanpassen van ICAO Lost Communicaton Procedures.
• Invoeren van SSR mode S, en downlinken vliegtuigparameters naar ATC.
• Het in overeenstemming met ICAO RT fraseologie brengen van de RT-procedures die in de VS worden gebruikt.
• De verantwoordelijkheid voor de separatie overdragen van ATC naar de vlieger.
• Verdere implementatie van RNP-RNAV en P-RNAV-naderingen.
• Flexible use of airspace management (FUA).

Nationaal
De contacten met het Nederlandse luchtverkeersleiders Gilde zijn goed. Afgelopen jaar is er vier maal een bijeenkomst geweest waar vertegenwoordigers van het Gilde en de VNV elkaar hebben ontmoet. Onderwerpen die afgelopen jaar aan de orde kwamen waren onder meer:
Runway Safety issues, Veiligheid Efficiëntie Milieu (VEMER)-discussie rond Schiphol. Gebruik van parallelle banen en de problemen die hierbij
ontstaan, go-around hoogtes, en afwijkende Missed approach procedures.

Luchtruim: Meteorologie

Internationaal:
Namens IFALPA heeft Jan Rozema deelgenomen aan de PTMETAOP (Project team on Meteorological Parameters) een subgroep van de METG (Meteorologie werkgroep van ICAO), Wenen, 23-24 april 2003.

Hierbij behandelde onderwerpen waren onder meer:
} Definities, standaardisatie en verbetering van metingen van meteorologische parameters zoals
   wind/gust, bewolking, zicht, actueel weer, en RVR.
} (On)mogelijkheden, beperkingen en doelmatigheid van metingen en regelgeving v.w.b.
   automatische observaties.
} Korte termijn forecast van RVR.
} Productie van een standaard forecast (formulier) voor gebruik door vliegveldautoriteiten t.b.v.
   baankeuze.
} Standaardisatie van dwars- en staartwindcomponenten; wijze van definiëren, meten, berekenen
   en rapportering van wind en gustwaarden.
} Windmeting: ontbreken van back-up sensors, problemen locatie.

AMOSSG: Automatic Meteorological Observations Study Group (Montreal): Dit is een subgroep van ICAO, die zich bezig houdt met procedures t.b.v. automatische waarnemingen.
IFALPA zoekt (nog steeds) naar een vertegenwoordiger in deze groep!

IFALPA ANNEX III:
Jan Rozema heeft een complete herziening van het IFALPA policy handboek voor meteorologie gepresenteerd. Bijna alle voorstellen zijn aangenomen. Discussieonderwerpen zoals RVR en temperatuur/dauwpunt rapportage en het herplaatsen van windshearinformatie naar een ander handboek waren doorgeschoven naar de volgende ATS-vergadering in Kaapstad. Deze voorstellen zijn daar aangenomen, zodat Annex III nu up to date is.

Nationaal:
In de VNV-VTZ-commissie zijn onder meer de volgende meteorologieonderwerpen behandeld:
} Dwars- en staartwind: gebruik; definiëring; meetfouten, certificatie e.a.
} Relatie baanfrictie (neerslag e.a) en windlimieten.
} Turbulentie en windgedrag bij verstoring door bebouwing.
} Grenslaagonderzoek.
} Windgedrag boven zee.
} Definitie en meting van vertikaal zicht.
} SVR (slant visual range) schuin gemeten baanzicht in relatie tot RVR.
} Introductie van AUTOMETAR in Nederland. (Een volledig geautomatiseerd weer rapport, zonder
   tussenkomst van waarnemers).
Meeste bovenstaande onderwerpen lopen parallel met Commissie Vogelpoel, Werkgroep dwarswind, Schiphol, Luchtvaartwet en Internationale groepen.

Vliegtuig: Aircraft Design & Operations

Internationaal
De IFALPA-commissie Aircraft Design & Operations (ADO) houdt zich bezig met ontwikkeling van beleid met betrekking tot vliegtuigontwerp en de operatie met verkeersvliegtuigen. In internationaal verband wordt door de commissie getracht invloed uit te oefenen op de besluitvorming bij ICAO, overheden, vliegtuigfabrikanten en luchtvaartmaatschappijen. Daarom wordt door IFALPA actief deelgenomen aan verschillende ICAO panels (OPS panel, Airworthiness Panel, AWOP, GNSSP, OCP), JAA committees (Operations Sectorial Team, AWO C, Equipment SC, Performance SC, ATM/CNS SG), SAE S-7 en zijn er veelvuldig contacten met Boeing en Airbus.
Afgevaardigden voor de VNV in de ADO zijn wisselend Robbert Brons, Wido de Wilde of Thomas Bos.

In 2003 is door Robbert Brons de IFALPA ADO-vergadering te Kaapstad bijgewoond. Een greep uit de uiteenlopende onderwerpen van afgelopen jaar: navigatiedatabase integriteit, EROPS, bogus parts, new navigation and landing systems, onboard video-surveillance, elektrische brand- en rookprocedures, ontwerp en operatie van B777 en A380, nauwkeurigheid van passagiersgewichten, auto speedbrakes en auto GPWS pull-up.
Dankzij de inspanningen van de VNV is veel aandacht geschonken aan crosswind operatie en het baantoewijzingsysteem in dwars- en staartwindomstandigheden. Verder is door de VNV windveldverstoringen door terrein en omgevingsbebouwing onder de aandacht gebracht. Een IFALPA policy, voorbereid door de VNV, betreffende het gebruik van thrust reverse, is in het afgelopen jaar in ICAO overgenomen. Dat betekent dat in vliegveldinformatie het gebruik van meer dan idle reverse thrust niet mag worden verboden. Dit is vanwege geluidhinder vaak wel het geval.
Daarnaast vertegenwoordigde de VNV IFALPA in de ICAO CAEP, enkele JAA-werkgroepen en is deelgenomen aan de evaluatie van de B777 OFCR.

Nationaal
VTZ-lid Robbert Brons vertegenwoordigt de VNV in de crosswind werkgroep.

Joint Aviation Authorities (JAA)

Performance sub committee
Thomas Bos vertegenwoordigt IFALPA binnen de JAA Performance Subcommittee. De Performance Subcommittee is verantwoordelijk voor JAR OPS-wetgeving op het gebied van de vliegtuigprestatieleer. De laatste jaren is veel energie gestoken in het harmoniseren van deze wetgeving tussen JAA en de FAA, waarbij met name onder commerciële druk niet altijd voor de meest wenselijke oplossing vanuit vliegeroogpunt gekozen werd. Vooral de voorstellen zoals deze gedaan waren voor de dispatch-eisen ten aanzien van contaminated runways lieten veel te wensen over en zouden potentieel gevaarlijke situaties mogelijk maken. Door de inzet van IFALPA zijn deze voorstellen afgewezen en zullen dus aangepast moeten worden om een voor alle partijen acceptabel eindresultaat op te leveren.
Afgezien hiervan heeft de FAA helaas te kennen gegeven dat gezien de huidige veiligheidssituatie harmonisatie een lage prioriteit heeft. Vanuit de JAA Performance Subcommittee zal echter de nodige druk uitgeoefend worden om de afspraken aan beide zijden van de oceaan in te voeren.

JAA Equipment sub-group
Wido de Wilde vertegenwoordigt IFALPA binnen de JAA Equipment sub-group (EQSG). De EQSG is verantwoordelijk voor aanpassingen in JAR-OPS 1 voor de hoofdstukken K en L. Deze gaan over instrumenten, navigatie- en nooduitrusting.
Wegens samenloop met omscholing is dit jaar slechts één vergadering bijgewoond in Hoofddorp. Dit betrof een gezamenlijke vergadering van de EQSG en de Oxygen Study Group (OSG) die geheel gewijd was aan de behandeling van een wijzigingsvoorstel de Oxygen A-NPA, die eind 2002 door de OSG is uitgebracht. Deze A-NPA stelt voor de vereiste supplemental en first aid oxygen te reduceren.
Omdat IFALPA en de ECA er belang aan hechten dat minimumeisen in voorschriften niet zonder meer worden verminderd, is er een breed gedragen reactie opgesteld met betrekking tot deze voorstellen. De EQSG heeft zich aangesloten bij het commentaar van IFALPA en ECA en de A-NPA is hiermee van de baan, tot aan bepaalde voorwaarden van IFALPA en ECA wordt voldaan.

Crosswind werkgroep, phase 2
Windinvloeden bepalen in belangrijke mate capaciteit, milieu en veiligheid op Schiphol. Teneinde meer uur- en jaarcapaciteit op veilige wijze op Schiphol te kunnen garanderen, die binnen de huidige en toekomstige milieueisen op Schiphol vallen, worden mogelijke aanvullende maatregelen onderzocht op effecten voor veiligheid, efficiëntie en milieu.
Robbert Brons heeft namens de VNV zitting in de crosswind working group, phase 2. Deze werkgroep heeft tot doel met voorstellen te komen die leiden naar een verhoging van de uur- en jaarcapaciteit via een veilig en werkbaar baantoewijzingsysteem op Schiphol.
Alle processen, op de grond en in de cockpit, zijn tegen het licht gehouden en verbeteringen zijn voorgesteld daar waar nodig en haalbaar. Een uiteindelijke veiligheidsanalyse moet de combinatie van verbeterpunten vertalen in verhoogde veiligheid en capaciteit. Belangrijke winstpunten zijn onder meer een meer eenduidige crosswindlimiet en verbeterde windinformatie, mogelijk gemaakt door verbeterde simulaties en vernieuwde inzichten. Dit leidt tot relevante en betrouwbare windinformatie voor het aanvlieggebied en de gehele landingsbaan met een zeer geringe kans op overschrijding van gestelde windlimieten.
Van belang is dat dit project vooruitloopt op ontwikkelingen elders en tevens op de ICAO-regelgeving.

ICAO CAEP (committee on aviation environmental protection)
De ICAO CAEP is verantwoordelijk voor ICAO Annex 16, environmental protection en voor het ontwerp van uitstoot- en geluidgerelateerde policies in de overige annexen. Een belangrijk geschilpunt in het afgelopen jaar betrof het voorstel van een take-off thrust derate van motoren om zodoende vliegtuigen te laten voldoen aan Chapter 4 geluidseisen. IFALPA verzet zich sterk tegen een vaste thrust derate voor milieuredenen. Zonder override mogelijkheid gaat dit ten koste van veiligheid.
Overige onderwerpen die in deze commissie de aandacht hebben: nieuwe vertrek- en aanvliegprocedures, certificatie, nieuwe emissienormen en geluidsnormen, belastingheffing op tickets en brandstof, ontwikkeling en aanpassing van de landside van luchthavens.
Steering committee on runway safety
Namens de Europese Cockpit Associatie (ECA) heeft Rob van Eekeren zitting in het Steering Committee (SC) Runway safety van EUROCONTROL. Door het SC is een plan opgesteld ter voorkoming van Runway Incursions. Dit plan is onder meer verstuurd aan alle overheden en luchtvaartmaatschappijen in Europa. Implementatie van dit plan wordt in 2004 verwacht. Naar verwachting zal hierdoor de runway safety aanzienlijk verbeteren. Voorts is onder auspiciën van het SC een cd gemaakt en beschikbaar gesteld aan alle vliegerverenigingen. Ten slotte wordt gewerkt aan harmonisatie van de maatregelen binnen ICAO wat zal uitmonden in één ICAO document over runway safety.

Projecten

Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL)
Op 1 september 1997 hebben de ministers van Verkeer & Waterstaat en van Defensie een Nationale Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL) ingesteld. Het doel van de CVL is de minister(s) gevraagd en ongevraagd te adviseren over maatregelen ter beperking van de risico’s van aanvaringen tussen vogels en luchtvaartuigen. De CVL wordt voorgezeten door de IVW en hierin hebben zitting vertegenwoordigers van de Koninklijke Luchtmacht, het Ministerie van Landbouw & Visserij, de Luchtverkeersbeveiliging, Amsterdam Airport Schiphol, KLM, de Vogelbescherming Nederland, de vereniging van Nederlandse Luchthavens en de VNV. Een operationele vliegerinbreng is ook hier van belang. Hoewel ook de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen een belang in dit onderwerp hebben en in staat zijn een vlieger input te laten geven, wordt deze operationele input alleen door de VNV in de persoon van Eric van Droffelaar geleverd.
De CVL vergadert ieder kwartaal. De unieke samenstelling van de CVL geeft de VNV ingangen bij drie ministeries en bij een aantal organisaties, wat van direct belang is voor de ontwikkeling van de luchtvaart.
Nederland loopt door de instelling van deze commissie internationaal voorop bij de ontwikkeling van beleid ten aanzien van beperking van het risico van vogelaanvaringen. Ook IFALPA heeft deze materie hoge prioriteit gegeven en heeft dit jaar een geheel nieuw beleid met betrekking tot vogelaanvaringen geformuleerd. De VNV speelt hierbij een leidende rol. Nederland is momenteel de voorzitter van het International Bird Strike Committee (ISBC).

IFALPA Airport Liaison Representative programme (ALR)
In 2002 is tijdens de IFALPA jaarvergadering besloten om een IFALPA ALR-cursus op te zetten. De bedoeling is dat geselecteerde leden deze ALR-cursus volgen, een certificaat krijgen en vervolgens daarmee een dialoog starten en voeren met specifieke luchthavens. Naar verwachting zal die dialoog leiden tot een betere en veiligere luchthavenoperatie. De cursus beslaat in hoofdzaak wet- en regelgeving zoals aangegeven in annex 14 en de cd daarvan wordt ter beschikking gesteld aan de cursisten. Momenteel zijn er zes ‘tutors’ waaronder een VNV-lid, Rob van Eekeren.

B777 crewrest
Begin 2003 is door Wido de Wilde namens IFALPA deelgenomen aan de Boeing 777 Overhead Flight Crew Rest (OFCR) evaluation visit bij Boeing en Flight Structures Inc. (FSI) te Seattle.
Bij Boeing te Everett was een bijeenkomst georganiseerd waaraan specialisten van Boeing, de FAA, IFALPA en US ALPA deelnamen. Het doel van de bijeenkomst was de B777 crew- rest op zich te beoordelen, maar ook om de Taxi, Takeoff and Landing (TT&L) certificatie van de OFCR te bespreken. Hierbij werd gebruik gemaakt van meerdere mock-ups. Onder bepaalde voorwaarden met betrekking tot evacuatiemogelijkheden, emergency lighting en equipment, is IFALPA voorstander van deze certificatie. Verder is aandacht geweest voor het
geluidniveau, het klimaat, het slaapgedeelte en het zitgedeelte. Met name de stoelen werden onvoldoende bevonden, zo was de afstand tot het dak te laag.
Gedurende het bezoek aan FSI zijn meerdere B777 OFCR-configuraties en mock-ups voor de B777 beoordeeld op dezelfde facetten als bij Boeing. Geconcludeerd kan worden dat FSI veel flexibeler is ten aanzien van de configuraties en mogelijkheden dan Boeing.

Helikopteroperaties in het luchtruim boven de Noordzee
De tweede helft van 2003 is, onder leiding van IVW divisie luchtvaart, dit project uitgevoerd om de vliegveiligheid boven de Noordzee te verbeteren. Nico Oord heeft namens de VNV hieraan meegedaan. 17 december 2003 is het advies met daarin dertien aanbevelingen aan de DGL overhandigd. De projectgroep bestond uit organisaties als defensie, oliemaatschappijen, LVNL, luchtvaartmaatschappijen en vakorganisaties waaronder dus de VNV.
De projectgroep heeft eerst de problemen in kaart gebracht. Met deze inventarisatie is een risicoanalyse gemaakt. Vervolgens is een concept of operations (CONOPS) opgesteld waarin vooral de blik op de toekomst is gericht. Er is een vergelijking gemaakt met de andere Noordzeestaten voor wat betreft de inrichting en gebruik van het luchtruim. Ten slotte zijn in een aantal brainstormsessies de oplossingen besproken en opgesteld.
De aanbevelingen richten zich op het instellen van voldoende SAR capaciteit, verbetering van communicatie en radardekking, zorgen voor voldoende vluchtinformatie en verhoging van de luchtruimclassificatie.
Er is een taskforce ingesteld die begin 2004 aan de slag is om de implementatie van de verschillende voorstellen te begeleiden en de voortgang ervan te controleren.


Accident Investigation Group

De AIG startte in het jaar 2003 nog met zijn vorige naam: Vliegveiligheidscommissie. De naam Vliegveiligheidscommissie werd in de afgelopen jaren gehanteerd mede omdat de commissie zich breder wilde profileren en niet alleen een groep experts wilde zijn in onderzoek naar aanleiding van ongevallen/incidenten. De commissie wilde ook een denktank vormen op ander vliegveiligheidsgebied en binnen de vereniging een aanspreekpunt zijn voor zowel het bestuur als voor de leden.
Het bleek echter dat de commissie een onafhankelijke – door de VNV gefaciliteerde – groep investigators zou moeten zijn om een heldere scheidingslijn tussen arbeidsvoorwaardelijke en beroepsmatige aspecten te waarborgen. Dit uitgangspunt stond op gespannen voet met de wens zich op ander vliegveiligheidsgebied te begeven.
Tijdens de reorganisatie binnen de VNV is deze spanning weggenomen. De commissie is weer gefocust op zijn eigenlijke taak en de werkzaamheden zijn door de naamswijziging voor iedereen duidelijker geworden. De term AIG is verder ook binnen het internationale karakter van IFALPA herkenbaar en algemeen geaccepteerd.

De AIG bestaat uit een groep van ongeveer twintig leden die hun dagelijkse werkzaamheden hebben als verkeersvlieger bij luchtvaartmaatschappijen waarmee de VNV een CAO heeft afgesloten. Deze vliegers hebben een opleiding tot ongeval- onderzoeker gevolgd conform de normen die IFALPA hieraan stelt en hebben tot taak hun expertise te leveren bij een vliegveiligheidsonderzoek indien de Raad voor de Transportveiligheid daarom verzoekt of bij een luchtvaartmaatschappij volgens de geldende afspraken.

In de eerste helft van 2003 hebben twee vliegers de investigators-opleiding gevolgd bij het Southern California Safety Institute ter vervanging van twee leden die de commissie dit jaar hebben verlaten. In de tweede helft van het jaar hebben twee vliegers een opleiding tot incidentonderzoeker gevolgd bij een instituut in Nederland. Na een evaluatieperiode zal worden bekeken of deze opleiding het gewenste niveau heeft om later ook andere vliegers deze opleiding te laten volgen.
Tevens heeft de AIG afscheid genomen van voorzitter Hans Marijnen die een functie bij de Kamer Luchtvaart van de RvTV heeft aanvaard.

De AIG heeft in 2003 deelgenomen aan diverse onderzoeken van de Raad voor de Transportveiligheid. Bij de deelname wordt de AIG-onderzoeker namens de gehele vliegergemeenschap ter beschikking gesteld aan de Raad en werkt hij onafhankelijk van de VNV mee aan het onderzoek. Hiermee wordt aan de vliegergemeenschap een signaal afgegeven dat de VNV al het mogelijke doet om het veiligheidsonderzoek onafhankelijk en objectief te laten plaatsvinden.

De AIG heeft in 2003 bij de RvTV meegewerkt aan het vliegveiligheidsonderzoek van de volgende ongevallen:
} Mid-air botsing van twee KLS lesvliegtuigen boven Smilde.
} Serious incident van een KLC Fokker 70 nabij Turijn.
} Ongeval van een Turkse MD80 op vliegveld Eelde.
} Serious incident van een Transavia B737 op vliegveld Zestienhoven.
} Ongeval van een Fokker 50 op vliegveld Schiphol.

Naast de deelname aan de onderzoeken bij de Raad voor de Transportveiligheid neemt de AIG ook deel aan onderzoeken naar aanleiding van incidenten bij diverse Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Daarvoor bestaat er met de KLM reeds enkele jaren een vastgelegde samenwerking conform afspraken in de vlieger-CAO en is medio 2003 een soortgelijke afspraak tot stand gekomen met Martinair.

Bij Transavia zijn de gesprekken gestart om tot goede samenwerking in veiligheidsonderzoek te komen en is het de intentie van beide partijen om deze vast te leggen in de CAO.
De gemaakte afspraken met Schreiner, om samen vliegveiligheidsonderzoek te doen, lopen in de praktijk goed, hoewel een en ander nog niet in details is vastgelegd in de CAO.
De AIG heeft in 2003 onder andere meegewerkt aan de onderzoeken naar aanleiding van twee incidenten binnen de KLM, drie incidenten bij Martinair en diverse kleinere incidenten bij Schreiner Northsea te Den Helder.

De AIG kan reeds enkele jaren als waarnemer deelnemen aan vluchtanimaties bij de KLM.
Er zijn in het afgelopen jaar 24 vluchtanimaties aangemeld waarvan de AIG er tien heeft bijgewoond.
Sinds medio 2003 zijn er met Martinair afspraken gemaakt rond het gebruik van vluchtgegevens, maar dit heeft nog niet geleid tot een gezamenlijke vluchtanimatie.

Andere werkzaamheden
Nationaal
De voorzitter van de AIG neemt, namens het bestuur van de VNV, deel aan de volgende projecten:
} Regeling gebruik vluchtgegevens en deelname incidentonderzoek Transavia.
} Task Force bescherming gebruik vluchtgegevens.
} Ontwerp ‘Accident/Incident Response Plan’. Dit is een draaiboek van de VNV waarin de
   werkzaamheden van diverse functionarissen van de VNV beschreven staan in het geval dat leden
   van de VNV betrokken raken bij een vliegtuigvoorval.

Tevens hebben twee commissieleden zitting gehad in de begeleidings- en in de eindbeoordelingscommissie van een student aan de Technische Universiteit te Delft (faculteit Technische Bestuurskunde), die in de tweede helft van 2003 is afgestudeerd met de scriptie ‘Leren van geschiedschrijvende vliegtuigongevallen’.

Internationaal
Een commissielid heeft namens de AIG zitting in de Accident Analysis Committee (AAC) van IFALPA. Deze groep investigators bewaakt mondiale trends en analyseert onderzoeksrapporten die van belang kunnen zijn voor de verkeersluchtvaart. Kwalitatief slechte en ongebalanceerde rapporten worden geanalyseerd en IFALPA neemt dan actie richting de desbetreffende onderzoeksinstantie. Om de effectiviteit van de werkzaamheden van deze commissie te vergroten en de communicatielijnen met de industrie zo kort mogelijk te houden zijn tijdens de vergaderingen altijd onderzoekers en vertegenwoordigers van Airbus, Boeing en ICAO aanwezig.

Ook neemt dit commissielid namens IFALPA plaats in de Joint Safety Strategy Initiative (JSSI). Dit Safety Initiative maakt deel uit van de transitie van de JAA naar de European Aviation Safety Association (EASA). Er wordt nauw samengewerkt met de Amerikanen die met hun activiteiten binnen het Commercial Aviation Safety Team (CAST) het JSSI ondersteunen.

Accident Investigation Group
L.J. Hartman, KLM, voorzitter J.O. Lafour, TRV
R.G. Vossen, KLM, vice-voorz. J. Marijnen, KLM, adviseur
R.E. Boer, MAC L. van Munster, KLM, adviseur
B. Bonke, KLM N. Oord, SAW
R.H.P. Bosma, TRV W.A. van Polen, TRV
S.E. van Dijck, KLM J.H. Telders, KLM
K.C. van Engelen, KLM, asp. lid V. Telkamp, KLM
J.G.H.W. Knijff, MAC A. Westerdijk, KLM
T.W. Kreek, KLM  

Dangerous goods

De commissie Dangerous Goods (DG) participeert in de ontwikkelingen rond de internationale regelgeving met betrekking tot alle aspecten van het vervoer van gevaarlijke stoffen. IFALPA wordt daartoe vertegenwoordigd in achtereenvolgens het ICAO Dangerous Goods Panel, de IATA Dangerous Goods Board, de IATA Life Animal Board, de IATA Dangerous Goods Training Task Force, de IAEA en de JAA Dangerous Goods European Liaison Group. Eveneens is er vertegenwoordiging bij de UPU/PSAG Interagency Project on Dangerous Goods en de UN Committee of Experts.

In april, mei, juni, juli, september, oktober en november werden namens IFALPA respectievelijk de IFALPA-jaarvergadering op Madeira, een ICAO-vergadering in Montreal, een UPU-vergadering in Kopenhagen, een IFALPA-werkgroep in Chertsey, een WHO-werkgroep in Washington, een ICAO-vergadering in Montreal en een JAA-vergadering in Athene bijgewoond.
In oktober werd namens de VNV een IFALPA Dangerous Goods Committee-vergadering in Panama bijgewoond. Op deze IFALPA DG Committee-vergadering is Dick Gierlings herkozen voor een tweede termijn als voorzitter van het IFALPA Dangerous Goods Committee.

Afgezien van nationale ad hoc DG-contacten, liggen de activiteiten meer op het internationale vlak gezien het bekleden van zowel het voorzitterschap als een vice-voorzitterschap van het IFALPA Committee door twee VNV’ers.

Security commissie

Dit jaar is door de commissieleden gebruikt om kennis te vergroten en werkzaamheden verder uit te breiden. In een van de laatste vergaderingen is besloten om de structuur van de commissie te veranderen. Er zal worden overgegaan van generalisten in de commissie naar specialisten. Een ieder zal zich gaan richten op één of twee afzonderlijke aspecten van de security in de luchtvaart. Bijvoorbeeld: airport security, aircraft security, wetgeving nationaal en internationaal, etc. Dit wordt in 2004 verder uitgewerkt en voorgelegd aan het bestuur.

In het nationale overleg is de commissie vertegenwoordigd in overlegstructuren van Justitie, IVW en AIVD. Dit overleg heeft er het afgelopen jaar voor gezorgd dat de vereniging invloed had in het nieuwe Nationale Veiligheidsplan Burgerlucht- vaart, de nieuwe regelgeving aangaande ‘In Flight’ security van IVW en de risicoanalyse voor de burgerluchtvaart van de AIVD. Deze vertegenwoordiging zal komend jaar worden voortgezet door Nico Voorbach en Han Luchsinger. Aan het einde van het jaar raakte de discussie over air marshals in Nederland in een stroomversnelling. Nico Voorbach woont dit overleg – dat wordt voorgezeten door Justitie – samen met het bestuur bij.
Bij de diverse luchtvaartmaatschappijen blijkt dat het ‘11 september-effect’ verdwijnt. Men is niet meer zo genegen om veel tijd te steken in security of om daarin te investeren. Met de KLM is wel een zeswekelijks overleg afgesproken met KLM/AV waar diverse zaken worden besproken. Bijvoorbeeld ASR’s aangaande security, security-gevoelige bestemmingen en het Airline Security Manual (CSM).
Met KLM is afgesproken dat de security-rapporten van crews richting maatschappij mogen worden ingezien om hierover eventueel advies te kunnen geven. Dit geldt ook voor KLM Cityhopper. De stuurgroep security van de KLM is opgeheven.
Met Transavia is afgesproken dat altijd in overleg kan worden getreden met het security department om de actuele zaken door te nemen. Martinair heeft hetzelfde aanbod gedaan. Het probleem hier is dat er geen vertegenwoordiger van Martinair in de security commissie zit en de commissie dus afhankelijk is van de input van de individuele vliegers.
Met de Schreinervliegers moet nog uitgewerkt worden hoe op security gebied hun belangen kunnen worden behartigd.

Internationaal heeft de security commissie een rol van betekenis kunnen spelen in het overleg met ICAO, ECAC, EU, IATA etc. Dit kon doordat veel expertise aanwezig is in de IFALPA Security Commissie.
Nico Voorbach was in 2003 vice chairman van deze commissie en zal die functie ook in 2004 vervullen. De commissie heeft het voornemen om naast Nico ook Rob Prange naar de IFALPA-vergaderingen te sturen teneinde continuïteit in de vertegenwoordiging bij IFALPA en expertise te blijven waarborgen.

Securitycommissie
Nico Voorbach, KLC, voorzitter/internationale/nationale zaken
Iris Tangerink, KLM, secretaris/KLM-zaken
Rob Prange, KLM, KLM-zaken/internationale zaken
Han Luchsinger, TRA, Transavia- en Martinair-zaken/nat. zaken
Rob Oude Elferink, KLC, KLC-zaken

bovenzijde pagina

Overige VNV-Commissies

Commissie FEA

De commissie Financiële en Economische Analyse heeft drie aandachtsgebieden:
• Benchmark
Dit houdt het vergelijken van (arbeidsvoorwaardelijke) gegevens in. Het afgelopen jaar is er een benchmark gehouden onder de helikoptervliegers van Schreiner. Talloze variabelen zijn vergeleken met die van drie andere relevante collega’s. De uitkomsten zijn onderschreven door de werkgever en vormen een onderdeel van het overleg.
Ook de Eurobenchgroup is dit jaar twee keer bij elkaar gekomen om arbeidsvoorwaardelijke gegevens uit te wisselen. Deze werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van diverse Europese vliegerverenigingen. Het gestandaardiseerde document is verder uitgewerkt zodat we een nauwkeurig beeld hebben van de arbeidsvoorwaarden van netwerk “carriers” in Europa. In dit verband is de virtuele luchtvaartmaatschappij ‘Bench-air’ opgericht, waar de gemiddelden van een aantal parameters worden weergegeven. Het standaarddocument zal nog verder uitgebreid worden en voor het verder vormgeven van Bench-air zullen ook de nodige gegevens door een ieder verzameld worden.
Door de aangekondigde fusie van KLM en Air France is een korte vergelijking gemaakt van de salariskosten van vliegers bij deze maatschappijen. In verband met dit onderwerp is er ook een vergelijking gemaakt van financiële rapportages van de bedrijven. Verder is er samen met onze Amerikaanse collega’s van US-ALPA een overzicht gemaakt van de netwerken van KLM en Air France. Deze informatie wordt momenteel gebruikt door het bestuur.
• Belastingen
Ook dit jaar zijn weer vele vragen van leden op het gebied van belastingen beantwoord. Een steeds terugkerend onderwerp is de studieschuld. Doordat in het nieuwe belastingstelsel de aftrek beperkt is en door introductie van steeds meer beperkende maatregelen (hypotheekr