|
 |
VNV-jaarverslag 2002 |
ALGEMEEN
Met 42% was de gemiddelde opkomst van leden bij de
ledenraadsvergaderingen iets hoger dan het jaar ervoor. De in mei geïnstalleerde
ledenraad kwam in 2002 acht keer bijeen. Er werden in deze periode 35 moties
behandeld.
Mutaties bestuur
Nadat het team De Vries/Van Zwol – na een verkiezing met het team Van Beek/De
Boer – in mei 2001 aantrad en het bestuur had geformeerd, heeft Frits Broens
in juli 2002 z’n bestuursportefeuille overgedragen aan Karel Merks.
Dat betekent dat de samenstelling van het bestuur in 2002 er als volgt uit
zag:
Dagelijks bestuur:
Henk de Vries, president;
Evert van Zwol, vice-president;
René de Groot, secretaris;
Renault Bosma, penningmeester/vliegtechnische zaken;
Hans Tettero, algemene zaken.
Overige bestuursleden:
Karel Merks, Martinair-zaken;
Jan-Jaap Hartog, KLM-KLC-zaken;
Jan Roos, Transavia-zaken;
Joop Sint Jago, professionele standaard;
Paul ten Velden, internationale zaken,
Carl Vlooswijk, financiële en economische analyse. |

Karel Merks volgde in
2002 Frits Broens op als bestuurslid Martinair-zaken.
|
VNV-secretariaat
Ten aanzien van de bezetting van het secretariaat traden er geen wijzigingen
op, met dien verstande dat een extra werkplek is gecreëerd in de kantoorruimte
van de eindredacteur. Door toenemende drukte is het noodzakelijk gebleken
dat secretariaatsmedewerkers zich aan de drukte kunnen onttrekken en in alle
rust zich in voornoemde kamer kunnen concentreren op het werk.
Ledenraad
Sedert de installatie van de huidige ledenraad in de maand mei van het jaar
2002 is de ledenraad acht maal in reguliere vergadering bijeen geweest.
Er zijn zeventien groeperingen in de ledenraad, waarvan in elf groeperingen
geen enkele vacature is. Aan het begin van de zittingsperiode van de huidige
ledenraad stonden er twaalf vacatures open. Opvallend is het relatief grote
aantal vacatures in de KLM-groepering 201-689.
In de maand oktober is er een extra vergadering ingelast om de discussie over
de overgangsmaatregelen behorende bij het Duin en Kruidberg-akkoord af te
ronden.
De gemiddelde opkomst over 2002 bedroeg 42%. Een iets hoger percentage vergeleken
met de jaren daarvoor. Op de VNV-website wordt maandelijks de persoonlijke
aanwezigheid van elk ledenraadslid bij ledenraadsvergaderingen bijgehouden.
Gedurende de zittingsperiode van de raad zijn 35 moties behandeld, hetgeen
resulteerde in 23 resoluties. Zes initiatiefmoties werden behandeld.
Tijdens de ledenraadsvergaderingen wordt er gebruik gemaakt van een beamer
om de amendementen duidelijk voor het voetlicht te krijgen: een verbetering
voor de vergaderorde. Onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van de president
en de voorzitter van de ledenraad was het de bedoeling om in de maand augustus/september
een cursus te organiseren voor nieuwe ledenraadsleden. Dit, om de nieuwe ledenraadsleden
meer inzicht te geven in de processen rond de totstandkoming van de voorstellen
en besluiten die het bestuur maandelijks aan de ledenraad presenteert. Uiteindelijk
is de cursus niet doorgegaan. De belangrijkste reden hiervoor was dat in het
kader van het reorganisatieplan van de VNV de rol van het bestuur en de rol
van de ledenraad wellicht zullen veranderen. De president en de voorzitter
van de ledenraad hebben daarom besloten de cursus uit te stellen totdat meer
duidelijkheid bestaat hoe de eventueel gereorganiseerde VNV er gaat uitzien.
Ledenbestand per 31-12-2001
| KLM: |
1.675 |
| KLM Cityhopper: |
234 |
| Schreiner: |
95 |
| Air Holland: |
26 |
| Martinair: |
300 |
| VNV/NA: |
82 |
| KLS: |
7 |
| Transavia: |
327 |
Overleden
Ook het afgelopen jaar zijn ons een aantal leden en geassocieerden ontvallen.
Overleden zijn de leden M.L. Leipoldt (Martinair) en D.E. van den Heuvel (KLM),
en de geassocieerden S.F.B. Fogelberg, R.A.T.M. Out, J. Clijnk, J.B. Lam,
J.P.H. Winkelman, J. van den Engel, S. Hoogendoorn en C.R. Prins.
Raad van Eer
De Raad van Eer is benaderd door twee leden; bij publicatie van het
jaarverslag was het resultaat daarvan nog niet bekend.
Samenstelling
A.J. Dros, TRA
A.A. Everts, KLM
D. van het Kaar, MPH
J.H. van der Linden, TRA
A.G.J.J. Nolten, KLM
 |
ORGANISATIE |
In het beleidsplan 2001-2003 heeft het
presidentiële team De Vries/Van Zwol aangegeven onderzoek te zullen doen
naar mogelijke (andere) organisatievormen van de VNV. Hier is in het
afgelopen jaar een begin mee gemaakt door de projectgroep Organisatie VNV.
Communicatie/organisatie-enquête
In het beleidsplan was tevens beloofd dat na een jaar de communicatie van
het bestuur met de leden zou worden geëvalueerd. Tijdens een telefonische
enquête onder 475 VNV-leden – gehouden in juni 2002 – werd de vliegers
tevens een aantal vragen voorgelegd over de VNV-organisatie. De uitkomsten
waren klip en klaar: op de volgens de leden belangrijke terreinen
arbeidsvoorwaarden en wet- en regelgeving moeten de prestaties van de VNV
worden verbeterd. Tevens herkennen veel leden van de kleinere
luchtvaartmaatschappijen zich nog steeds niet voldoende in onze VNV.
Bovendien is voor hen de invloed op het beleid nog onvoldoende. Het
bestuur heeft de leden laten weten dat deze visie van de VNV-leden op de
organisatie nadrukkelijk zal worden betrokken bij het
(re)organisatieonderzoek.
Het onderzoek kent drie fasen:
De inventarisatiefase, waarin is gekeken
welke resultaatgebieden er binnen de VNV zijn, vormt de eerste fase. Met
andere woorden: op welke terreinen kan de VNV de belangen van de leden
behartigen.
Vervolgens is de manier waarop de VNV werkt, wat zij doet en hoe zij dat
doet, per resultaatgebied in kaart gebracht. Dit gebeurt door het
procesmatig beschrijven van de handelingen die verricht worden om op een
bepaald resultaatgebied het gewenste resultaat te boeken. Op die manier
wordt een beeld verkregen van alle processen die in de VNV plaatsvinden.
Als alle belangrijke processen beschreven zijn, is dus snel te zien wat we
doen en aan welk resultaat dit bijdraagt.
Tevens zijn in de inventarisatiefase knelpunten geïnventariseerd, zoals
gesignaleerd door leden, bestuur, commissievoorzitters en staf.
|

Samenstelling Projectgroep:
H. de Vries
C. Vlooswijk
R. Huizinga
B. Timmer (consultant ECA International) |
In de tweede fase, de analysefase, komen
verschillende mogelijke organisatievormen aan bod. Er wordt beoordeeld
welke organisatievorm het beste past bij de resultaatgebieden. Omdat de
organisatie procesmatig in kaart is gebracht, wordt snel duidelijk aan
welk proces een knelpunt is gerelateerd. Door aanpassing van processen
kunnen knelpunten worden weggenomen. Uiteindelijk is op deze wijze de
meest optimale organisatie te bepalen.
Belangrijkste elementen die in een gewijzigde VNV-organisatie naar voren
dienen te komen zijn:
1) Directere zeggenschap van de diverse deelgroeperingen op de eigen
arbeidsvoorwaarden.
2) Vergroting van de invloed van de leden op de keuze van de eigen
vertegenwoordiger.
Daarnaast zal bij de organisatorische inrichting rekening gehouden moeten
worden met besluitvormingsprocedures, controle van bestuursbeleid en de
wettelijke bepalingen waaraan de organisatie moet voldoen. |
In de derde en laatste fase zal implementatie
plaatsvinden van de gekozen organisatievorm en de statuten zullen worden
aangepast om ze in lijn te brengen met de organisatie.
Deze grondige aanpak is beslist niet de meest gemakkelijke weg. Toch vond
het bestuur het nodig deze werkwijze te hanteren, aangezien de
organisatorische inrichting door de jaren heen maar zeer marginaal
veranderd is. Hierdoor is de focus teveel op de korte termijn komen te
staan en biedt de organisatie onvoldoende mogelijkheden om toekomstgericht
en strategisch te werken.
In 2003 wordt het onderzoek verder uitgewerkt. De leden en de ledenraad
worden als vanzelfsprekend van de voortgang van deze uitwerking op de
hoogte gehouden. Uiteindelijk zal, via vliegerbijeenkomsten, alle leden de
gelegenheid gegeven worden hun mening te geven over de organisatie van de
VNV, zoals de projectgroep die concreet voor ogen heeft.
Via een referendum zullen de uiteindelijke wijzigingen van de statuten aan
alle leden ter goedkeuring worden voorgelegd.
Optimalisering VNV-commissiestructuur
Parallel aan het onderzoek naar de organisatie van de VNV in zijn geheel
is de commissiestructuur bekeken. Het was mogelijk reeds tijdens het
organisatieonderzoek een aantal aanpassingen in de commissiestructuur in
te voeren. Om niet onnodig tijd te verliezen, is dit gebeurd.
Achtergrondinformatie
Gedurende een aantal ‘bosdagen’ van het bestuur is het functioneren van de
commissies geanalyseerd. Als informatiebron hierbij dienden ervaringen van
bestuursleden aangevuld met de uitkomsten van een enquête die gehouden is
onder de commissievoorzitters. Op deze wijze ontstond een beeld van de
knelpunten zoals het bestuur ze ervaart en zoals de commissies deze zelf
ervaren. Aan de hand hiervan is een aantal aanpassingen gedaan in de
commissiestructuur.
Centraal tijdens de bosdagen stond de vraag: waarom zijn er commissies?
Commissies ondersteunen het bestuur bij de uitvoering van de
werkzaamheden. Daarnaast ontstaat, door de specialistische kennis die in
de diverse commissies is opgebouwd, een kenniscentrum over een groot
aantal zaken die de luchtvaart betreffen. Verder dragen commissies bij aan
het waarborgen van de continuïteit binnen de VNV. Ten slotte wordt de
individuele belangenbehartiging van de leden voor een groot deel door
commissies uitgevoerd.
Belangrijk neveneffect is dat de commissiestructuur de betrokkenheid van
de leden bij de VNV vergroot.
Een commissie heeft een taak met een
structureel karakter en bestaat in principe permanent.
Als er behoefte is aan een tijdelijke samenwerking tussen commissies, dan
wordt daarvoor in het vervolg geen commissie maar een
werkgroep opgericht. In de taakstelling van
deze werkgroep wordt dan ook de tijdspanne opgenomen waarbinnen het werk
gedaan moet zijn. Hierna houdt de werkgroep op te bestaan.
Daarnaast wordt het mogelijk een projectgroep
samen te stellen. Dit is een groep die, eveneens tijdelijk, met een
specifiek project belast is. Na volbrenging van de taak houdt ook de
projectgroep op te bestaan.
Door in de toekomst meer gebruik te gaan maken van projectgroepen en
werkgroepen wil het bestuur voorkomen dat er een wildgroei van commissies
binnen de VNV ontstaat. Dit vergroot de transparantie van de organisatie.
Wijzigingen
Er bestond in de commissiestructuur van de VNV een aantal commissies
waarvan het takenpakket geen permanent karakter kende. Deze commissies
waren dus eigenlijk geen commissies maar projectgroepen. Besloten is de
commissies met een tijdelijke taak, waarvan inmiddels de taken zijn
volbracht, op te heffen.
Hieronder volgt een opsomming van commissies die zijn komen te vervallen:
- Senioriteitscommissie: het takenpakket van deze
commissie had een tijdelijk karakter. De taken zijn inmiddels volbracht.
- Reglementeringscommissie (voorheen statutencommissie):
doelstelling is dat als resultante van de uitkomsten van het
organisatieonderzoek de statuten daar waar nodig aangepast zullen
worden. Tevens zullen dan eventuele statutenwijzigingen, die door
wijziging van het Burgerlijk Wetboek noodzakelijk zijn, meegenomen
worden.
- Commissie vrouwelijke vliegers: uit de enquête is
gebleken dat deze commissie haar taken heeft volbracht en geen
activiteiten meer ontplooit.
- Commissie New Large Aircraft (NLA): de taken van de
commissie NLA zijn ondergebracht bij de commissie Vliegtechnische Zaken.
- Commissie Verzekeringen: deze taken worden op het moment
deels door het secretariaat en deels door de commissie Financiële en
Economische Analyse uitgevoerd.
- Commissie Internationale Zaken: de taken zijn volbracht;
overwogen wordt een assistent bestuurslidmaatschap, ook vanwege de
uitbreiding van het takenpakket van het bestuurslid Internationale Zaken
ten gevolge van zijn rol binnen IFALPA.
Ten slotte is er een aanpassing geweest binnen de WRR-commissie:
- WRR-commissie: het bestuur heeft behoefte aan een
kenniscentrum; een kleine groep WRR-specialisten die ook bij de
voorbespreking van onderhandelingen betrokken kunnen worden.
Uiteindelijk lijkt een driehoofdige commissie de beste optie, met drie
enthousiaste commissieleden met korte onderlinge communicatielijnen en
korte lijnen met het bestuur, die uitgebreid inzetbaar zijn. Op dit
moment wordt nog aan de invulling van deze commissie gewerkt.
Voorzittersoverleg
Twee keer per jaar wordt onder voorzitterschap van het bestuurslid
Vliegtechnische zaken overleg gevoerd met alle commissievoorzitters,
waarin men elkaar op de hoogte stelt van de onderwerpen waarmee de diverse
commissies bezig zijn om zodoende ‘kruisbestuiving’ tot stand te brengen.
 |
COMMUNICATIE |
Communicatie met de leden is voor
het huidige presidentiële team een belangrijk aandachtsgebied (zie het
beleidsplan 2001-2003).
Bij hun aantreden beloofde het presidentiële team De Vries/Van Zwol
openheid, goede communicatie, betere interne besluitvorming, goede
belangenbehartiging en duidelijkheid. In hoeverre zij dat in het eerste
jaar van hun bestuursperiode waarmaakten werd in juni 2002 telefonisch
gevraagd aan maar liefst 475 VNV-leden. Zoals aangekondigd in het
beleidsplan, werd dus na een jaar de mening van de leden gepeild.
Uit het onderzoek bleek dat de leden de communicatie positief waarderen.
De bestuursuitgave ‘Op de hoogte’ en de website van de vereniging doen het
goed. Het contact met het bestuur kan als redelijk goed worden omschreven.
Leden zijn tevreden over de woordvoering van de VNV-president in de media,
hij zou alleen nog wat frequenter voor het voetlicht mogen komen, zo bleek
uit de enquête. Een ruime meerderheid omschrijft dat de communicatie nu
beter verloopt dan in de vorige bestuursperiode; vrijwel niemand vind de
huidige communicatie slechter. Indien het bestuur de communicatie met de
leden nog verder wil verbeteren, dan kan dit volgens de respondenten door
beter te luisteren, er voor alle leden te zijn en door de leden sneller of
proactiever te informeren.
De uitkomsten en aanbevelingen uit het onderzoek zijn door het bestuur ter
harte genomen en omgezet in concrete aanpassingen in de communicatie. Zo
is de VNV Nieuwsflits geïntroduceerd: via de website wordt met korte
nieuwsberichten door het bestuur ingegaan op de actualiteit. VNV-leden die
zich daarvoor opgegeven hebben ontvangen via e-mail een aankondiging dat
de nieuwsflits is geplaatst. Zo wordt invulling gegeven aan de wens tot
het sneller informeren van de leden. Daarnaast wordt veelvuldig gebruik
gemaakt van extra uitgaven van Op de hoogte (Op de hoogte extra) om de
leden van een deelgroepering snel te informeren over actuele zaken. Ook in
2003 zal verder worden gewerkt aan het verbeteren van de communicatie.
VNV en internet
Volop werd gebruik gemaakt van de communicatiemogelijkheden die het
internet biedt. Naast informatieverstrekking over VNV-zaken aan derden,
wordt steeds meer informatie beschikbaar gemaakt voor de leden via de
website van de vereniging.
Tevens werd in toenemende mate gebruik gemaakt van aan
(groepen) leden gerichte e-mail. Een voorbeeld hiervan is de
verzending van de losbladige edities van Op de hoogte per e-mail.
De inschrijving voor het in mei gehouden feest verliep voor 90% via de
website.
Informatie die uitsluitend bestemd is voor de leden werd geplaatst in
gedeelten van de website die exclusief toegankelijk zijn door middel
van het gebruik van een password. |
 |
Er
zijn inmiddels ruim 2.750 leden met een password. Leden
die toegang hebben aangevraagd tot deze besloten gebieden kunnen tevens in een aantal forums onderling van
gedachten wisselen over door henzelf te kiezen onderwerpen. Van deze
mogelijkheid wordt volop gebruik gemaakt: ongeveer 900 leden registreerden
zich voor de deelnamemogelijkheid in de forums. In november werd de inhoud
van de website geplaatst op een server van een andere internet service
provider. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke snelheidswinst bij het
opvragen van de pagina’s.
Een greep uit de verdere inhoud van de website:
} Actuele verenigingsinformatie via VNV-Nieuwsflits met optionele e-mail
notificatie.
} VNV in het nieuws met persberichten en publicaties.
} Alle edities van Op de hoogte.
} Agenda, notulen en mededelingen ledenraad alsmede alle moties en nota’s.
} VNV-ledenlijst ‘online’.
} De Vlieger-CAO’s van de erkende luchtvaartmaatschappijen.
} Informatie van de diverse VNV-commissies.
} Nieuws en informatie over IFALPA en NASA ASRS.
} Senioriteitlijst KLM/KLC-vliegers, Schreiner-, Transavia- en
Martinair-vliegers.
} Selectie van nieuwsberichten op luchtvaartgebied.
} Een maandelijkse selectie van artikelen uit Op de Bok.
} Een geautomatiseerd rapportagesysteem voor de melding van gebreken in
apparatuur,
faciliteiten en procedures op en rond luchthavens.
} Weer- en NOTAM-informatie.
De VNV-website ontving per week gemiddeld ca. 8.500 bezoekers.
Communicatie met de pers
Het bestuur is van mening dat de VNV zich als kenniscentrum voor
operationele aangelegenheden moet manifesteren. In die hoedanigheid is de
president veelvuldig door de pers benaderd.
Communicatie met de politiek
Het bestuur bemoeit zich intensief met de conceptwet onderzoeksraad. Deze
wet zal het komend jaar nog veelvuldig aan de orde zijn.
Vrijwel geheel 2002 is beheerst door langdurig en intensief overleg met KLM dat uiteindelijk
heeft geleid tot het Duin en Kruidberg-akkoord. In dat akkoord wordt de
integratie van de KLM- en KLC-vliergerkorpsen voltooid, de combinatie van
KLM uk en KLC geregeld, twee nieuwe vliegtuigtypes ingeschaald en zijn
aanvullende werkgelegenheidbeschermende afspraken gemaakt. Daarnaast is
eind vorig jaar de CAO verlengd.
Na aandringen van VNV-zijde heeft KLM begin 2002 haar strategie met
betrekking tot de groepspartners met het bestuur gedeeld. KLM sprak het
voornemen uit KLC en het blauwe gedeelte van KLM uk (KLC uk) te
combineren. Tevens onderschreef de KLM-groepsdirectie het uitgangspunt dat
het blauwe gedeelte van de KLM-groep (KLM, KLC en KLC uk) zich richt op
het netwerk en dat het groene en gele gedeelte (Transavia en Buzz) zich
primair zal bezighouden met point to point-verkeer. Deze uiteenzetting was
de start van een langdurig onderhandelingsproces. KLM wist dat de
combinatie van KLC en KLM uk voor de VNV alleen bespreekbaar was als ook
de Regelingen Vlieger Loopbaan van KLM en KLC zou worden geïntegreerd.
Daarnaast had de VNV aangegeven geen CAO af te willen sluiten voordat
aanvullende afspraken gemaakt waren ter bescherming van de werkgelegenheid
van KLM-vliegers.
Integratie KLM en KLC RVL
Uiteindelijk zijn met het Duin en Kruidberg-akkoord de KLM- en
KLC-vliegerkorpsen volledig geïntegreerd. Enerzijds is het voor
KLM-vliegers mogelijk geworden functies bij KLC te gaan vervullen,
anderzijds hoeven KLC-vliegers geen zes jaar meer in dienst te zijn
alvorens te kunnen overstappen naar KLM. Daarmee is dé grote wens van vele
leden van de vereniging in vervulling gegaan. Met de integratie van de
twee loopbaanregelingen bleek het ook noodzakelijk tot één
salarissystematiek te komen. Ook hierover is consensus bereikt met als
gevolg dat de integratie aan vooral juniore vliegers perspectief biedt. Op
1 januari 2003 zijn de eerste KLC-functies aan KLM-vliegers toegewezen.
Combinatie KLC en KLC uk
De overeenkomst betreffende het combineren van KLC uk en KLC betekent een
belangrijke uitbreiding van KLM-werkgelegenheid. Afgesproken is dat alle
uk-Fokker 50’s en Fokker 100’s onder KLC AOC zullen worden geopereerd.
Omdat KLC uk geen nieuwe vliegers meer mag aannemen, zullen op den duur
alle (voormalige) uk-functies door KLM/KLC-vliegers vervuld worden.
Voor KLM wordt het met het opheffen van het onderscheid tussen KLC en KLC
uk mogelijk de uk-vliegtuigen door heel Europa in te zetten. Dit, alsook
het door elkaar vliegen van de Fokker 70 en 100, maakte het mogelijk het
gemiddelde salaris van de KLM-vliegers tewerkgesteld bij KLC aanmerkelijk
te verhogen.
Inschaling nieuwe vloot
In 2002 maakte KLM bekend in eerste instantie de B747-300, maar in een
later stadium ook de B767 en MD-11, te zullen vervangen door een
combinatie van B777’s en A330’s. Met het D&K-akkoord is ook de inschaling
van deze vliegtuigtypes geregeld.
De B777 is voor wat betreft de waardering van de verschillende functies
gelijkgesteld aan de B747-400. Ook zijn de WRR-limieten van de -400 van
toepassing, uitgezonderd de 4-vliegerlimiet die voor de B777 is verhoogd
tot 15:00 vlieguren.
De inschaling van de A330 was een tijdrovender proces. Na lang
onderhandelen is overeengekomen dat de functie van de gezagvoerder A330 in
de RVL gelijk wordt gesteld aan die van gezagvoerder B767, maar met een
hoger functiebestanddeel. De functie van eerste officier A330 wordt
gelijkgesteld aan de functie van F/O ICA. Echter, het functiebestanddeel
is |

Najaar 2003 neemt KLM de Boeing 777 in gebruik |
lager. De functie van tweede officier A330 wordt gelijkwaardig geacht aan
de overige tweede officiersfuncties.
Beperking tijd als tweede officier
Met de inschaling van deze types is tevens de tijd dat een vlieger
onvrijwillig tweede officier is, beperkt. Was het voorheen (theoretisch)
mogelijk de gehele carrière de functie van tweede officier uit te moeten
oefenen, tegenwoordig zal elke tweede officier uiterlijk na circa 4½ jaar
een eerste officiersfunctie aangeboden worden.
Daarnaast zal de salarisregeling dusdanig gewijzigd worden dat eerste
officieren ICA een functiebestanddeel op basis van het uitoefenen van de
functie zullen ontvangen in plaats van senioriteit. Hiermee vergewist KLM
zich ervan dat de eerste officieren met ervaring naar de ICA-functies
doorstromen.
Werkgelegenheidbescherming
Het laatste, maar waarschijnlijk het belangrijkste, onderdeel van het Duin
en Kruidberg-akkoord betreft het nog beter beschermen van de
werkgelegenheid van KLM-vliegers. Met het dichten van een aantal gaten is
de codeshare-deal feitelijk een wereldwijde regeling geworden. De VNV
heeft grip op alle KLM-codes die op niet KLM-vluchten worden gevoerd.
Ook is nu vastgelegd dat KLM (inclusief KLC en KLC uk) zich zal richten op
het netwerk. Indien het economisch verantwoord is, zal KLM vluchten met
een netwerkfunctie zelf uitvoeren in plaats van het toevoegen van de
KLM-code aan de vlucht van een partner.
Tot slot is overeengekomen dat in geval van een Europese alliantie KLM in
overleg met de VNV zal overeenkomen welk gedeelte van de totale productie
van de alliantie door KLM-vliegers zal worden uitgevoerd. Deze afspraak
garandeert de werkgelegenheid van KLM-vliegers indien KLM nauw samenwerkt
met of opgaat in een grote Europese maatschappij.
Overgangsmaatregelen
Nadat het Duin en Kruidberg-akkoord was gesloten, hebben VNV en KLM zich
gericht op de overgangsmaatregelen. Het akkoord voorzag slechts summier in
de overgang van de oude naar de nieuwe situatie. In het bijzonder het
wijzigen van de twee RVL-en maakte aanvullende afspraken noodzakelijk. In
oktober stemde de ledenraad tijdens een extra vergadering (een unicum) in
met het protocol ‘Overgangsmaatregelen Duin en Kruidberg-akkoord’.
Nieuwe CAO afgesloten
Ogenschijnlijk in de schaduw van D&K is eind vorig jaar de CAO met twee
jaar verlengd. Voor de vliegers betekent de nieuwe CAO veel ruimere
mogelijkheden tot verminderde productie en de mogelijke opname van
verschillende vormen van verlof. Daarnaast kunnen de vliegers tegenwoordig
vakantiedagen kopen of verkopen. Verder heeft KLM haar medewerking
toegezegd aan initiatieven van de VNV om de overheid te bewegen
maatregelen te treffen ter verlichting van de opleidingsschuld. Naast deze
inhoudelijke zaken zijn inflatiedekkende loonsverhogingen overeengekomen.
Klein overleg
Het maandelijks gevoerde informele ‘klein overleg’ tussen de VNV en de
Vliegdiensten van KLM en KLC hebben ook in 2002 onverminderd plaatsgehad.
Alle partijen hechten veel waarde aan dit overleg waarin voorwerk wordt
gedaan voor het formeel overleg en uitvoering en controle plaatsvindt van
de gemaakte afspraken. Dit overleg is geschikt gebleken om individuele
kwesties van vliegers aan te kaarten en op te lossen en onduidelijkheden
met betrekking tot afspraken op directe wijze te verhelderen.
Codeshare-overleg
Eens per kwartaal is codeshare het onderwerp van gesprek tussen VNV en
KLM. De maatschappij geeft dan inzicht in de wijze van samenwerking met de
verschillende maatschappijen. Voor de VNV is het belangrijk te controleren
of de KLM-code conform de afspraken op niet-KLM-vluchten wordt gevoerd.
Samenwerking KLM met NorthWest en andere luchtvaartmaatschappijen
In 2002 waren er geen ontwikkelingen op het gebied van samenwerking met
andere Europese luchtvaartmaatschappijen. Partners NorthWest en
Continental kondigden het voornemen aan om samen te gaan werken met Delta.
In een meeting met de Wings Pilots Coalition (WPC) is dit onder meer
onderwerp van gesprek geweest.
Pensioenregeling STROT
VNV is gevoegd in een rechtszaak tussen een drietal gepensioneerden en KLM
met betrekking tot de Structurele Regeling voor Overschotten en Tekorten.
De gepensioneerde vliegers stellen dat in het STROT-akkoord sprake is van
benadeling van de gepensioneerden als gevolg van een premiekorting die in
strijd zou zijn met de wet, de statuten en het pensioenreglement. Wellicht
dat de rechtbank in 2003 hierover oordeelt.
Pensioenleeftijd
De in de CAO overeengekomen verplichte pensioenleeftijd van 56 jaar (met
afbouw 58 jaar) was ook in 2002 voor een aantal vliegers aanleiding voor
een rechtszaak. VNV handhaaft haar argumentatie van de afgelopen 30 jaar
dat het carrièreperspectief van eerste en tweede officieren nadelig wordt
beïnvloed door de verminderde doorstroming die het doorvliegen van oudere
vliegers meebrengt. Ook in hoger beroep en in kort geding oordeelden de
rechters dat de pensioenleeftijd objectief gerechtvaardigd is omdat het
gemaakte leeftijdsonderscheid legitiem, doelmatig en proportioneel is.
KLM/KLC senioriteitdiscussie
In hoger beroep heeft de rechtbank de vordering van Parallel Entry, te
weten volledige senioriteit bij KLM, inclusief de daarbij behorende
financiële verplichtingen voor de periode vanaf indiensttreding bij KLC,
dan wel Netherlines, tot 1 juli 1996, afgewezen. De vliegers van Parallel
Entry hebben daarop cassatie gevraagd bij de Hoge Raad. Een beslissing is
pas op lange termijn te verwachten.
|

|
 |
Voor de Martinair deelgroepering is het jaar 2002 niet onopgemerkt
voorbij gegaan. Na twee jaren met verlies te hebben afgesloten is het
bedrijfsresultaat van 2002, dankzij kostenbesparingen, rationalisering van
met name het ICA-programma, maar bovenal de enorme inzet van het
personeel, weer positief. Zo positief dat er in 2003 alweer voorzichtig
aan groei gedacht mag worden.
In de eerste helft van 2002 zijn de CAO afspraken verder geïmplementeerd.
De VNV heeft zich na grondige studie uitgesproken tegen Seasonal
Qualification, en als beleid geformuleerd: één functie op één type.
De werkgroep die alternatieven voor het huidige 11/7-indelingssysteem
heeft bekeken rapporteert dat er voor de typische Martinair-operatie geen
beter systeem is.
In juni nemen we afscheid van Frits Broens als bestuurslid Martinair-zaken.
Na drie bestuursjaren en twee afgesloten CAO’s zoekt hij nieuwe
uitdagingen. De Martinair-vliegers hebben aan Frits een bestuurslid gehad
dat, ondanks de moeilijke periode waarin Martinair zich bevond, op zowel
individueel als collectief gebied heel veel heeft gedaan.
Daggeldvergoedingen
Het zomerseizoen is gezien het charterkarakter van Martinair altijd de
drukste periode van het jaar. Toch vonden Martinair en VNV nog tijd om
over een eenzijdige ingreep in de daggeldvergoedingen een heus conflict te
krijgen. De crisis werd bezworen, de relatie weer hersteld.
Organisatieonderzoek
Het communicatie/organisatieonderzoek heeft vervolgens haarscherp in kaart
gebracht waar de Martinair-vlieger verbeteringen wenst in de VNV-structuur.
Vanaf dat moment wordt er bijna non-stop gewerkt om de reorganisatie te
realiseren. Stap voor stap wordt de voortgang in kaart gebracht, en worden
gemaakte keuzes toegelicht. Een enkele Martinair-vlieger besluit niet op
voltooiing van de reorganisatie te wachten en sluit zich aan bij een nieuw
opgerichte alternatieve vereniging.
Protocol Gebruik Vluchtgegevens
Het najaar kenmerkte zich door de aanloop naar het CAO-overleg, en de
aanname van het protocol Gebruik Vluchtgegevens en Onderzoek naar
Voorvallen.
Met de invoering van deze regeling zet Martinair een belangrijke stap
voorwaarts in het vliegveiligheidsbeleid. Dankzij deze regeling kan
Martinair vluchtgegevens systematisch monitoren, trends opsporen en
gedegen veiligheidsonderzoek uitvoeren. Voldoende waarborgen zijn
ingebouwd om de vliegers tegen eventuele ongewenste effecten van het
informatie vergaren te beschermen.
| Klankbordgroep Martinair |
| F.F. Botman |
K.J.C.J. Merks (voorzitter) |
| F.H. Broens |
R. Polderman |
| A.J.M. de Bruin |
R.E. van Dam |
| A.R. van Rijswijk |
G.L.M.G. Tielemans |
| P.N. Groot |
|
|

|
 |
Op 20 april werd er afscheid genomen van
president-directeur Peter Legro, onder wiens leiding Transavia in 23 jaar
tijd is gegroeid tot een maatschappij met zo’n 27 toestellen en bijna 400
vliegers. Het afscheid van deze laatste luchtvaartpionier valt samen met
het afscheid van een periode waarin de ‘ups’ de ‘downs’ altijd weer
overtroffen, een periode waarin Transavia een relatief grote
zelfstandigheid genoot, een periode waarin Transavia is blijven groeien en
altijd winst wist te maken.
Halverwege de jaren negentig was er door Transavia al een voorstudie
gedaan naar het low cost fenomeen dat in Amerika opgang maakte. Het leek
toen nog te vroeg voor Europa. De snelle veranderingen binnen de Europese
luchtvaart met de opkomst van de low cost maatschappijen leidde in 2002
tot de introductie van het Basiq-concept.
Consolidatie KLM-groep
In 2002 vond er binnen de KLM-directie ook een herbezinning plaats op de
inrichting van de KLM-groep en de rol van Transavia hierin. Deze
herbezinning bleek uiteindelijk een langdurig proces, waarbij voortdurend
aanpassingen aan de plannen werden aangebracht. De communicatie van deze
plannen naar de VNV en het personeel van Transavia was niet optimaal
hetgeen leidde tot een onaflatende stroom van geruchten en scenario’s, nog
eens gevoed door diverse berichten in de media. De onduidelijkheid en
onzekerheid met betrekking tot de toekomst van Transavia zorgden voor
enorm veel onrust onder het personeel. Het snelle vertrek van de nieuwe
directeur Van Pallandt zorgde nog eens voor extra verwarring. Er was veel
aandringen van de VNV en de ondernemingsraad nodig om de informatiestroom
op gang te krijgen, waarbij het bestuur vervolgens werd geconfronteerd met
de beursgevoeligheid van de informatie voor de KLM-aandelen. Uiteindelijk
werd een plan aan het personeel gepresenteerd: Transavia stopt met vervoer
van transferpassagiers, concentreert zich op lower-cost vanaf Amsterdam en
low cost is aan Buzz. “In the end”, zoals Peter Legro altijd placht te
zeggen, zou het toch anders lopen.
CAO-overleg
De lopende CAO eindigde per 31-12-2001. De voorbereidingen voor het
CAO-overleg waren daarom gestart in augustus 2001 met een verzoek aan de
leden om ideeën en wensen door te geven aan de VNV. De gebeurtenissen op
11 september leidden echter tot het opschorten van de onderhandelingen die
vervolgens op 13 mei 2002 weer werden voortgezet. Toen in de maand juli
steeds duidelijker werd dat het onderhandelingsproces onvoldoende
vorderde, werd er een paralleltraject (actievoorbereiding) opgestart na
een peiling onder de Transavia-leden, later gevolgd door een referendum
onder alle VNV-leden. Door middel van vele publicaties in Op de Bok en Op
de hoogte alsmede vier vliegerbijeenkomsten, zijn de leden intensief
geïnformeerd over de voortgang van het onderhandelingsproces.
Complicerende factoren bij deze CAO-onderhandelingen zijn de beslissing
van Transavia om afscheid te nemen van de WRV en de herinrichting van de
verschillende onderdelen van de KLM-groep, waardoor de noodzaak ontstond
tot het maken van afspraken ter bescherming van de werkgelegenheid van de
Transavia-vlieger. De onderhandelingen lopen door tot in 2003.
Werktijdverkorting
Na de gebeurtenissen op 11 september 2001 werd werktijdverkorting
aangevraagd voor het personeel hetgeen in maart beëindigd kon worden. In
deze maand werd de uitgestelde 1,25% salarisverhoging met terugwerkende
kracht vanaf 1 oktober uitgekeerd.
Onkostenvergoedingen en opleidingsvergoeding
Op vrijdag 10 mei werd een akkoord bereikt over een nieuwe systematiek
voor de onkostenvergoedingen en daggelden. De onderhandelingen over een
nieuwe systematiek waren eind 2001 opgestart omdat de fiscus de door
Transavia uitgekeerde netto vergoedingen en daggelden als fiscaal
bovenmatig had bestempeld. Na uitgebreid onderzoek is het bestuur erin
geslaagd een nieuwe systematiek te ontwerpen, waarbij voor nagenoeg alle
vliegers sprake is van een kleine inkomensverbetering. Dit resultaat was
mogelijk doordat er met deze nieuwe systematiek individueel, en dus
optimaal, gebruik wordt gemaakt van de fiscale mogelijkheden met
betrekking tot onkostenvergoeding, reiskostenvergoeding en de contributie
VNV. Hierdoor hoeft er minder bruto te worden uitgekeerd en vloeit er dus
niet onnodig geld naar de fiscus. De hierdoor ter beschikking gekomen
gelden zijn met de nieuwe systematiek geheel teruggekomen naar de
vliegers. Hiernaast is Transavia bereid gevonden de opleidingsvergoeding
voor eerste officieren te verhogen met € 400,- per maand.
CAO-boekje 1999-2000
In augustus werd door Transavia uiteindelijk het bijgewerkte CAO-boekje
met de teksten van het CAO-akkoord 1999-2000 uitgereikt. Omdat de teksten
vanaf nu ook als Word-documenten beschikbaar zijn, zal het in de toekomst
makkelijker worden de teksten bij te werken en zullen nieuwe updates dus
sneller beschikbaar moeten kunnen worden.
De service naar de leden is verder opgevoerd door de complete CAO-teksten
op de website te publiceren in een gebruiksvriendelijke vorm. Een andere
aanpassing aan de website is de plaatsing van een hotel-evaluatieformulier.
Hiermee kan snel en eenvoudig aangegeven worden hoe men denkt over de
kwaliteit van de hotels. Dit dient uiteraard niet ter vervanging van de
triprapportages.
WRR-afwijkingen
In de loop van het jaar is er een aantal malen melding gemaakt van
onjuiste schema’s. Veelal bleek onbekendheid met nieuwe WRR-afspraken de
oorzaak van de onjuiste indelingen, waarbij ook de afwezigheid van het
CAO-boekje een factor speelde. In goed overleg met Transavia zijn de
schema’s aangepast, of is een compensatie met de bemanningen
overeengekomen.
Motiveringen
Begin 2002 is een aantal motiveringen verleend voor vluchten die niet
conform de CAO gevlogen konden worden. Als compensatie is veelal een
aangepast schema, extra rust of een premiedag toegekend. De betreffende
motiveringen zijn gepubliceerd via de website en daarnaast is er een map
ge maakt die een plaatsje heeft gekregen op de balie bij Operations.
Pilot Scheduling Committee (PSC)
In 2002 is de PSC van start gegaan. Dit is een zogenaamde paritaire
commissie bestaande uit vier personen; twee vertegenwoordigers van de VNV
en twee van Transavia. Het doel van de PSC is te komen tot een betere
tewerkstelling van vliegers door analyse van de tewerkstelling en het doen
van aanbevelingen.
Security Tel Aviv
Op de door de VNV georganiseerde security-dag van 5 april jl. zijn vragen
gesteld over de beveiliging van vluchten naar Tel Aviv, uitgevoerd door
Transavia. Hierbij kwam naar voren dat op deze vluchten een lager
security-level werd gehanteerd dan voor dezelfde vluchten uitgevoerd door
de KLM. Zeker na 11 september een verbazingwekkende situatie.
Op verzoek van het bestuur heeft de security-commissie contact opgenomen
met het Bureau Beveiliging Burgerluchtvaart. Hierop is door de overheid
besloten om Transavia hetzelfde security-level toe te kennen als de KLM,
hetgeen op 15 mei is geïmplementeerd.
Transavia beoordelingssysteem
In 2001 is intensief overleg gevoerd met Transavia over de invoering van
een nieuw beoordelingssysteem voor vliegers waarover op 1 november 2002
een akkoord werd bereikt.
| Overleg Adviesgroep Transavia |
| J.J. Roos (voorzitter) |
M.C.J. Wildschut
(mw.) |
| J.P. Boetes |
Vacature |
| P.L. Verver |
|
Een woelig jaar, helaas weer vol met conflicten,
rechtszaken en een referendum dat moest worden uitgeschreven om de
CAO-voorstellen van de VNV eventueel met acties kracht te mogen bijzetten.
Overleg met Schreiner stond het afgelopen jaar in het teken van:
- Stoppen met activiteiten in Brussel;
gevolg: overtolligheid Schreiner Fixed Wing.
- Opheffen business unit Rotterdam;
gevolg: overtolligheid.
- CAO-overleg 2001/2002.
Afstoten activiteiten Brussel
Had Schreiner voorjaar 2001 al besloten om de plug te trekken uit de
vrachtoperatie met de Airbus 300, met het faillissement van Sabena eind
2001 werd duidelijk dat de Dash-operatie in Brussel (uitgevoerd ten
behoeve van Sabena) ook moest worden ontmanteld.
In verband met de gevolgen stelde SAW als sociaal plan voor een zogenaamd
‘van werk naar werk-plan’. Kern daarvan is een bemiddelingsperiode,
waarvan de duur gekoppeld is aan de leeftijd en gedurende welke de
werknemer in dienst blijft. Hierna volgt een aanvulling van zes maanden op
een eventuele WW-uitkering. Het plan werd geaccordeerd door alle
vakverenigingen. Wel was voor de vliegers een bilateraal akkoord nodig om
diverse punten nader vast te leggen, bijvoorbeeld:
} vervroegde pensioenregeling;
} bepaling overtolligheid op basis van de senioriteitslijst;
} overgang van fixed wing-vliegers naar rotary wing;
} onder bepaalde voorwaarden kunnen SAW-vliegers het bedrijf verlaten
zonder
terugbetalingsverplichting van de opleidingsschuld;
} omscholing voor interne plaatsing binnen SAW;
} mogelijkheid om minder seniore Airbus-vliegers toch in Ierland te
detacheren;
} voorkeursrecht van SAW-vliegers in selectieprocedure bij KLC;
} afspraken over het op peil houden van brevetten;
} detachering buiten SAW.
Opheffen business unit Rotterdam
Gaf SAW in april 2002 aan de resterende Dash fixed wing-vliegers (een
aantal Airbus-vliegers kon nog tot eind 2002 worden gedetacheerd bij ACL,
Ierland) aan dat men nog drie jaar verder wilde gaan met de
Rotterdam-operatie, reeds in de zomer wilde SAW af van deze operatie.
Zonder advies te vragen aan de VNV, zoals verplicht in de CAO, kreeg SAW
groen licht van de ondernemingsraad en verklaarde vervolgens zeventien
vliegers overtollig. De VNV had grote moeite met deze beslissing: er was
immers nog een operatie in Libië waar ten minste nog zes banen te vergeven
waren. Schreiner stelde dat wisselingen van CAO-vliegers het contract daar
in gevaar zou brengen. Via een achterdeur bracht Schreiner vervolgens
‘APRAMmers’ naar Libië, vliegers die werken voor het in Cyprus gevestigde
APRAM, een soort uitzenddochter van Schreiner Luchtvaart Groep waartoe
Schreiner Airways ook behoort. De VNV heeft zich van meet af aan op het
standpunt gesteld dat het bij de Libië-operatie om inhuur van derden ging
en dat dit krachtens de CAO op zich is toegestaan, maar dat dit nimmer tot
overtolligheid mag leiden.
Een kort geding dat de VNV aanspande werd verloren. Van het hoger beroep
valt in 2003 de uitslag te verwachten. Is deze negatief, dan zal de VNV
eventueel nog een verklaring voor recht gaan vragen bij de bodemrechter
dat SAW de CAO heeft geschonden.
Al met al raakte hierdoor en door de moeizame voortgang op het CAO-front
de verhouding tussen Schreiner en de VNV raakte danig verstoord.
CAO-besprekingen
De CAO 2001/2002 liep af op 1 april 2002. Belangrijk onderwerp tijdens het
CAO-overleg: het nieuwe salaris-/beloningssysteem (toegroeien naar
marktconforme salarissen) waarvan Schreiner had toegezegd voor 1 juli 2002
met een voorstel te komen. Schreiner kwam niet verder dan een
discussiestuk waarop de VNV schriftelijk haar kritiek uitte. Een voorstel
bleef verder uit. Voor de VNV was in dat kader van belang de eerder
gehouden benchmark actueel te houden.
De CAO-besprekingen startten in juli en waren langdurig en moeizaam. De
VNV werd voor het eerst in haar geschiedenis geconfronteerd met een andere
vliegervakbond, namelijk de OVN. Belangrijkste twistpunt tijdens de
onderhandelingen was dat de VNV eiste dat wederom een stap richting
marktconforme beloning zou worden gezet. De verhouding met de OVN
vertroebelde alras aangezien OVN er met name op uit was om de
ervaringstoeslag (die met name aan OVN-leden werd uitgekeerd) te
continueren en ook in zee wilde gaan met het voorstel van Schreiner
vliegers aan te mogen nemen met vier stappen verschil voor ervaring. Toen
OVN begin december met Schreiner een akkoord bereikte, kwalificeerde de
VNV de insteek van OVN als asociaal: de grote groep vliegers kreeg niet
meer dan een inflatiedekking en slechts een kleine groep spon garen bij
voortzetting van de ervaringstoeslag. De VNV zag zich genoodzaakt
toestemming te vragen aan haar leden via een referendum om haar wensen
eventueel met acties kracht te mogen bijzetten. Na verkregen toestemming
brak Schreiner haar eigen eindbod open en gingen de onderhandelingen onder
grote druk door. Uiteindelijk kwam op 31 januari 2003 een CAO-akkoord tot
stand, dat enkele dagen later door de ledenraad werd goedgekeurd.
De inschaling met vier stappen ervaring was van de baan en het akkoord
voorzag in een loonsverhoging van 11,5% over 21 maanden (waarvan 5% alleen
wordt uitbetaald indien partijen niet uit de afgesproken discussie over
marktconforme beloning komen.
De samenstelling van de VNV-overlegdelegatie bestond aanvankelijk uit:
René de Groot, Cas Zeegers (RW) en Poer Soewarso en Roger Poulussen
(arbeidsvoorwaardelijk en juridisch adviseur). Zij werden in de
voorbereidingen ondersteund door Robert van de Bosch en Edwin Soeters.
In de loop van het jaar zijn – vanwege uiteenlopende redenen – mutaties
opgetreden.
De VNV-delegatie bij de uiteindelijke totstandkoming bestond uit
vice-president Evert van Zwol, Edwin Soeters en Roger Poulussen.
|

|
 |
Air Holland had te maken met forse tegenslagen,
waaronder het verlies van een grote klant. Voor de vliegers dus ook
onzekere tijden, met veel onrust over betalingen en rotaties.
Door het verlies van een grote klant oriënteerde Air Holland zich de rest
van het jaar niet meer op de Nederlandse markt. Er werd veel in Afrika
gevlogen. Het aantal vliegers bleef dit jaar rond de 34 schommelen en
gevlogen werd met twee B757’s en één B767. De vliegers leken gewend te
raken aan de onzekerheid die een en ander met zich mee bracht.
De CAO is eindelijk formeel bekrachtigd met de ondertekening door Air
Holland. Met een wijziging van de algemeen directeur halverwege het jaar
is formeel arbeidsvoorwaardenoverleg met de VNV weer van start gegaan.
Ernstige knelpunten vormen onder meer het pensioen van de vliegers en de
WRR. De vliegercommissie en de VNV richten het overleg op het aflopen van
de CAO per 1 april 2003.
De voorspelling van de curatoren dat het faillissement van Air Holland
Charter B.V. (van januari 2000) ook in 2002 nog niet zou zijn afgewikkeld,
is uitgekomen. De afhandeling van de opleidingsovereenkomsten die vliegers
hadden met de failliete B.V. duurt daarom ook nog voort.
|

|
EXEL
|
Vanuit de vliegers werkzaam bij Air Exel komt in
toenemende mate de wens om zich door de VNV te laten vertegenwoordigen bij
dit bedrijf.
De directie van Air Exel weigert echter pertinent de VNV toe te laten aan
de onderhandelingstafel, maar wenst wel de in 2002 opgerichte O(nafhankelijke)
V(erkeersvliegers) N(ederland) te erkennen, terwijl het overgrote deel van
de vliegergroepering de VNV aan tafel wenst. Derhalve is de VNV begonnen
een rechtszaak voor te bereiden om erkenning bij Exel af te dwingen.
De Exel-vliegers werden begin 2002 op harde wijze geconfronteerd met het
belang van collectieve vertegenwoordiging toen bij de rechtbank ontbinding
van de arbeidsovereenkomst van 25 van de ongeveer 100 vliegers werd
gevraagd. De reden hiervoor was de economische situatie bij het bedrijf.
Ondanks het feit dat de vliegers nog geen volledig lid zijn, heeft de VNV
hen gesteund in deze procedures. Het ontslag was helaas onvermijdelijk,
maar de vliegers hebben een ontslagvergoeding meegekregen, alsmede een
deel van hun opleidingskosten. Exel had in het kader van de ontbinding
toegezegd per persoon fl. 30.000,- van de totaal fl. 70.000,- die de
vliegers in hun opleiding geïnvesteerd hadden, terug te betalen. Op het
moment van uitbetalen kwam Exel hier echter op terug en was een kort
geding nodig om Exel tot betaling te dwingen.
 |
DENIM AIR |
Bij Denim Air is er bij het management
weinig weerstand tegen de VNV als vertegenwoordiger van de vliegers. In
2002 is de mogelijkheid onderzocht om te komen tot een CAO.
Daarover zal met de groepering, die overigens al eerder had laten weten
aansluiting te willen bij de VNV, in 2003 verder worden gesproken.
Vooruitlopend op het werk dat daaruit voortvloeit heeft het bestuur
besloten Erik Stassen te benoemen als bestuurslid voor onder andere Denim
Air en Air Exel.
|

|
VNV-NA |
Het jaar 2002 was voor de leden van de VNV-NA
bijzonder zwaar. De gedwongen afvloeiing van zeven collega’s die niet
geselecteerd waren door de DCA en het uiteindelijke faillissement van Air
ALM waren daar de oorzaak van.
Het zat er inmiddels dik in dat de gehele operatie van Air ALM zou worden
overgeheveld naar de nieuwe start-up maatschappij Dutch Caribbean Airlines.
Indien de zeven vliegers in kwestie de afvloeiingsregeling niet zouden
accepteren, zou bij het faillissement van Air ALM een minder gunstige
regeling (wettelijk) van toepassing zijn. De vliegers gingen akkoord met
de CAO-afvloeiingsregeling, echter bij nader inzien bleek dat het door de
Air ALM aangeboden bedrag veel minder was dan hetgeen de CAO voorschreef.
Dit was reden om naar de rechter te stappen, aangezien Air ALM voet bij
stuk hield. De rechtszaak werd door de zeven vliegers gewonnen. Het bleef
uiteraard pijnlijk dat deze vliegers op straat stonden.
Bestuur
Tijdens de jaarvergadering op 26 maart vond er een bestuurswisseling
plaats. Voorzitter Arjan Brobbel had na een bestuursperiode van een zwaar
jaar besloten zich niet beschikbaar te stellen voor een nieuwe periode.
Bij gebrek aan animo voor het voorzitterschap heeft voormalig voorzitter
Daniël Salsbach zich wederom beschikbaar gesteld. De vice-voorzitter
Pierre Isenia en secretaris Linda van Westenbrugge hebben in het kader van
de continuïteit plaatsgenomen in het nieuwe bestuur.
In dienst bij DCA
De transfer van 67 vliegers naar DCA stond gepland voor juni. De
basisvoorwaarden voor de transfer hielden in dat in eerste instantie een
individuele arbeidsovereenkomst (IAO) zou worden getekend met behoud van
de primaire arbeidsvoorwaarden, zoals onder meer salaris, senioriteit, RVL,
dienstjaren (voor bepaling van evt. cessantia) en opgebouwde
vakantiedagen. Bij de officiële indiensttreding bij DCA zou de
werkgeversbijdrage in het pensioenfonds gehalveerd worden naar 15,5%, de
wettelijke WRR zou van kracht zijn, de vakantiedagen verlaagd naar 34
kalenderdagen, bevriezing periodieken en indexering, geen vakantietoelage
en afschaffing eindejaarsuitkering.
Zodra de vliegersgroep in dienst zou zijn van de DCA, zou formeel de
erkenning van de VNV-NA worden geregeld hetzij automatisch of per
referendum met tussenkomst van de Landsbemiddelaar (wet), waarna
vervolgens CAO-onderhandelingen zouden aanvangen.
Uitstel
Door vertragingen in onder andere de politieke besluitvorming, regelingen
met schuldeisers die ook diensten leverden aan de DCA en overdracht van de
gebouwen, werd de transfer naar de DCA steeds uitgesteld.
Officieel is de operatie van Air ALM op 1 juli door de DCA overgenomen en
werd Air ALM voor wat het personeel betreft gebruikt als een
uitzendbureau. De DCA betaalde aan Air ALM slechts de netto salarissen
uit.
In augustus heeft het VNV-NA bestuur een concept IAO aan de DCA-directie
overhandigd met een arbeidsvoorwaardenreglement als bijlage. In grote
lijnen kwam het aangeboden voorstel overeen met de huidige CAO met
uitzondering van de overeengekomen inleveringen. Dit pakket zou na de
overgang ook kunnen dienen als uitgangspunt voor de ‘CAO voor DCA-vliegers’.
Failliet
De onderhandelingen verliepen traag totdat op 15 november, naar aanleiding
van een door vier afgevloeide vliegers aangespannen rechtszaak inzake een
vordering van circa Nafl. 300.000,- aan niet afgedragen
werkgeverspensioenpremies, Air ALM failliet is verklaard.
De DCA kon immers geen employees van een failliet bedrijf inhuren. De
novembersalarissen werden door de curatoren opgeëist omdat de DCA een
inhuurcontract had met Air ALM. Indien de vliegers op 1 december nog
steeds in dienst zouden zijn van Air ALM, waren ook de decembersalarissen
door de curatoren opgeëist. Het was dus zaak om binnen twee weken het
‘Protocol i.v.m. de indiensttreding bij DCA’, de ‘Arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd’, de verklaringen met betrekking tot uitstaande claims,
overname van de cessantia-verplichtingen en uitstaande vakantiedagen te
tekenen.
In het protocol voor de indiensttreding is overeengekomen dat:
- Het door de VNV-NA vertegenwoordigd vliegend personeel
per 1 december 2002 in dienst treedt bij de DCA.
- Het dienstverband per 1 december 2002 bij Air ALM is
beëindigd.
- Uiterlijk 1 februari 2003 zal de DCA in overleg treden
met de VNV-NA teneinde overeenstemming te bereiken over een CAO voor
DCA-vliegers met als uitgangspunt het door de VNV-NA voorgestelde
arbeidsvoorwaardenreglement. Uiterlijk 1 maart 2003 dient dit overleg
afgerond te zijn.
Vlootaanpassing
Gedurende het jaar heeft een vlootwijziging plaatsgevonden. Na het
beëindigen van de samenwerking met de KLM heeft de DCA in 2002 een
wetlease operatie met Sobelair van vier tot vijf vluchten per week
opgestart (in 2001 nog met Citybird). Er zijn onderhandelingen gaande om
DCA cockpitpersoneel in te zetten op de B767 MAD-operatie. Indien er geen
overeenstemming komt met Sobelair wordt er medio 2003 een eigen drylease
operatie opgestart.
De regionale vloot is ook aangepast. Naast de bestaande MD-82 (3)-vloot
zijn er vier DC9-30’s aangeschaft. De twee Dash 8-toestellen worden
vervangen door twee Twinotters voor de inter-eiland operatie. Al met al
een uitbreiding welke met zich meebrengt dat zodra (indien) de
doorstroming naar de B767 plaatsvindt er vliegers zullen worden
aangenomen.
In verband met het verdwijnen van de Dash 8 is er hier en daar sprake van
een demotie (captains Dash 8 naar co-pilot DC-9/MD-82 en co-pilots Dash 8
naar captain/co-pilot Twinotter), welke zullen worden behandeld conform de
CAO voor Air ALM-vliegers.
DCA kampt sinds december 2002 al met een crew tekort en naar aanleiding
van de implementatie van de wettelijke WRR per 1 december zijn er nogal
wat discussies over de toepassing van de wet. Omdat het departement van
Luchtvaart van de Nederlandse Antillen heeft nagelaten een memorie van
toelichting te schrijven laat staan uit te geven, wordt er veelal een
vrije interpretatie toegepast bij het plannen van crews. De VNV-NA neemt
actief deel bij de totstandkoming van de memorie van toelichting.
Er is in ieder geval volop leven in de brouwerij en hopelijk is met de
indiensttreding bij de DCA een nieuw tijdperk aangebroken.
 |
LUCHTVAARTSCHOOL
|
Tijdens de ledenraadsvergadering van 2 juli 2002
heeft de ledenraad het onderhandelingsresultaat dat de bonden met de KLS
op 17 juni hebben bereikt, goedgekeurd. Afgesproken is onder meer een
loonsverhoging van in totaal 3,25% gedurende de looptijd (1 juli 2002-1
juli 2003).
Voor de instructeurs is daarnaast nu in de CAO een bijlage opgenomen over
het onderzoek naar de geschiktheid in de functie en de loss of
license-verzekering voor instructeurs ouder dan vijftig jaar. Bij twijfel
aan de geschiktheid is er dus nu ook voor de instructeurs een goede
procedure.
Voorts is overeengekomen dat, mocht de KLS toch winst maken er een
winstafhankelijke uitkering van 1% zal volgen. Eveneens is overeengekomen
dat de aanvulling tot 100% gedurende maximaal 104 weken na de eerste
ziektedag gewaarborgd blijft.
Aandachtspunt in dit jaar bleef de doorstroming van instructeurs naar KLM.
Ten slotte: partijen zullen alle verlofregelingen uit de huidige CAO nog
eens gaan bekijken en nagaan of zij moeten worden aangepast.
 |
Professionele zaken |
Het aandachtsgebied van professionele zaken omvat
de zaken die het functioneren van de vlieger betreft. Aspecten die hier
een onderdeel van vormen zijn professionele standaard, beoordelingszaken,
Crew Resource Management (CRM), Incident Stress, trainen en beoordelen en
medische zaken.
Professionele zaken is in het afgelopen jaar betrokken geweest bij de
volgende onderwerpen:
} Regeling gebruik vluchtgegevens en
incidentenonderzoek bij KLC.
} Het overleg betreffende deze regeling is
nagenoeg afgerond. KLM/KLC hebben het laatste
concept geaccordeerd. Zodra is voldaan aan bepaalde specifieke
voorwaarden zal de regeling
in werking kunnen treden.
} Regeling gebruik vluchtgegevens en
onderzoek naar veiligheidsvoorvallen bij Martinair.
} Beoordelingssysteem Transavia.
} Loopbaanbegeleiding eerste officieren
Transavia.
} Dit onderwerp is nog niet afgerond
aangezien er prioriteit gegeven moest worden aan de
invoering van het beoordelingssysteem.
} Symposium VogelVrij.
} In samenwerking tussen professionele-,
juridische- en vliegtechnische zaken heeft de VNV
de discussie in gang gezet over het thema VLIEGVEILIGHEIDSONDERZOEK
VERSUS
STRAFVERVOLGING.
De waarnemers van de commissie professionele standaard hebben in negentien
gevallen bijstand verleend aan vliegers die zijn geconfronteerd met een
onderzoek bekwaamheid in de functie. Het betrof dertien gevallen bij KLM/KLC,
drie bij Martinair, twee bij Transavia en één bij Schreiner.
Bij de beoordelingszaken bij de KLM betrof het voornamelijk vliegers
tewerkgesteld bij KLC (vnl. Fokker 50) of vliegers die de overstap maakten
naar de KLM.
De commissie PS is zeven keer bij elkaar geweest om de
beoordelingsgevallen en de volgende onderwerpen te bespreken:
} Seasonal Qualification Martinair.
} Command bij twee gezagvoerders.
} Functieprofiel waarnemers.
} Gedragscode functionarissen VNV.
} Handboek Examinatoren IVW.
} Kennistoets bij FCL-check KLM.
Individuele bijstand
Individuele bijstand kan worden gegeven vanuit zowel professioneel als
juridisch oogpunt.
In acht gevallen is bijstand verleend aan leden, waarbij het in de meeste
gevallen ging om bemiddeling bij een conflict met de werkgever. Ook hebben
de stafjuristen van de VNV weer veel leden juridisch kunnen ondersteunen
bij de uitoefening van het vak verkeersvlieger.
| Commissie Professionele Standaard |
| F.M. Stassen - voorzitter |
B.A. Peters |
| W. Berenschot |
R. Poulussen - jur. adviseur |
| A.A. Everts |
A.M. Leeman |
| T. Euverman - coördinator |
J.A. Sint Jago - bestuurslid |
| J.-P. Kahlmann |
P.R. Smit |
| H.K. Kuipers |
G.P. van Son |
| R.A.J. van Mechelen |
M.C.A. de Wit |
|

|
Vliegtechnische Zaken |
Commissie vliegtechnische zaken (vtz)
De Commissie VTZ heeft als hoofdtaken:
- Het behartigen van vliegerbelangen op vliegtechnisch gebied, waarbij
beïnvloeding van de regel- en wetgeving een wezenlijk eindproduct is.
- Het garanderen en structureren van kennis op vliegtechnisch gebied
binnen de VNV.
- Het leveren van expertise op technisch gebied aan platformen,
werkgroepen etc. die zich bezig houden met luchtvaartoperationele zaken.
De commissieleden zijn gespecialiseerd in drie aandachtsgebieden:
Vliegtuig (ADO), Luchthaven (AGE), Luchtruim (ATS/MET). Een interne
VNV-reorganisatie heeft ook de deelgebieden ‘New Large Aircraft’ en
‘Helikopter’ onder de paraplu van deze commissie gebracht.
| Commisssie Vliegtechnische Zaken |
| Rob van Eekeren, KLM (v) |
Bart Benard, MPH |
| Eric van Droffelaar, KLM |
Koen van Engelen, KLM |
| Thomas Bos, KLM |
Jan-Willem Heerink, TRA |
| Renault Bosma, TRA, best.lid VTZ |
Jan Rozema, KLM |
| Robbert Brons, KLM |
Wido de Wilde, KLM |
De doelstelling voor 2002 was de effectiviteit van de commissie verder uit
te bouwen. De in 2001 ingezette herstructurering en intensivering heeft in
2002 vruchten afgeworpen. De commissie VTZ heeft de werkzaamheden intern
middels een actiematrix (ongeveer 120 onderwerpen) verdeeld en daaraan
prioriteiten toegekend. De taken met prioriteit 1 worden voortvarend
aangepakt en leden van de commissie zijn actief in deze gebieden; de
effectiviteit is dan ook toegenomen. De doelstelling is derhalve gehaald.
Verwacht wordt dat het bestuur in 2003 zal komen tot een besluit van een
aangepaste commissiestructuur. Dit heeft gevolgen voor de commissie
vliegtechnische zaken. Voorgenomen wordt de hierdoor beoogde veranderingen
goed te verwezenlijken.
Communicatie
VTZ heeft zich voorgenomen de communicatie met de leden te verhogen. Dit
heeft geleid tot de publicatie van beroepsinhoudelijke artikelen in ‘Op de
Bok’. Een compilatie daarvan is terug te vinden op de VNV-website. Maar
communiceren is meer dan publiceren alleen. VNV-leden kunnen middels het
gecreëerde vlieger-verkeersleiders forum (http://www.vnv-dalpa.nl/) en het
‘pilot to pilot Aerodrome Deficiency Reporting’ systeem (http://www.vnv-dalpa.nl/members/adr/
frames_adr.htm) op de VNV-website beroepsinhoudelijke aangelegenheden met
elkaar uitwisselen. Ook heeft een internet enquête over de SPL ATIS de LVB
geholpen deze meer vliegervriendelijk te maken.
Luchtvaartwet
In 2002 is het luchthavenindelings- en verkeersbesluit in navolging van de
luchtvaartwet van kracht geworden. In tegenstelling tot wat minister
Netelenbos aan de Kamer had beloofd, was het probleem (zog-)turbulentie
niet met deze besluiten opgelost. De VNV heeft toen in samenwerking met de
Inspectie Verkeer en Waterstaat afspraken hieromtrent gemaakt met de
provincie Noord-Holland. In 2005 worden de besluiten geëvalueerd en dat
biedt de mogelijkheid genoemde tekortkoming hierin op te nemen.
Schiphol
De IFALPA black star is in 2002 verwijderd omdat de wetgeving en de
luchthavenbesluiten voldoende waarborgen boden. Tevens is een
langgekoesterde wens van de VNV, de SID-benamingen uniek te maken en te
koppelen aan een startbaan, verwezenlijkt. Ook is er succes geboekt door
het banenstelsel na de komst van de zogenoemde 5e baan conform
ICAO-regelgeving te benoemen (in plaats van de eerder door de luchthaven
voorgestelde 18, 19L en 19R, wordt dat 18R, C en L). Voorts lijkt de
jarenlange inspanning om middels een geïntegreerd en complex aan
maatregelen het vogelaanvaringsrisico te verminderen, te slagen. De
aanvaringsstatistieken ontwikkelen zich in de juiste richting, maar het is
nog te vroeg om achterover te leunen. Ten slotte is de VNV als volwaardig
deelnemer toegetreden tot de commissie Vogelpoel. Deze commissie
onderzoekt in navolging van de commissie Rinnooij Kan of, en zo ja hoe,
met ruimere windlimieten op SPL kan worden geopereerd. Naar verwachting
zal de commissie in 2003 met aanbevelingen komen.
Runway Incursions
Uit mondiale cijfers blijkt dat het aantal runway incursions de pan uit
rijst. Met name het SAS-ongeval te Milaan Linate in oktober 2000 heeft
ervoor gezorgd dat er een gezamenlijk Europees initiatief tot stand is
gebracht. Onder leiding van Eurocontrol is een aantal werkgroepen in het
leven geroepen die met korte termijn voorstellen dienen te komen. Hieraan
wordt leiding gegeven door een steering committee, dat de voorstellen van
de werkgroepen initieert, coördineert, beoordeelt en fiatteert. De
internationale vliegerverenigingen
IFALPA en ECA hebben een permanente zetel in deze steering committee, die
door de VNV wordt ingevuld. Verwacht kan worden dat het onderwerp Runway
Incursion de komende jaren hoog op de agenda wordt geplaatst.
Andere behandelde onderwerpen:
} FLYland: onderzoeksproject naar luchthaven in zee.
} Aerodrome deficiency reporting: het rapporteren van (potentiële)
bedreiging van de
vliegveiligheid.
} Verkiezing pilot friendly airport: waardering voor een vliegveld dat
door vliegers goed wordt
beoordeeld.
} Herpositionering van de LVNL: verkeersleiding als zelfstandig bedrijf,
veiligheid, capaciteit, single
sky; kortom wat is de hoofdfunctie LVNL.
} Third party risk (3PR): moet een vliegtuig met een emergency buiten
bebouwd gebied geleid
worden.
} Performance.
} Crash axe: security versus safety.
} Tunnel in the Sky: nieuwe technieken.
} Arrival & Departure procedures.
} (de-)Icing.
} Rescue and Fire Fighting Services.
} Toekomstige ontwikkelingen (FANS; crewrest facilities; future flightdeck;
HUD; etc.).
Een aantal van deze onderwerpen wordt hier onder de specifieke
hoofdgroepen (Luchtruim, ATS/MET, Luchthaven AGE en vliegtuig ADO)
behandeld.
Airport & Ground Environment
De IFALPA commissie Airport Ground Environment (AGE) houdt zich bezig met
alle aspecten van de uitrusting en regelgeving met betrekking tot
luchtvaartterreinen (Annex 14).
Rob van Eekeren en Eric van Droffelaar hebben de jaarlijkse IFALPA/AGE-vergadering
bijgewoond en diverse onderwerpen ingebracht. Actuele zaken zijn onder
meer de onderwerpen: visual aids, runway incursions, runway braking action;
ground de-icing; braking action; capaciteit luchthavens,
kwaliteitsbewaking, RFFF en het gevaar voor vogelaanvaringen.
Namens de Europese Cockpit Associatie is door Rob van Eekeren een
tweedaagse conferentie over Runway Incursions bij EUROCONTROL bijgewoond
en een lezing over het onderwerp gegeven. Voor de korte termijn is een
werkgroep opgericht die rapporteert aan de steering committee, welke ook
de lange termijn maatregelen behandelt. Hierin heeft ECA een zetel
gekregen; deze wordt bemand door de VNV-vertegenwoordiger.
Het beleid voor het komend jaar is gericht op het vergroten van de VNV/AGE-invloed
op het gebied van vliegtechnische zaken door overleg op het juiste niveau
met relevante partners. Voorts bestaat het voornemen de bovengenoemde
onderwerpen op internationaal als ook op nationaal niveau extra aandacht
te geven. Indien het wijzigingsvoorstel voor Annex 19 wordt
geformaliseerd, wordt een ‘accredited airport liaison representative’
programma opgestart. De VNV zal hieraan deelnemen met als doel de
kwaliteit en veiligheid van de Nederlandse luchthavens te verbeteren.
Air Traffic Services
Afgelopen jaar zijn er namens de VNV twee vergaderingen bezocht van IFALPA
Air Traffic Services (ATS), één in Krakow en één in Hong Kong. Op Europees
gebied stonden er drie ECA-vergaderingen op de agenda (Brussel).
Afgevaardigden vanuit de VNV waren Koen van Engelen en Jan-Willem Heerink.
Op het ATS-gebied zijn er, net als vorig jaar, een groot aantal
ontwikkelingen waar vliegers nu al, of binnen afzienbare tijd, mee te
maken krijgen, zoals:
} implementatie van RVSM in Europa en de monitoring van de prestaties,
mogelijke problemen in
de overgangsgebieden;
} implementatie van RVSM in CAR/SAM-regio (Caribbean en Zuid-Amerika);
} ontwikkelingen op AFTM-gebied;
} het in overeenstemming brengen van verschillen in USA en ICAO
RT-fraseologie;
} ADS-B (Automatic Dependant Surveillance-Broadcast);
} ASAS (Airborne Separation and Assistance System);
} overdracht van verantwoordelijk voor de separatie van ATC naar vlieger;
} implementatie van RNP-RNAV en P-RNAV naderingen;
} ontwikkelingen op Free Flight-gebied.
De contacten met het Nederlandse Luchtverkeersleiders Gilde zijn zonder
meer goed te noemen. Afgelopen jaar is er vier maal een vergadering
geweest, waar onder meer de volgende onderwerpen aan de orde kwamen:
Voortgang van de 3PR (Third Party Risk) discussie, ILS-categorisatie en
BZO (Beperkt Zicht Operaties), VEMER (Veiligheid Efficiëntie Milieu)
discussie rond Schiphol, Runway Incursions problematiek, ATIS-enquête en
gebruik van de holding op Schiphol.
Aircraft Design & Operations
De IFALPA commissie Aircraft Design & Operations (ADO) houdt zich bezig
met de ontwikkeling van beleid op het gebied van vliegtuigontwerp en de
operatie van verkeersvliegtuigen. In internationaal verband wordt door de
commissie getracht invloed uit te oefenen op de besluitvorming bij ICAO en
overheden, vliegtuigfabrikanten en luchtvaartmaatschappijen. Op Europees
gebied wordt samengewerkt met de ECA voor wat betreft de JAA-commissies
waarin ADO-leden zijn vertegenwoordigd.
In 2002 zijn twee IFALPA ADO meetings bijgewoond door Robert Brons en Wido
de Wilde, in Wenen en in Hong Kong. Een greep uit de onderwerpen van
afgelopen jaar: dwars-/staartwindproblematiek bij baantoewijzing, LOSA
flight monitoring program, procedures voor de verstevigde cockpitdeur,
wake vortex, windshear, crew rest and recreation areas (B777 Overhead
Flight Crew Rest), gebruik van reverse thrust en de Boeing EFB.
Meteorologie
Namens IFALPA heeft Jan Rozema deelgenomen aan de METG (de ICAO EUROPA
Meteorologie groep van de EANPG) in Parijs van 14-18 oktober 2002.
Hierbij behandelde onderwerpen waren o.m.:
} Definities, standaardisatie en verbetering van metingen van
meteorologische parameters.
} (On)mogelijkheden, beperkingen en doelmatigheid van metingen en
regelgeving v.w.b.
automatische observaties.
} Het datatransport tussen vliegtuigen en grondstations v.w.b. vulkanische
as, tropische cyclonen,
windshear e.a.
} Intensivering van gebruik van ACARS voor meteorologische gegevens, zoals
b.v. luchtvochtigheid.
} Standaardisatie van dwars- en staartwindcomponenten; wijze van
definiëren, meten, berekenen
en rapportering van wind- en gustwaarden.
Een subgroep van ICAO is AMOSSG (Automatic Meteorological Observations
Study Group, Montreal), welke zich bezig houdt met procedures voor
automatische waarnemingen. IFALPA zoekt naar een vertegenwoordiger in deze
groep!
Jan Rozema gaat een complete herziening van het IFALPA policy handboek
voor meteorologie presenteren tijdens de volgende ATS study group
vergadering die in mei 2003 in Brussel wordt gehouden.
In de VNV-VTZ-commissie zijn onder meer de volgende meteorologie
onderwerpen behandeld:
} Dwars- en staartwind: gebruik; definiëring; meetfouten, certificatie e.a.
} Turbulentie en windgedrag bij verstoring door bebouwing.
} Grenslaagonderzoek.
} Windgedrag boven zee.
} Definitie en meting van verticaal zicht.
Meeste bovenstaande onderwerpen lopen parallel met de Commissie
Vogelpoel(die een studie uitvoert naar de mogelijkheid om x-windlimieten
te verhogen), Schiphol, de luchtvaartwet en internationale groepen.
Joint Aviation Authorities (JAA)
Performance sub committee
Thomas Bos woonde de vergaderingen van de JAA Performance Subcommittee (in
Braunschweig en Parijs) bij. Tijdens deze vergaderingen lag de nadruk met
name op het harmonisatieproject, waarbij de JAR OPS- en FAA-regelgeving
zoveel mogelijk gelijk getrokken worden. Een struikelblok daarbij is het
feit dat FAA-regelgeving geen stringente regels heeft met betrekking tot
operaties op ‘contaminated runways’. Het huidige JAR OPS-voorstel
verwijdert de dispatch-eisen voor contaminated runways met betrekking tot
landingsprestaties op bestemming. Daarvoor in de plaats komt een
aangepaste inflight check. Op dit moment hanteert het voorstel voor de
nieuwe inflight check de procentuele veiligheidsmarges uit de voormalige
dispatch-eisen, echter niet alleen voor contaminated runways maar ook voor
droge en natte banen. Dit voorstel kan dus de nodige juridische
consequenties hebben voor de gezagvoerder wanneer de landingslengte
kritisch is en er kleine afwijkingen optreden in landingsgewicht,
temperatuur en wind op bestemming. Vooralsnog is dit voorstel vanuit
IFALPA-oogpunt niet acceptabel en verder onderzoek is vereist naar welke
veiligheidsmarges tijdens dispatch van toepassing dienen te zijn en welke
tijdens de inflight check (zoals wind, gewicht, temperatuurafwijkingen,
piloting technique, system failures, etc.).
Andere onderwerpen binnen de Performance Subcommittee zijn de invoering
van nieuwe certificatie-eisen m.b.t. contaminated/wet runway performance.
Met name de analytische methoden voor hydroplaning alsmede de berekening
van ‘impingement drag’ door nauwkeurigere berekening van spray patronen
zijn verbeterd. Ook zijn aanbevelingen gedaan om de invloed van niet
lineaire runway slope tijdens take-off mee te nemen. Afhankelijk van het
vliegtuigtype blijken zowel bolle als holle banen in sommige gevallen een
aanzienlijke performance penalty op te leveren voor respectievelijk het
‘runway length limited weight’ en het ‘obstacle clearance limited weight’
waar op dit moment geen rekening mee wordt gehouden. Ook zijn voorstellen
gedaan om het gebruik van een clearway tijdens de take-off te beperken in
geval van een N-1.
Voor interne referentie is onderzoek gedaan naar de effecten van het
gebruik van AeroShell Performance Additive (APA) 101 in brandstof, alsmede
is een analyse van de eisen met betrekking tot vliegtuiggeluid volgens
ICAO Annex 16 gemaakt en vergelijking gedaan van internationale
ontwikkelingen met betrekking tot beleving en regelgeving voor
vliegtuiggeluid. Vooralsnog lijken de internationale ontwikkelingen op één
lijn te liggen. Echter, wetgeving naar aanleiding van subjectieve
geluidsbeleving zal een groot struikelblok worden.
JAA Equipment sub committee
Vliegtechnische zaken-lid Wido de Wilde is voor IFALPA ADO representative
binnen de JAA Equipment sub committee. De EQSC is verantwoordelijk voor
aanpassingen in JAR OPS 1 betreffende de hoofdstukken K + L: instrumenten,
navigatie- en nooduitrusting. Drie vergaderingen van elk twee tot vier
dagen zijn hiertoe bijgewoond; twee in Hoofddorp en een in Bordeaux.
Omtrent de vereiste emergency equipment is na 11-9 discussie ontstaan over
de crash/fire axe of crow bar. Deze is vereist in de cabine van een
wide-body. De EQSC heeft een gebalanceerde positie ingenomen die
overeenkomt met de IFALPA ADO-positie, namelijk het vereisen van een
‘tool’ voor het bestrijden van brand die moeilijk bereikbaar is.
Eind 2002 is een Advanced Notice to Proposed Amendment (A-NPA) gelanceerd,
die het terugbrengen van de vereiste supplemental en first aid oxygen
voorstelt. Omdat IFALPA er belang aan hecht dat voorschriften niet zonder
meer worden verlicht, is er een breed gedragen reactie opgesteld binnen de
IFALPA ADO-commissie, die vervolgens weer is overgenomen door de ECA.
Andere besproken onderwerpen zijn de introductie van Type IA Flight Data
Recorders, een aantal aanpassingen aan de first aid kit en de emergency
medical kit, het vereisen van Terrain Avoidance and Warning Systems (TAWS)
voor kleine vliegtuigen en het opstellen van regelgeving voor historische
vliegtuigen.
Nationale Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL)
In de commissie vogelaanvaringen luchtvaartuigen (CVL) onder leiding van
IVW heeft ook de VNV zitting. De commissie ontwikkelt beleid om het risico
van vogelaanvaring te verminderen. Vanuit de luchtvaartmaatschappijen
lijkt er helaas weinig belangstelling voor deze commissie te bestaan die
toch een wezenlijke veiligheidsproblematiek aanpakt. De commissie komt elk
kwartaal bijeen. Nederland is momenteel voorzitter van de International
Bird Strike Committee.
Commissie Vogelpoel (tweede werkgroep crosswind)
Windinvloeden bepalen in belangrijke mate capaciteit, milieu en veiligheid
op Schiphol. Teneinde meer uur- en jaarcapaciteit op veilige wijze binnen
de huidige en toekomstige milieu-eisen op Schiphol te kunnen garanderen,
worden mogelijke aanvullende maatregelen onderzocht op veiligheid,
efficiëntie en milieueffecten voor de crosswind-operatie op Schiphol.
Door het gebruikersplatform Schiphol, OSO, met alle betrokken partners (LVNL,
AAS, KNMI, KLM, Martinair, IVW en VNV) is daartoe een commissie ingesteld.
De werkmethodiek kenmerkt zich door een gedegen, procesmatige aanpak, met
een wetenschappelijke onderbouwing van alle facetten in een
crosswind-operatie (baantoewijzing, wind- en gustmeting/ voorspelling,
baanfrictie, cockpit procedures, certificatie, ICAO/IFALPA-richtlijnen).
De vergaderfrequentie is tweemaal per maand; vanaf medio 2003 worden
mogelijke maatregelen voorgesteld ter implementatie vanaf 2005.
Veiligheid, internationale afstemming en doorzichtigheid, en werkbaarheid
voor de vlieger zijn belangrijke criteria voor eventuele nieuwe
gebruiksmaatregelen.
Overleg met luchtvaartmaatschappijen komt moeizaam van de grond. Wel is er
meestal op informele wijze contact met de bedrijven over vliegtechnische
en operationele aangelegenheden, maar het is niet gestructureerd. Een
uitzondering is Martinair waar wel op regelmatige basis deze
beroepsinhoudelijke zaken besproken worden, overigens ook nog in een
professionele en prettige sfeer.
Commissie Vliegveiligheid
De commissie is samengesteld uit leden van binnen de vereniging
vertegenwoordigde luchtvaartmaatschappijen. Tevens is een
boordwerktuigkundige verbonden aan de commissie. Freek Dilweg en Robbert
Adriaens stopten in 2002 met hun werkzaamheden voor de commissie. De
leden van de commissie hebben een opleiding tot accident investigator
gevolgd en zijn als zodanig door IFALPA geaccrediteerd. Twee leden van
de commissie (Leo Hartman en Rutger Vossen) zijn lid van de IFALPA
accident analysis committee. Nieuwkomers binnen de commissie kunnen, na
een kennismakingsperiode, opgeleid worden tot accident investigator. In
2002 werden geen commissieleden opgeleid. Voor 2003 staat deze opleiding
wel gepland.
| Commissie Vliegveiligheid |
| J.C. d’Arnaud Gerkens, KLC |
J.O. Lafour, TRV |
| R.E. Boer, MAC |
J. Marijnen, KLM, voorzitter |
| B. Bonke, KLM, asp. lid |
L. van Munster, KLM, adviseur |
| R.H.P. Bosma, TRV, bestuurslid |
P.C.J. Odenkirchen, MAC, asp.lid |
| S.E. van Dijck, KLM, asp. lid |
N. Oord, SAW |
| N.J.M. Disseldorp |
W.A. van Polen, TRV |
| K.C. van Engelen, KLM, asp. lid |
J.H. Telders, KLM |
| L.J. Hartman, KLM, vice-voorz. |
V. Telkamp, KLM, asp. lid |
| J.G.H.W. Knijff, MAC |
R.G. Vossen, KLM |
| .W. Kreek, KLC, asp. lid |
T A. Westerdijk, KLC |
De leden van de commissie nemen deel aan onderzoek naar oorzaken van
ongevallen en ernstige incidenten binnen de verkeersluchtvaart. Het doel
van dit vliegveiligheidsonderzoek is om te komen tot aanbevelingen die
de (vlieg)veiligheid verhogen. E.e.a. conform door ICAO vastgestelde
‘Standards and Recommended Practices’ in Annex 13. De commissieleden
hebben niet tot taak de directe belangen van individuele bemanningsleden
of een bemanning als geheel te behartigen. Wel wordt toegezien op een
goede naleving van de voorwaarden waaronder vliegveiligheidsonderzoek
wordt gehouden. De bescherming van privacy en het gebruik van
vluchtgegevens uit data recorders en cockpit voice recorder hebben
daarbij bijzondere aandacht. Voorafgaand aan een onderzoek wordt aan de
betrokken bemanningsleden voorlichting gegeven over de procedure bij een
incident- of ongevalonderzoek.
Voor onderzoek naar een ongeval of ernstig incident van een buitenlandse
luchtvaartmaatschappij in het Nederlandse luchtruim kunnen vergelijkbare
taken worden vervuld. Ook kan, in afwachting van de komst van
vertegenwoordigers van de eigen vliegervereniging, ondersteuning aan
betrokken bemanningsleden worden gegeven.
De commissie volgt de maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van
ongevalonderzoek en is betrokken bij overleg over wet- en regelgeving
ten aanzien van het vliegveiligheidsonderzoek. Het uitgangspunt hierbij
is dat het onderzoek als doelstelling heeft de veiligheid te verhogen en
nimmer mag worden gebruikt voor andere doeleinden. Dat is de basis van
een gezonde vliegveiligheidscultuur én het draagvlak van de
vertrouwensrelatie die tussen de vliegers, de luchtvaartmaatschappijen
en de overheid dient te bestaan.
De commissie vergaderde vier maal in het afgelopen jaar. Tijdens de
vergaderingen zijn onder meer rapporten waaraan de commissie heeft
meegewerkt besproken. Tijdens de commissievergaderingen vindt
kennisuitwisseling plaats; door leden en in een enkel geval door externe
specialisten werden presentaties over specifieke onderwerpen gegeven.
Commissieleden hebben in de verslagperiode deelgenomen aan
vliegveiligheidsonderzoeken bij KLM, KLM Cityhopper, Martinair en
Schreiner Noordzee Helikopters. Ook zijn leden van de commissie aanwezig
geweest bij vluchtanalyses met bemanning, zoals in de KLM CAO (bijlage
17) is vastgelegd. Een onderzoeker van de commissie heeft dit jaar
deelgenomen aan het onderzoek van de Raad voor de Transportveiligheid
naar de omstandigheden die hebben geleid tot een ernstig incident bij
KLC, terwijl een andere onderzoeker is betrokken bij het onderzoek naar
de oorzaak van een ongeval bij de KLS.
Verder droeg de commissie bij aan het overleg met overheid en
maatschappijen op het gebied van wet- en regelgeving ten aanzien van
vliegveiligheidsonderzoek. Met Martinair is een regeling gebruik
vluchtgegevens en incidentonderzoek, als bijlage van de CAO,
overeengekomen. De commissie vliegveiligheid heeft het initiatief
genomen om een symposium te organiseren met als doel de verhouding
tussen veiligheidsonderzoek en andere vormen van onderzoek, zoals het
strafrechtelijk onderzoek, in kaart te brengen. Dit symposium werd op 15
mei in het Aviodome gehouden. Een kwalitatief uitstekend panel sprekers
en een prima opkomst van vele betrokken en geïnteresseerde mensen uit de
luchtvaart- en ongevallenonderzoekwereld maakten het symposium
succesvol. In Op de Bok van juni 2002 is uitvoerig ingegaan op de inhoud
van het symposium. Aan het bestuur van de vereniging is advies gegeven
over het in te nemen verenigingsstandpunt op diverse gebieden die
verband houden met vliegveiligheidsonderzoek. Zo is een werkgroep
ingesteld onder leiding van Hans Marijnen die de nieuwe conceptwet
Onderzoeksraad voor veiligheid volgt, beoordeelt en het bestuur
adviseert over noodzakelijke aanpassingen van die wet.
Leden van de commissie hebben de IFALPA AAC-vergadering in Johannesburg
bijgewoond. Ook hebben commissieleden deelgenomen aan het Flight Safety
Foundation Seminar in Boedapest.
Dangerous goods
De VNV-vertegenwoordigers in de IFALPA Dangerous Goods commissie
participeren in de ontwikkeling van internationale regelgeving met
betrekking tot alle aspecten van het vervoer van gevaarlijke stoffen. VNV’ers
vertegenwoordigen IFALPA in tal van internationale gremia zoals het ICAO
Dangerous Goods Panel, de IATA DG board, de IATA life Animal Board etc.
In het verslagjaar werd een tiental vergaderingen c.q. bijeenkomsten – die
zeer verspreid over de wereld plaatsvonden – bijgewoond. Tijdens de IFALPA
jaarvergadering in Stavanger is Wim Schuurman (MPH) herkozen voor een
derde termijn als voorzitter van de IFALPA Dangerous Goods Committee. Dick
Gierlings (KLM) is vice-voorzitter van deze commissie.
Commissie Human Perfomance (commissie Ergomed)
Taakgebieden en samenstelling
De commissieleden zijn actief in een aantal deelgebieden, te weten:
} Vertegenwoordiging in het IFALPA
HUPER-committee (human performance), onderverdeeld in
Medical, Human Factors en Licensing/Training.
} Vertegenwoordiging van IFALPA binnen het
JAA-LSST (medical) team.
} Toezicht op JAR-FCL 3 (Medical Part).
} Arbo-zaken; de Arbo-vertegenwoordigers
van KLM, Martinair en Transavia zijn in de commissie
opgenomen.
} Individuele belangenbehartiging.
} Projecten.
IFALPA HUPER Commissie
In 2002 zijn IFALPA-bijeenkomsten bijgewoond te Bariloche (Arg.) en
Auckland (NZ).
Belangrijke onderwerpen hier waren de voorbereiding van policies aangaande
LOSA (Line Operational Safety Audit) en Cosmic Radiation.
JAA sectorial team medical
Tijdens twee vergaderingen te Maastricht en Zürs werd
IFALPA vertegenwoordigd binnen het JAA-LSST(medical) team. Voornaamste
aandachtsgebieden waren de veranderende visus-eisen en de politiek rond de
harmonisatie binnen JAA.
Toezicht JAR-FCL 3
In toenemende mate ontstaan er problemen rond de inhoud en interpretatie
van de JAR-FCL3. De Nederlandse vertaling van de JAR is wettig bindend
geworden. Vanwege de kwaliteit en de lange vertaalperiode, rijzen hier
steeds meer problemen. De commissie heeft de Inspectie Verkeer en
Waterstaat (IVW) en de JAA hierop gewezen.
Arbo-zaken
De commissie is betrokken geweest bij de overgang van het Aeromedisch
Instituut in Soesterberg naar KLM Arboservices/AMI en volgt hier de
ontwikkelingen nauwlettend. Daarnaast is er een tweede keuringscentrum
bezocht door de VNV, het AMC te Schiphol-C.
Bij Transavia speelt nog steeds de vraag over de invoering en keuze van
gehoorbeschermingsmiddelen. Ook op het forum op de VNV-website en in de
ledenraad speelt een discussie over de voors en tegens van otoplastieken
en ANR-headsets.
De commissie tracht op basis van onderzoek naar de technische
mogelijkheden van gehoorbescherming tot een goede advisering te komen.
Afhankelijk van wetgeving op dit gebied zal de OR voor verdere uitvoering
bij de maatschappij moeten zorgdragen; afhankelijk van diezelfde wetgeving
is er een rol voor de VNV weggelegd in dit proces.
Individuele belangenbehartiging
De commissie heeft het afgelopen jaar een vijftiental leden geassisteerd
bij medische of brevetteringsvragen, waarbij zij werd bijgestaan door een
onafhankelijke luchtvaartmedicus die aan de commissie verbonden is.
Projecten
Straling
In maart 2002 werd het Uitvoeringsbesluit Stralingsbescherming van kracht.
Kernpunten zijn dat vliegend personeel als stralingswerker wordt
aangemerkt, er persoonsdosimetrie komt en een limitering stralingsdoses in
de uitvoering is vastgesteld. De uiteindelijke vertaling naar de praktijk
laat echter nog steeds op zich wachten; problemen met de koppeling van
databases wordt hiervan de oorzaak genoemd, maar een zekere laksheid bij
de operators kan niet ontkend worden in de uitvoeringsfase. De commissie
zal het bestuur van de VNV verzoeken een krachtig signaal aan de operators
af te geven teneinde tot snelle invoering te komen.
Problematisch gebruik van middelen
Vanwege de feitelijke legalisering van party- en softdrugs in Nederland,
is het normbesef omtrent het gebruik hiervan tanend. De commissie stelt
vast dat voorlichting door operators en luchtvaartscholen gegeven dient te
worden en gebruikt haar contacten om dit te verwezenlijken.
DVT (deep venous thrombosis)
Naar aanleiding van een publicatie in Op de Bok aangaande DVT, zijn er
contacten ontstaan met vooraanstaande specialisten op dit terrein,
teneinde een set van preventieve maatregelen te kunnen ontwikkelen en de
keuringseisen bij recidive aan te passen. Daarnaast zijn de
voorbereidingen getroffen om een grootschalig onderzoek naar DVT te doen
onder actieve vliegers 1990-2002.
Contacten met derden
Op verschillende niveaus is er regelmatig contact onderhouden met de
Arbodiensten van de verschillende Nederlandse luchtvaartmaatschappijen.
Ook is er overleg gepleegd met de Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie
Luchtvaart (voorheen RLD), KLM Arboservices/AMI en het Ministerie van
Sociale Zaken.
De commissie telde in het verslagjaar zeven vaste leden en één lid op ad
hoc-basis. Vacatures zijn er voor vertegenwoordigers van Schreiner, AHC en
KLC.
| Commissie Human Perfomance (commissie
Ergomed) |
| Paul Smeele, KLM (voorzitter) |
Ger Maat, adviseur |
| Renault Bosma, TRA |
Michiel van Haften, MPH |
| Bert Hillmann, KLM |
Eric Pieters, KLM |
| Hans Sypkens, KLM |
Mireille Wildschut, TRA |
 |
Overige VNV-Commissies |
Security commissie
In 2002 is de commissie in rustiger vaarwater gekomen. De afwikkeling van
zaken die nodig waren na de aanslagen van 11 september 2001 komen zo
langzamerhand tot een einde. Dit heeft ertoe geleid dat de commissie door
haar expertise permanent is uitgenodigd in diverse overlegstructuren.
Omdat daarnaast verschillende zaken nog niet zijn afgerond heeft de
commissie ook in 2003 nog voldoende werk.
| In het nationale overleg is de commissie
vertegenwoordigd in overlegstructuren van Justitie, IVW en de AIVD.
Dit overleg heeft er het afgelopen jaar voor gezorgd dat de vereniging
invloed had in het Nieuwe Nationale Veiligheidsplan Burgerluchtvaart,
De nieuwe regelgeving aangaande ‘In Flight’ security van IVW en de
risicoanalyse voor de burgerluchtvaart van de AIVD. Deze
vertegenwoordiging zal komend jaar worden voortgezet door Nico
Voorbach en Han Luchsinger. Het overleg met de diverse
luchtvaartmaatschappijen is afgelopen jaar zeer constructief geweest.
Onze expertise zal ook komend jaar worden gedeeld met de
maatschappijen. Doelstelling is |

In april werd de Security informatiedag
georganiseerd
|
dat in de toekomst pas naar een
bestemming gevlogen mag worden als de risicoanalyse dit toestaat. Bij
KLM komt deze doelstelling al heel dichtbij.
Met KLM is afgesproken dat de security-rapporten van crews richting
maatschappij mogen worden ingezien en dat hier eventueel advies over
gegeven kan worden. Dit geldt ook voor KLM Cityhopper. Bij de KLM blijft
de commissie vertegenwoordigd in de stuurgroep security. Met Transavia is
afgesproken dat de commissie altijd in overleg kan treden met de Transavia
security afdeling om de actuele zaken door te nemen. Voor Martinair geldt
een zelfde afspraak. Probleem hier is dat er geen vertegenwoordiger van
Martinair in de commissie zit en zij dus afhankelijk is van de input van
de individuele vliegers. Met de Schreiner-vliegers moet nog contact worden
opgenomen over vertegenwoordiging door de security commissie. Dat gebeurt
zodra men ook hier in rustiger vaarwater komt.
| Securitycommissie |
| Nico Voorbach, KLC, voorzitter/internationale/nationale zaken |
| Iris Tangerink, KLM, secretaris/KLM-zaken |
| Rob Prange, KLM, KLM-zaken/internationale zaken |
| Han Luchsinger, TRA, Transavia- en Martinair-zaken/nat. zaken |
| Rob Oude Elferink, KLC, KLC-zaken |
Internationaal heeft de commissie een bijdrage geleverd aan het overleg
met ICAO, ECAC, de EU, IATA etc. Hierbij kon de expertise die binnen de
IFALPA security commissie ruim voorhanden is worden ingebracht. Nico
Voorbach is de vice-voorzitter van deze IFALPA-commissie. In 2003 zal
verder worden gewerkt aan de continuïteit in de vertegenwoordiging bij en
van IFALPA en het op peil houden van de benodigde expertise.
Commissie FEA
De commissie Financiële en Economische Analyse (FEA) is bij het
aantreden van het presidentieel team De Vries/ Van Zwol ingesteld.
Het afgelopen jaar is de ‘Eurobench-groep’ in het leven geroepen. Dit is
een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van diverse Europese
vliegerverenigingen die als doel heeft het verzamelen van alle relevante
arbeidsvoorwaardelijke gegevens van vlieger CAO's van de grote Europese
luchtvaartmaatschappijen. De VNV is hierin mede-initiatiefnemer geweest.
Er is een protocol data exchange ontwikkeld waarin de gedragsregels voor
de deelnemers zijn vastgelegd. Daarnaast is een format bepaald waarin de
arbeidsvoorwaardelijke gegevens zoveel mogelijk gestandaardiseerd zijn
vastgelegd. Op dit moment wordt gewerkt aan het uitdiepen van de
gegevensuitwisseling om een nauwkeuriger beeld te kunnen krijgen. Ook zal
getracht worden een gegevensuitwisseling voor maatschappijen werkzaam in
vracht- en charteroperaties op te zetten.
Op het gebied van de codeshare is aanvankelijk een spread- sheet programma
opgezet waarmee de KLM codeshare-afspraken gecontroleerd konden worden. Na
het vernieuwen van de afspraken in het Duin en Kruidberg-akkoord dient de
werkwijze enigszins aangepast te worden. Hieraan wordt gewerkt. Voor wat
betreft de inkomstenbelasting leverde de introductie van het nieuwe
belastingplan een groot aantal vragen van leden op. Na deze initiële
stroom van vragen is het rustiger geworden, aangezien de
beroepskostenaftrek grotendeels verdwenen is.
Verder heeft de commissie zich beziggehouden met een rechtszaak om de
aftrekmogelijkheid van kosten voor het vliegen op eenmotorige vliegtuigen
voor tweede officieren te behouden. Deze zaak is gewonnen. De follow-up
ervan is, door slechte medewerking van belastinginspecteurs, tijdrovender
geweest dan verwacht.
| Commissie Financiële en Economische
Analyse |
| C.J.Th. Vlooswijk, KLM (voorzitter) |
R. Huizinga, KLM (codeshare) |
| M.J. Loef, KLM (belastingen) |
M.G.M. Janssen, KLM, (benchmark) |
Pensioencommissie
De personele bezetting van de pensioencommissie is dit jaar niet
gewijzigd. Actuele zaken die dit jaar speelden zijn geweest de financiële
positie van het pensioenfonds na de STROT-operatie, de opzet van de
derivatenstructuur in het pensioenfonds, de deeltijdpensioenregeling en de
rechtszaken van (ex)collegae betreffende het doorvliegen. Verder was er
regelmatig overleg over zaken die in de deelnemersraad van het
pensioenfonds aan bod komen.
| PENSIOENCOMMISSIE KLM |
| J.P. van Breukelen (voorzitter) |
B.B.W. Hummel |
| A. van Adrichem |
< |