|

VNV-jaarverslag 2001
ALGEMEEN
Het ledenbestand nam ten opzichte van 2000 toe
met 43 leden. Het aantal geassocieerden steeg met 37. Het totaal aantal
leden komt hiermee op 2.760 en het aantal geassocieerden op 822.
Nadat het team Griffioen/Blom had besloten dat zij zich niet meer
beschikbaar zouden stellen voor een volgende bestuursperiode, meldden
zich - voor het eerst sinds jaren - twee teams, te weten De Vries/Van
Zwol en Van Beek/De Boer.
Mutaties bestuur
Uiteindelijk won het team De Vries/Van Zwol. Een aantal zittende
bestuursleden gaf te kennen hun bestuursperiode met ingang van mei 2001
te beëindigen: de heren Engels en Hoogeboom traden af. Naast de overige
zittende bestuursleden die met het team De Vries/Van Zwol 'meegingen'
werd de heer Vlooswijk bestuurslid Financiële en Economische Analyse en
kwam de heer Ten Velden weer terug op z'n oude post als bestuurslid
Internationale zaken.
Vanwege het feit dat het nieuwe bestuur heeft afgezien van een
bestuurslid KLM-groepscommissiezaken werd de portefeuille van de heer
Hartog gewijzigd in bestuurslid KLM/KLC-zaken. De heer Bosma verruilde
z'n bestuursfunctie van Transavia voor die van Vliegtechnische zaken en
de heer Roos werd het nieuwe bestuurslid Transavia-zaken.
Het bestuur voor de periode 2001-2003 ziet er derhalve als volgt uit:
Dagelijks bestuur:
Henk de Vries, president;
Evert van Zwol, vice-president;
René de Groot, secretaris;
Renault Bosma, penningmeester/vliegtechnische zaken;
Hans Tettero, algemene zaken.
Overige bestuursleden:
Frits Broens, Martinair-zaken;
Jan-Jaap Hartog, KLM-KLC-zaken;
Jan Roos, Transavia-zaken;
Joop Sint Jago, professionele standaard;
Paul ten Velden, internationale zaken,
Carl Vlooswijk, financiële en economische analyse. |
 |
VNV-secretariaat
In juni werd voor een vierdaagse werkweek aangenomen Asha Blauw, terwijl
Gudrun Bens en Saskia Gallo in deeltijd zijn gaan werken. Tevens is
aangesteld als secretariaatsmedewerkster Pauline Huizinga.
Ledenraad
Ook gedurende 2001 werd weer een respectabel aantal voorstellen - via
moties - door de raad behandeld. De raad sprak af elk jaar in januari
het functioneren van de ledenraad te evalueren.
Ledenbestand per 31-12-2001
| KLM: |
1.673 |
| KLC: |
219 |
| Schreiner: |
125 |
| Air Holland: |
24 |
| Martinair: |
311 |
| VNV/NA: |
85 |
| KLS: |
9 |
| Transavia: |
314 |
Overleden
In 2001 overleden de leden C.O. Drost (KLM), A.K. Bosman (KLM) en P.J.
Pärson (KLM), het lid van verdienste L. Blomberg en de geassocieerden
L.P. v.d. Broek, J.E. van Ettinger, E. Mieras, W.P. Wesly, R. Andriesse,
A.D. Snitselaar, G. Burger, A. Looij, L.J. Senf, J.N. Tieman, D.J.
Nijhof, L.T.S.W. Karskens, F. Capel, F.A.M.W. Houba, L.A. de Ruyter van
Steveninck en W.L. van Steijn.
Communicatie
De VNV-infogids heeft een permanent karakter gekregen.
Om de communicatie te optimaliseren verscheen in juni de eerste losse
editie van 'Op de hoogte'. In totaal werden er 24 verzonden.
VNV Internetsite
In het verslagjaar werd volop gebruik gemaakt van de
communicatiemogelijkheden die het internet biedt. Naast
informatieverstrekking over VNV-zaken aan derden, wordt steeds meer
informatie beschikbaar gemaakt voor de leden via de website van de
vereniging.
Tevens werd in toenemende mate gebruik gemaakt van aan (groepen) leden
gerichte e-mail.
Een voorbeeld hiervan is de verzending van de losbladige edities van 'Op
de hoogte' per e-mail. Ruim 250 leden kozen inmiddels voor deze
mogelijkheid die de informatiesnelheid verhoogt en tevens een
kostenbesparing oplevert.
Informatie die uitsluitend bestemd is voor de leden werd geplaatst in
gedeelten van de website die exclusief toegankelijk zijn door middel van
het gebruik van een password.
Er zijn inmiddels ruim 2.600 leden met een password.
Leden die toegang hebben aangevraagd tot deze besloten gebieden kunnen
tevens in een aantal forums onderling van gedachten wisselen over door
hen zelf te kiezen onderwerpen. Van deze mogelijkheid wordt volop
gebruik gemaakt: ongeveer 700 leden registreerden voor de
deelnamemogelijkheid in de forums.
Een greep uit de verdere inhoud van de website:
} VNV in het nieuws met persberichten en
publicaties.
} Alle edities van Op de hoogte.
} Agenda, notulen en mededelingen
ledenraad alsmede alle moties en nota's.
} VNV-ledenlijst 'on line'.
} De Schreiner CAO.
} Informatie van de diverse
VNV-commissies.
} Nieuws en informatie over IFALPA, en
NASA ASRS.
} Senioriteitslijst KLM/KLC-vliegers,
Schreiner, Transavia- en Martinairvliegers.
} Selectie van nieuwsberichten op
luchtvaartgebied.
} Een maandelijkse selectie van
artikelen uit Op de Bok.
} Een geautomatiseerd rapportagesysteem
voor de melding van gebreken in apparatuur,
faciliteiten en procedures op en rond luchthavens.
} Weer- en NOTAM informatie.
De VNV website ontving per week gemiddeld circa 7.000 bezoekers.
Commissiestructuur
Het presidentiële team De Vries/Van Zwol heeft in hun beleidsplan onder
meer aangegeven onderzoek te doen naar de huidige commissiestructuur
binnen de VNV.
Op het moment van verschijning van dit verslag wordt nog intensief
gewerkt aan het onderzoek naar de commissiestructuur met de bedoeling
een meer efficiënte en op elkaar afgestemde structuur te realiseren.
Een eerste tussenrapportage geeft aan dat een aantal commissies zal
worden opgeheven en andere commissies anders zullen worden opgezet.
In dit verslag wordt nog de bestaande commissiestructuur gehanteerd.
Politieke en andere externe contacten
In het verslagjaar heeft de VNV een zeer intensief lobbytraject gestart
om de Wet Luchtvaart aangepast te krijgen. Diverse brieven zijn
verzonden naar de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat en naar de
minister van dat departement. Dankzij directe contacten met diverse
kamerleden en de aanwezigheid van VNV-leden in uniform tijdens debatten
in het 'Haagse', is de wet na een amendement van VVD, gesteund door CDA
en D66, in de door ons gewenste richting aangepast.
Dit lobbytraject, samen met de verslaglegging daarvan in tal van
dagbladen, heeft een behoorlijke 'spinoff' gehad. De VNV is sindsdien
gevraagd om over tal van zaken haar visie te geven of deel te nemen aan
diverse platforms. De VNV heeft bijvoorbeeld haar visie kunnen geven op
de herpositionering van de LVNL. Vertegenwoordigers van de VNV houden
zich verder bezig met het project 'Flyland' (luchthaven in zee) en nemen
deel aan het ATM gebruikersplatform.
Ook op security-gebied heeft de VNV - na de vreselijke gebeurtenissen op
11 september 2001 - haar standpunten in diverse gremia naar buiten
kunnen brengen. Zo nemen wij deel aan werkgroepen bij de diverse
maatschappijen, bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat enz.
Daarnaast heeft de VNV haar invloed op security-gebied binnen ECA en
IFALPA verder uitgebreid, om haar beleid ten aanzien van de benodigde
security-maatregelen in wet- en regelgeving verankerd te krijgen.

Professionele zaken
Het bestuurslid Professionele Standaard (PS)
geeft ondersteuning aan leden die worden geconfronteerd met een
onderzoek naar hun functioneren. De ondersteuning vindt plaats vanuit de
VNV-commissie PS, de waarnemers bij beoordelingszaken, de algemeen
secretaris en de juridisch adviseur. Ook wordt ondersteuning verleend
aan leden die daar op grond van hun individuele situatie behoefte aan
hebben.
Ondersteuning van leden
Gedurende het verslagjaar zijn er bij de diverse maatschappijen veertien
beoordelingszaken geweest. Aanleiding voor vrijwel alle
beoordelingszaken was het niet halen van een omscholing.
Ook zijn er zeven leden ondersteund die op één of andere wijze werden
geconfronteerd met zaken op het gebied van hun vakbekwaamheid en/of
functioneren.
Commissie Professionele Standaard
In 2001 is de commissie PS acht keer bijeen geweest. Naast het bespreken
van actuele beoordelingszaken is een aantal beleidsmatige onderwerpen de
revue gepasseerd en is het bestuur daarover geadviseerd. Het betrof:
} Beoordeling van de linecheck bij KLC.
} Loopbaanbegeleiding Martinair en
Transavia.
} Beoordelingssysteem Transavia.
} Seasonal Qualification Martinair.
| Commissie Professionele
Standaard |
| F.M. Stassen, KLM (voorzitter) |
B.A. Peters, KLM |
| W. Berenschot, KLC |
R. Poulussen (adviseur) |
| A.A. Everts, KLM |
M.W.J. Scheerder, MAC |
| T. Euverman (coördinator) |
J.A. Sint Jago, KLM |
| J.-P. Kahlmann, MAC |
P.R. Smit, TRA |
| H.K. Kuipers, KLM |
G.P. van Son, TRA |
| R.A.J. van Mechelen, KLC |
M.C.A. de Wit, KLM |

|
Vliegtechnische Zaken |
 |
VTZ |
De afdeling vliegtechnische zaken vormt
naast de arbeidsvoorwaardelijke en de professionele afdeling één van
de drie peilers van de VNV-organisatie. Een grote groep leden is daarin
actief. Zij verrichten hun werkzaamheden in verschillende commissies.
Het hoofdmotief is het verbeteren van de (vlieg)veiligheid.
Vanuit de commissies worden deelproblemen van ons vakgebied bestudeerd.
Advisering van het bestuur, gevraagd en ongevraagd, wordt voorbereid en
uitgevoerd. Vanuit de commissies worden de vertegenwoordigingen naar
IFALPA, ICAO en andere organisaties georganiseerd. Daar wordt het
VNV-standpunt ten aanzien van diverse onderwerpen uitgedragen dan wel
aan meningsvorming gedaan. De werkzaamheden voor IFALPA vormen een
belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van vele commissieleden.
Daarvan wordt apart verslag gedaan.
Hoewel het niet altijd makkelijk is om op de juiste dagen leden voor
VNV-dagen ingedeeld te krijgen, is het enthousiasme van deze actieve
leden onverminderd groot om zich op vliegtechnisch gebied voor de
vereniging in te zetten. Het bestuur waardeert dit zeer.
In het vorig verslagjaar moesten we melden dat het milieupreferent
baangebruik de veiligheidsmarges aantast. De VNV heeft zich daar altijd
fel tegen verzet. Dit jaar heeft dat verzet tot succes geleid. Door
lobbywerk en druk uitoefenen op diverse instanties - waaronder de
politiek - zijn uiteindelijk op inhoudelijk goede argumenten wijzigingen
aangebracht in de wetsvoorstellen met betrekking tot de Wet luchtvaart -
luchthaven Schiphol. Deze Schipholwet voorziet er nu bijvoorbeeld in dat
als de gezagvoerder om een qua windrichting gunstiger (veiliger) baan
vraagt hij deze krijgt toegewezen, ook indien de baan vanwege
geluidsquota is gesloten.
Een punt van zorg blijft wel de nauwkeurigheid van de windinformatie en
meting van de baanfrictie. De crosswind problematiek blijft zodoende de
onverminderde aandacht houden.
Inspectie, handhaving en vervolging
In de loop van 2001 zijn naar aanleiding van diverse rampen vanuit de
politiek initiatieven ontplooid om wetgeving zodanig aan te passen dat
inspectie, handhaving en vervolging beter geregeld zou worden. Het is
duidelijk dat dit met name de maatschappelijke onrust dient weg te nemen
die dergelijke rampen veroorzaken: de betrokkenen moeten zich
verantwoorden. Een gevolg is echter ook dat bij het onderzoeken van
luchtvaartincidenten en -voorvallen de rol van het OM en de
handhavingdienst luchtvaart zodanig onduidelijk is geregeld dat de
onderzoeksraad haar werk niet optimaal kan uitvoeren. De betrokkenen
moeten te allen tijde alle relevante informatie willen verschaffen en
deze niet onder een dreiging van strafrechtelijke en andere maatregelen
achterhouden. Deze scheiding van veiligheidsonderzoek en onderzoek door
justitie en inspectie is een belangrijk aandachtspunt in 2001 en zal dat
zeker ook blijven voor het volgend jaar. Zoals reeds eerder vermeld,
heeft de voorzitter van de commissie vliegveiligheid het initiatief
genomen om de VNV in samenwerking met een aantal andere partijen een
symposium over dat onderwerp te laten organiseren. Dit zal op 15 mei
2002 plaats vinden.
VNV-COMMISSIES
Commissie Vliegveiligheid
De commissie, onder voorzitterschap van Hans Marijnen, is samengesteld
uit leden van binnen de vereniging vertegenwoordigde
luchtvaartmaatschappijen. Tevens is een BWK verbonden aan de commissie.
De leden van de commissie hebben een opleiding tot accident investigator
gevolgd en zijn als zodanig door IFALPA geaccrediteerd. Nieuwkomers
binnen de commissie kunnen, na een kennismakingsperiode, opgeleid worden
tot accident investigator.
Taken
De leden van de commissie nemen deel aan onderzoek naar oorzaken van
ongevallen en ernstige incidenten binnen de verkeersluchtvaart. Het doel
van dit vliegveiligheidsonderzoek is om te komen tot aanbevelingen die
de (vlieg)veiligheid verhogen. Een en ander conform door ICAO
vastgestelde 'Standards and Recommended Practices' in Annex 13.
Vliegveiligheidsonderzoek wordt op deze wijze een gezamenlijke
inspanning van werkgever en vereniging. De commissieleden hebben niet
tot taak de directe belangen van individuele bemanningsleden of een
bemanning als geheel te behartigen. Wel wordt toegezien op een goede
naleving van de voorwaarden waaronder vliegveiligheidsonderzoek wordt
gehouden. De bescherming van privacy en het gebruik van vluchtgegevens
uit datarecorders en cockpit voice recorder hebben daarbij bijzondere
aandacht.
Voorafgaand aan een onderzoek wordt aan de betrokken bemanningsleden
voorlichting gegeven over de volledige procedure bij een incident- of
ongevallenonderzoek.
Voor onderzoek naar ongevallen of ernstige incidenten van buitenlandse
luchtvaartmaatschappijen in het Nederlandse luchtruim kunnen
vergelijkbare taken worden vervuld. Ook kan, in afwachting van de komst
van vertegenwoordigers van de eigen vliegervereniging, alvast
ondersteuning aan betrokken bemanningsleden worden gegeven.
De commissie volgt de maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van
ongevallenonderzoek en is betrokken bij overleg over wet- en regelgeving
ten aanzien van het vliegveiligheidsonderzoek. Het uitgangspunt hierbij
is dat het onderzoek als doelstelling heeft de veiligheid te verhogen en
nimmer mag worden gebruikt voor andere doeleinden.
Dat is de basis van een gezonde vliegveiligheidscultuur én het
draagvlak van de vertrouwensrelatie die tussen de vliegers, de
luchtvaartmaatschappijen en de overheid bestaat.
Commissieleden dienen op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen
op het gebied van ongevalsonderzoek. Daartoe bezoeken leden van de
commissie regelmatig work- shops, seminars en cursussen. Tevens wordt
gebruik gemaakt van een interne VNV-leesportefeuille om alle bij de VNV
binnenkomende lectuur op het gebied van vliegveiligheid binnen de
commissie te verspreiden.
| Commissie Vliegveiligheid |
| J. Marijnen, KLM (voorzitter) |
Ir. J.G.H.W. Knijff, MPH |
| J.C. d'Arnaud Gerkens, KLC |
J.O. Lafour, TRA |
| R.E. Boer, MPH |
N. Oord, SAW |
| F. Dilweg, KLM |
W.A. van Polen, TRA |
| N.J.M. Disseldorp, VKB |
J.H. Telders, KLM |
| L.J. Hartman, KLM |
R.G. Vossen, KLM |
| A. Westerdijk, KLC |
|
Werkzaamheden
De commissie vergaderde vier maal in dit jaar. Tijdens de vergaderingen
werden onder meer rapporten waaraan de commissie heeft meegewerkt
besproken. Een belangrijk doel van de vergaderingen is te komen tot
kennisuitwisseling tussen de leden. Hiertoe zijn door de leden en in een
enkel geval door een externe specialist, presentaties over specifieke
onderwerpen gegeven. Zo is dit jaar Hoofd Luchtvaartpolitie op bezoek
geweest om te praten over de werkzaamheden van deze dienst in verband
met vliegveiligheidsvoorvallen. Ook werd stilgestaan bij de
alcoholcontroles op Schiphol. Op de vergaderingen worden ook
onderzoekers van de luchtvaartmaatschappijen uitgenodigd om elkaar te
informeren over ontwikkelingen op het gebied van
vliegveiligheidsonderzoek.
Commissieleden hebben in de verslagperiode deelgenomen aan zeven
vliegveiligheidsonderzoeken bij KLM, KLM Cityhopper, Transavia en
Martinair. Ook zijn leden van de commissie tien keer aanwezig geweest
bij vluchtanalyses met bemanning, zoals in de KLM CAO (bijlage 17) is
vastgelegd. Leden van de commissie hebben dit jaar deelgenomen aan het
onderzoek van de Kamer Luchtvaart van de Raad voor de
Transportveiligheid naar de omstandigheden die hebben geleid tot een
ongeval bij KLC en zijn steeds betrokken bij het onderzoek door de Kamer
naar de oorzaak van een ongeval bij de KLS.
Verder voerde de commissie overleg met overheid en maatschappijen op het
gebied van wet- en regelgeving ten aanzien van
vliegveiligheidsonderzoek. Aan het bestuur van de vereniging is advies
gegeven over het in te nemen verenigingsstandpunt op diverse gebieden
die verband houden met vliegveiligheidsonderzoek.
Commissie Ergomed & ARBO
De commissieleden hebben een aantal deeltaken, te weten:
} IFALPA vertegenwoordiging, verdeeld in
de HUPER-committee (human performance),
onderverdeeld in Medical, Human Factors en Licensing/Training.
} Toezicht op JAR-FCL 3 (Medical Part).
} Arbo-zaken; de Arbo-vertegenwoordigers
van KLM, Martinair en Transavia zijn in de commissie opgenomen.
Vacatures zijn er voor vertegenwoordigers van Schreiner, AHC en KLC.
Een onafhankelijke luchtvaartmedicus is aan de commissie verbonden voor
algemene vliegmedische vragen en brevetteringsproblematiek.
De commissie telde in het verslagjaar zeven leden.
| Commissie Ergomed & ARBO |
| P.E. Smeele, KLM (vz.) |
G.K.M. Maat (adv.) |
| R.J.M. v.d. Eijnden, KLM |
J.G. Sypkens, KLM |
| R.H.P. Bosma, TRV |
M.C.J. Wildschut, TRV |
| M. van Haften, MAC |
|
Projecten
Straling
Na vele jaren praten was het dan zover. Eind 2001 werd het
Uitvoeringsbesluit Stralingsbescherming van kracht. Kernpunten zijn dat
vliegend personeel als stralingswerker wordt aangemerkt, er
persoonsdosimetrie komt en een limitering stralingsdoses in de
uitvoering is vastgesteld.
De commissie heeft het afgelopen jaar veel werk verricht om de wetgeving
in Nederland, in samenspraak met het Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, handen en voeten te geven.
De uiteindelijke vertaling naar de praktijk laat echter nog steeds op
zich wachten; deels door de perikelen rond 11 september, maar een zekere
laksheid bij de operators kan niet ontkend worden in de uitvoeringsfase.
De commissie zal het bestuur van de VNV verzoeken een krachtig signaal
aan de operators af te geven teneinde tot snelle invoering te komen.
Problematisch gebruik van middelen
Het afgelopen jaar werden onder druk van, vooral Amerikaanse operators,
de eerder ingevoerde zgn. random alcohol-tests onder vliegend personeel
tot een minimum beperkt. De commissie wijst repressief beleid af en zal
blijven wijzen op de voordelen van intercollegiale toetsing; voorkomen
is beter dan genezen. Daarnaast is het overheidsbeleid nog steeds alleen
gericht op alcoholgebruik; het gebruik van andere psychoactieve stoffen
is nog onderbelicht. De commissie is bezig hieromtrent visie en beleid
te ontwikkelen. In dit kader zijn er contacten geweest met Politie
Rijnmond, Jellinek, Stichting ALCON en werd er beleid geformuleerd
binnen IFALPA.
JAR-FCL 3 (Medical Part)
De visuseisen in de Europese medische wetgeving waren ons inziens te
zwaar. Dit leidde in Nederland tot brevetteringsproblemen. Via
verschillende overlegorganen is getracht deze eisen tot redelijk
aanvaardbare proporties terug te brengen, en wel met succes. De oogeisen
zijn inmiddels in gunstige zin aangepast.
DVT (deep venous thrombosis)
Een samenloop van verhoogde belangstelling in de (wereldwijde) media en
een aantal geregistreerde gevallen van trombose onder vliegers in
Nederland heeft er toe geleid dat de commissie zich actief heeft
opgesteld in de vorm van informatie en voorlichting op dit gebied.
Voorts zijn er contacten met vooraanstaande specialisten op dit terrein,
teneinde een set van preventieve maatregelen te kunnen ontwikkelen en
daarnaast de keuringseisen bij recidive aan te passen.
Individuele belangenbehartiging
De commissie heeft het afgelopen jaar een twintigtal leden geassisteerd
bij medische- of brevetteringsvragen.
Deze duidelijke toename van het aantal vragen kan worden verklaard door
enerzijds de hoge visuseisen die tot voor kort werden gehanteerd en
anderzijds de wens van leden met een medische beperking in hun brevet om
deze beperking op te heffen in het kader van maximale, internationale
arbeidsmobiliteit.
Contacten met derden
Op verschillende niveaus is er regelmatig contact met de Arbo-diensten
van de verschillende Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Ook wordt
overleg gepleegd met de Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie
Luchtvaart (voorheen RLD), het Aeromedisch Instituut en het Ministerie
van Sociale Zaken.
Commissie Vliegtechnische Zaken
De Commissie Vliegtechnische Zaken (VTZ) beoogt door het vergaren,
verwerken en verspreiden van beroepsinhoudelijke kennis één van de
doelstellingen van de VNV, namelijk het vergroten van de vliegveiligheid
en een efficiënte vluchtuitvoering, te realiseren.
De commissie VTZ heeft twee hoofdtaken:
} garanderen en structureren van kennis
op vliegtechnisch gebied binnen de VNV;
} behartigen van vliegerbelangen op
vliegtechnisch gebied.
| Overleggroep Vliegtechnische Zaken |
| J.N.M. van Eekeren, KLM (vz.) |
J.B. Benard, MPH |
| H. van den Brink, KLM |
R.H.P. Bosma, TRA |
| R.C. Brons, KLM |
E. Droffelaar, KLM |
| J-W. Heerink, TRA |
W.J. de Wilde, KLM |
| K. van Engelen, KLM |
Th. Bos, KLM |
Organisatie
Verschuivingen binnen de commissiestructuur hebben geleid tot een
wijziging van de commissie VTZ-organisatie. Acht VNV-leden van KLM,
Transavia en Martinair, werkzaam op diverse types (B737, B767, MD-11,
B747) en ieder gespecialiseerd in een verschillend beroepsinhoudelijk
aspect, vormen samen deze commissie. De drie aandachtsgebieden,
Vliegtuig (ADO), Luchthaven (AGE), Luchtruim (ATS / MET) hebben nu ieder
twee leden. Daarbij zijn twee leden beschikbaar voor specifieke
onderwerpen (performance, etc.).
Overlegstructuur
De commissie vergadert minimaal eens per kwartaal en voert extern
overleg met AAS, NLA, TVA, MPH en het Gilde van verkeersleiders. Leden
van de commissie VTZ hebben zitting in de IFALPA committees Aircraft
Design and Operations, Airport Ground Environment, Meteo en Air Traffic
Services. Ook vertegenwoordigen leden van VTZ in de JAA equipment
subcommittee en Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen. Ten slotte
wordt aan projecten van het NLR en TU Delft medewerking verleend. In dit
staatje ontbreekt regulier overleg met de KLM dat door de KLM niet is
gecontinueerd. Intern is er een halfjaarlijks overleg tussen de
voorzitter van de verschillende VNV-commissies.
Inhoudelijke onderwerpen
Luchtvaartwet
De
VTZ-commissie heeft ook dit jaar veel aandacht besteed aan de nieuwe
luchtvaartwet inzake de inrichting en gebruik van de luchthaven
Schiphol. Het oorspronkelijke wetsvoorstel tastte naar de mening van de
VNV de vliegveiligheid alsmede de positie van de gezagvoerder aan. Het
wetsvoorstel is uiteindelijk door de Tweede Kamer conform de wensen van
de VNV aangepast. Naar verwachting zal de VNV ten aanzien van
beroepsinhoudelijke zaken door de diverse instanties meer worden
betrokken bij de ontwikkeling van beleid.
Dit vereist een nog grotere betrokkenheid en expertise van de commissie
VTZ.
Communicatie
VTZ heeft zich voorgenomen de communicatie met leden te verhogen. Dit
heeft ook dit jaar weer geleid tot de publicatie van beroepsinhoudelijke
artikelen in 'Op de Bok'. Een compilatie daarvan is terug te vinden op
de VNV-website. Maar communiceren is meer dan publiceren alleen.
VNV-leden kunnen middels het gecreëerde vlieger-verkeersleidersforum (http://www.vnv-dalpa.nl/)
en het 'pilot to pilot Aerodrome Deficiency Reporting'-systeem (http://www.vnv-dalpa.nl/
members/adr/frames_adr.htm) op de VNV-website beroepsinhoudelijke
aangelegenheden met elkaar uitwisselen.
Andere onderwerpen die afgelopen jaar aan de
orde waren
} Windproblematiek SPL
} Baanstroefheid
} Aerdodrome deficiency reporting
} Vogelaanvaringen
} Veiligheid luchtruim ATS
} LAHSO
} RVSM
} O2 aan boord
} Crewrest
} (de-) Icing
} Rescue and Fire fighting Services
} Toekomstige ontwikkelingen (FANS;
crewrest facilities; future flightdeck; HUD; etc.)
Doelstelling 2002
Voorgenomen wordt de effectiviteit van de commissie verder uit te
bouwen.
IFALPA COMMISSIES
Accident Analysis
De Accident Analysis Committee van IFALPA is in 2001 twee keer bijeen
geweest.
De eerste vergadering werd gehouden in Praag van 27 t/m 29 juni waarbij
de Tsjechische vliegervereniging optrad als gastheer.
De vergadering werd voorgezeten door VNV-lid Lou van Munster. Tijdens de
vergadering werd onder meer gesproken over aviation safety reporting
systems en air safety trends en werden diverse ongevalsrapporten
besproken. Er werd uitgebreid stilgestaan bij het MD-11-ongeval van
Swissair bij Peggy's Cove Halifax en de problemen werden besproken rond
de-icing vloeistof van het type IV naar aanleiding van een rapport uit
Zweden. Tevens werd de laatste stand van zaken besproken betreffende de
ontwikkeling van de 'cockpit image recorder' en de stand van zaken met
betrekking tot het richtingsroer van de Boeing 737. Door Nederland werd
het voorstel ingediend om BWK-onderzoekers door IFALPA te laten
accrediteren aangezien de internationale BWK-vereniging IFEO lid is
geworden van IFALPA.
De tweede vergadering werd gehouden in Montevideo van 27 t/m 29 oktober
met als gastheer de vliegervereniging van Uruguay.
Tijdens deze vergadering werd uitgebreid stilgestaan bij de gevolgen van
de aanslag van 11 september op het gebied van beveiliging. De
vertegenwoordiger van Israël gaf een beeld hoe in zijn land met dit
probleem wordt omgegaan. Boeing en Airbus gaven uitleg over hun ideeën
ten aanzien van de beveiliging in hun vliegtuigen.
Gesproken werd onder andere over het grote aantal CFIT (Controlled
Flight Into Terrain) in Mexico en de daar aangedragen oplossingen in het
kader van het ALAR (Approach and Landing Accident Reduction) programma.
Tevens werden enkele ongevallen besproken zoals de Air Transat A330
(brandstoflekkage) en American Airlines 587 (crash New York).
Aircraft Design & Operations
De commissie Aircraft Design & Operations (ADO) houdt zich binnen
IFALPA bezig met de ontwikkeling van beleid op het gebied van
vliegtuigontwerp en de operatie van verkeersvliegtuigen. In
internationaal verband wordt door de commissie getracht invloed uit te
oefenen op de besluitvorming bij ICAO en overheden, vliegtuigfabrikanten
en luchtvaartmaatschappijen. Op Europees gebied zal de ECA in de
toekomst een aantal taken overnemen van de IFALPA ADO-commissie.
De vertegenwoordiging van IFALPA in de verschillende organisaties is, op
een enkele wisseling van de wacht na, gelijk gebleven. Het
voorzitterschap van de ADO-commissie is overgedragen aan Frank
Mueller-Nalbach.
Voorbeelden van organisaties waar IFALPA-standpunten en
-advies actief worden verwoord zijn verschillende ICAO-panels (Ops
panel, Airworthiness Panel, AWOP, GNSSP, OCP), JAA committees (Operations
Sectorial Team, All Weather Ops cie, Equipment subcommittee, Performance
subcie), SAE S-7 en meerdere FAA/JAA harmonisation programmes.
Wido de Wilde is als IFALPA representative actief in de JAA Equipment
sub-committee.
De samenwerking met Boeing, Airbus en Embraer is verder uitgebreid. Van
deze fabrikanten is een testvlieger aanwezig op de bijeenkomsten.
Tijdens de ADO-vergadering in Amsterdam zijn contacten gelegd en
uitgebreid met diverse afdelingen van het NLR, op vliegtechnisch en
operationeel vlak. Presentaties zijn verzorgd door Honeywell (HUGS,
weather info) en Almos Systems (weather radar).
Dit jaar zijn de twee IFALPA ADO meetings bijgewoond. In juni is de
vergadering georganiseerd door de VNV in Badhoevedorp met de actieve
participatie van verschillende VNV-vtz commissieleden.
De twee belangrijkste onderwerpen van afgelopen jaar op ADO-gebied zijn
de dwars-/staartwindproblematiek bij baantoewijzing en
veiligheidsmaatregelen (t.a.v. security) aan boord.
Daarnaast is onder meer besproken: RNP approaches, wind-
shear and low level turbulence, wake vortex, runway friction, headup
displays, crew rest and recreation areas, LROPS, refuelling met pax aan
boord, accident survivability en icing.
Airport & Ground Environment
Internationaal
De IFALPA-commissie Airport & Ground Environment (AGE) houdt zich
bezig met alle aspecten van de uitrusting en regelgeving met betrekking
tot luchtvaartterreinen (Annex 14).
J.N.M. van Eekeren heeft de jaarlijkse IFALPA/AGE-vergadering
bijgewoond. Actuele zaken zijn onder meer de onderwerpen: Visual Aids,
LAHSO, Rapid Exit Taxiways; Ground de-cing; Braking action; capaciteit
luchthavens, kwaliteitsbewaking, RFFF, LASER en het gevaar voor
vogelaanvaringen. Tevens is een initiatief van de VNV om te komen tot
een ingrijpende verandering van het huidige huidige IFALPA 'star-systeem'
gereed om te worden geaccepteerd door de IFALPA-conferentie.
Nationaal
De minister van Verkeer en Waterstaat en de minister van Defensie hebben
in 1997 een nationale Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL)
ingesteld. De VNV maakt deel uit van deze commissie (zie 'projecten').
Beleid
Het beleid voor het komend jaar is gericht op het vergroten van de VNV/AGE
invloed op het gebied van vliegtechnische zaken door overleg op het
juiste niveau met relevante partners. Voorts bestaat het voornemen de
bovengenoemde onderwerpen op internationaal als ook op nationaal niveau
extra aandacht te geven. Indien het wijzigingsvoorstel voor Annex 19
wordt geformaliseerd, wordt een 'accredited airport liaison
representative' programma opgestart. De VNV zal hieraan deelnemen met
als doel de kwaliteit en veiligheid van de Nederlandse luchthavens te
verbeteren.
Air Traffic Services
De Commissie Air Traffic Services (ATS) houdt zich o.a. bezig met
luchtverkeersbegeleiding, communicatie, separatie en meteorologie. De
trend is om vooral door invoeren van nieuwe technologieën de capaciteit
van het luchtruim te willen vergroten. In de ATS-commissie wordt deze
ontwikkeling nauwlettend gevolgd. Vaak wordt, onder meer uit financiële
overwegingen, minder aandacht besteed aan de veiligheidsaspecten die
gepaard gaan met de invoering van deze nieuwe systemen. Ook wordt
gekeken hoe er door het beter coördineren van activiteiten van de
diverse commissies bezuinigd kan worden op de uitgaven. Zo worden nu
o.a. de werkzaamheden van de IFALPA-ATS commissie en de ECA-ATS
commissie beter op elkaar afgestemd.
De IFALPA ATS-commissie is dit verslagjaar tweemaal bijeen geweest. In
ECA-verband vonden dit jaar drie vergaderingen plaats. Deze
vergaderingen (5) werden dit jaar bezocht door Jan-Willem Heerink.
De volgende punten kwamen onder meer ter tafel:
} LAHSO problematiek en standpunt van
IFALPA m.b.t. invoeren van LAHSO.
} Procedures m.b.t. PRM (Precision
Runway Monitor) operaties.
} Invoeren van een standaard laterale
Offset in NAT airspace.
} Invoering van RVSM in de diverse
regio's (en specifiek EUR regio).
} Samenwerking met ECA op ATS-gebied en
coördineren werkzaamheden.
} Uitwerken van nieuwe emergency descent
procedures.
} Procedures m.b.t. verbeteren
RT-procedures.
} Invoeren van P-RNAV in aantal Europese
TMA's.
} Problemen m.b.t. Radio Communicatie
failures.
Dangerous Goods
De commissie Dangerous Goods (DG), onder voorzitterschap van Wim
Schuurman, participeert in de ontwikkelingen rond de internationale
regelgeving met betrekking tot alle aspecten van het vervoer van
gevaarlijke stoffen. IFALPA wordt daartoe vertegenwoordigd in
achtereenvolgens het ICAO Dangerous Goods Panel, de IATA Dangerous Goods
Board, de IATA Life Animal Board, de IAEA en de JAA Dangerous Goods
European Liaison Group. Eveneens is er vertegenwoordiging bij de UPU/PSAG
Interagency Project on Dangerous Goods.
In maart, mei, juli, oktober en november werden namens IFALPA
respectievelijk een IATA-vergadering in Montreal, een UPU-vergadering in
Stockholm, een ICAO-seminar in Singapore, nog een ICAO-vergadering in
Singapore, een JAA-vergadering in Gatwick, een ICAO-vergadering in
Montreal en een IAEA-vergadering in Wenen bijgewoond.
In oktober werd een IFALPA Dangerous Goods Committee vergadering in
Amsterdam georganiseerd en bijgewoond namens de VNV. Deze was zeer
succesvol met een recordaantal deelnemers, mede dankzij de gastvrijheid
en ondersteuning verleend door de VNV. Een van de hoofdpunten ter
vergadering was, gezien de recente gebeurtenissen, Dangerous Goods
versus Security. Zeer zeker ook vermeldenswaard is dat tijdens deze
vergadering ons lid Dick Gierlings tot vice-voorzitter werd verkozen van
het IFALPA Dangerous Goods Committee.
Human Performance
De commissie Human Performance (HUPER) houdt zich bezig met alle
aspecten die aan de orde komen bij de environment/mens/mens/machine-verhoudingen
in de cockpit.
Een duidelijke afbakening van de deelgebieden 'medisch', 'er-gonomisch'
en 'training/licensing' is soms moeilijk te maken terwijl de materie in
ieder van die deelgebieden toch een zeer specialistische kennis vereist.
De commissie kent een aantal werkgroepen die zich op bepaalde
deelgebieden concentreren. Daarnaast is een aantal HUPER-commissieleden
'IFALPA representative' bij invloedrijke beleidsmakende organen waar zij
het IFALPA-beleid uitdragen.
Commissievergaderingen werden bijgewoond te Nassau en Genève.
Terugkoppeling vindt plaats met de VNV-commissie Ergomed & ARBO.
Een van de vele onderwerpen die aan de orde kwamen was 'Training and
qualification in non-technical area's'. Nog steeds een belangrijk
onderwerp gezien de regelgeving van JAR-FCL en JAR/OPS. De
IFALPA-conferentie van 2001 heeft het standpunt ingenomen dat IFALPA
tegen het beoordelen van niet-technische vaardigheden is in elke vorm.
Deze policy heeft 'draft-status'. Er is derhalve een duidelijk
spanningsveld.
Op dit terrein werd in een lopend Europees onderzoek het NOTECHS
beoordelingssysteem getest ter validatie. De resultaten hiervan kunnen
een bijdrage leveren aan de benodigde AMC-uitvoeringsbepalingen van de
JAR/FCL.
Met het NLR, die als coördinator van dit onderzoek optreedt, wordt
intensief contact onderhouden. Namens de ECA werd betreffende dit
onderwerp input geleverd.
Cosmic radiation is een onderwerp waar input gegeven wordt aan een
aantal lopende onderzoeken. Er is een initiatief genomen alle Europese
uitvoeringsbesluiten te vergelijken om de uniformiteit van de
stralingbeschermingsrichtlijnen te toetsen. Daarnaast loopt er een groot
Europees epidemiologisch onderzoek onder vliegend personeel waarvan de
definitieve resultaten in januari 2002 verwacht worden.
Er wordt door een werkgroep bekeken wat de beste manier is om tot
invoering van het belangrijke ALARA (As Low As Reasonable Achievable)
principe te komen.
Wat betreft het alcohol testen in Nederland neigt het ministerie van
V&W nu toch meer naar het IFALPA-standpunt: 'random' testen is vrij
zinloos, goede voorlichting en nadruk op zogenoemde 'peer intervention'
verdient de voorkeur.
Een nieuwe manier van Safety Auditing genaamd LOSA (Line Operational
Safety Audit), is zeer waardevol gebleken. Dit wordt onderschreven door
ICAO alsmede door IFALPA die hierover policy voorbereidt.
De JAA heeft het JAA Safety Strategy Initiative (JSSI) gelanceerd. Doel
is een agenda te voeren die voortdurend verbeteringen in het Safety
Systeem van de JAA teweegbrengt. Een IFALPA representative zit in de
werkgroep.
De laatste cd-rom versie van het CFIT training programma geeft een goed
overzicht en is een goede hulp voor zowel management als voor de
vliegers. De doelgroepen worden echter slecht bereikt. Dit CFIT
programma en andere safety related programma's zijn gemakkelijk te
verkrijgen via www.flightsafety.org of de Flight Safety Foundation.
Ultra Long Range study group ULRsg
Deze studygroup houdt zich in internationaal verband bezig met de
vele aspecten op technisch en niet-technisch gebied van de ontwikkeling
en introductie van nieuwe grote vliegtuigtypen. Onderwerpen zijn onder
andere 'crew qualification', luchtbevochtiging, 'crowd control', 'crew-
rest facility', evacuatie-eisen en 'on-board repair facilities of
passenger entertainment systems'. Het langetermijndoel hierbij is om via
ICAO de eisen van de Europese JAA en de Amerikaanse FAA op elkaar
afgestemd te krijgen. Daartoe wordt samengewerkt op het gebied van 'Flight
Crew Licensing' en 'Flight Time Limitation'. Bij FTL komt steeds meer de
nadruk te liggen op wetenschappelijke studies betreffende bioritme en
cumulatieve vermoeidheid.
In 2001 zijn er geen VNV vertegenwoordigers in deze study- group actief
geweest.
EXTERNE CONTACTEN
Verkeersleiders GILDE
De contacten met Het Nederlandse Luchtverkeersleiders Gilde zijn zonder
meer goed te Verkeersleiders Gilde VNV 2001
Er is afgelopen jaar tweemaal een vergadering geweest waarin een aantal
leden van de VTZ-commissie en vertegenwoordigers van het Gilde bijeen
kwamen. Deze vergaderingen vinden afwisselend plaats bij de VNV te
Badhoevedorp en in een locatie beschikbaar gesteld door de L.V.N.L.
Onderwerpen die afgelopen jaar aan de orde kwamen waren onder meer:
} Instellen en onderhouden ATC Gilde-VNV
forum.
} 3 PR (Third Party Risk) discussie.
} Problematiek van niet standaard
SID-benamingen van Schiphol.
} Problemen met betrekking tot
aansprakelijkheid tijdens uitoefening functie.
} Invoeren van verkorte incheck
procedure bij oproepen Schiphol App.
NLR
Met het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium waren er contacten
op het gebied van de lopende studies met betrekking tot 'Training and
Qualification in Non-Technical Areas' en 'Training for Glass Cockpits'.
Wederom zijn door de VNV in een aantal gevallen vliegers aan het NLR
beschikbaar gesteld voor proefprojecten op NLR-simulators. De VNV is
deelnemer aan het in opdracht van de Europese Unie te starten onderzoeks
project 'INTENT'.
AAS
Met de afdeling capacity management van de luchthaven Schiphol is
contact gelegd om over een aantal operationele onderwerpen van gedachten
te wisselen. Bijvoorbeeld het meten van icing en het voorkomen van
runway incursions bij de aanleg van de vijfde baan komen aan de orde.
Het is de bedoeling dit overleg regelmatig te laten plaatsvinden.
NLA (voorheen RLD)
De ontvlechtingsoperatie die uitmondde in de instelling van de Nationale
Luchtvaart Autoriteit naast een Handhavingsdienst zorgde er voor dat dit
jaar weinig overleg plaatsvond.
Wel heeft de VNV met de NLA overleg gevoerd over de Schipholwet. Daarbij
lag de interesse van de NLA met name bij de intrekking van de zwarte
ster die de luchthaven nog steeds heeft, terwijl de VNV de
Schipholwetgeving op het gebied van baantoewijzing wilde aanpassen.
JAA
Rechtstreekse contacten tussen VNV en JAA zijn er niet geweest, wel is
er via IFALPA en ECA betrokkenheid bij het proces van harmonisatie van
regelgeving in JAA-verband. De VNV is namens ECA en IFALPA
vertegenwoordigd in de JAA Equipment sub-committee, JAA External
Hazards, JAA Performance sub committee.
PROJECTEN
Nationale Commissie Vogelaanvaringen
Luchtvaartuigen (CVL)
Op 1 september 1997 stelden de ministers van Verkeer & Waterstaat en
van Defensie een nationale Commissie Vogelaanvaringen Luchtvaartuigen (CVL)
in. Het doel van de CVL is de minister(s) gevraagd en ongevraagd te
adviseren aangaande maatregelen ter beperking van de risico's van
aanvaringen tussen vogels en luchtvaartuigen. De CVL wordt voorgezeten
door de NLA. In de commissie hebben zitting vertegenwoordigers van de
Koninklijke Luchtmacht, het Minis- terie van Landbouw & Visserij, de
Luchtverkeersbeveiliging, Amsterdam Airport Schiphol, KLM, de
Vogelbescherming Nederland, de Vereniging van Nederlandse Luchthavens en
de VNV. Een operationele vliegerinbreng wordt van essentieel belang
geacht. Alhoewel ook de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen hierbij
belang hebben en bij machte zijn een vliegerinbreng te realiseren, wordt
deze operationele input alleen door de VNV geleverd.
De CVL vergadert ieder kwartaal. De unieke samenstelling van de CVL
geeft de VNV ingangen bij zowel drie ministeries als bij een aantal
organisaties die van direct belang zijn voor de ontwikkeling van de
luchtvaart.
Nederland loopt door de instelling van deze commissie internationaal
voorop bij de ontwikkeling van beleid ten aanzien van beperking van het
risico van vogelaanvaringen. Ook IFALPA heeft deze materie de hoogste
prioriteit gegeven en heeft dit jaar een geheel nieuw beleid ten aanzien
van vogelaanvaringen vastgesteld. De VNV speelt hierbij een leidende
rol. Nederland is momenteel de voorzitter van het International Bird
Strike Committee (IBSC).
JAA Equipment sub-committee
De IFALPA ADO commissie heeft vertegenwoordigers aangewezen die als taak
hebben IFALPA in verschillende organisaties te vertegenwoordigen (ICAO,
JAA, etc.). Zo is VNV Vliegtechnische zaken-lid Wido de Wilde vanuit
IFALPA ADO vertegenwoordiger binnen de JAA Equipment sub-committee. De
EQSC is verantwoordelijk voor aanpassingen in JAR-OPS 1 betreffende de
hoofdstukken K + L; instrumenten, navigatie- en nooduitrusting. Drie
vergaderingen van elk twee tot drie dagen zijn hiertoe bijgewoond.
Meerdere (mogelijke) aanpassingen aan JAR-OPS zijn de revue gepasseerd,
waarvan onderstaande twee de belangrijkste.
Supplemental en first aid oxygen
In 2000 is de Oxygen study group opgericht om de voorschriften met
betrekking tot de hoeveelheid zuurstof aan boord te herzien. Het idee
bestaat dat de huidige JAR-OPS- voorschriften te restrictief zijn en de
hoeveelheid zuurstof in sommige gevallen te hoog is. De rechtvaardiging
voor de voorgestelde hoeveelheden zuurstof zijn het afgelopen jaar door
zowel de Oxygen study group als de Medical sub-committee niet voldoende
aangeleverd. Gevolg is dat in eerste instantie het voorstel in 2002 als
'Advanced Notice to Proposed Amendment' (A-NPA) wordt gelanceerd om meer
informatie en feedback te krijgen bij de betrokkenen. IFALPA houdt de
ICAO-voorschriften aan die meer restrictief zijn en ziet voorlopig geen
noodzaak de huidige hoeveelheid zuurstof terug te brengen.
Terrain Avoidance and Warning System (TAWS)
Vanwege een onderzoek naar de oorzaken van CFIT-ongevallen met
middelgrote vliegtuigen, heeft de JAA hoge prioriteit gegeven aan de
installatie van TAWS. De EQSC heeft hiertoe voorgesteld een JAR-OPS
paragraaf toe te voegen, om vanaf 1 januari 2005 alle
turbinevliegtuigen, met een MTOW van meer dan 5.700 kg of met meer dan
acht passagiersstoelen, de installatie van TAWS voor te schrijven. TAWS
is al jaren verplicht voor grotere vliegtuigen. Het nieuwe voorschrift
brengt JAR-OPS 1 weer in lijn met ICAO Annex 6, de FAA en met IFALPA
policy.
Flyland
Flyland is een onderzoeksorganisatie met als opdracht de haalbaarheid
van een eiland-luchthaven in de Noordzee te onderzoeken. De financiering
bedraagt 22,7 miljoen euro (50 miljoen gulden) en wordt betaald door de
ministeries VROM, V&W, EZ ieder 30% en AAS 10%. Flyland heeft negen
onderzoeksonderwerpen gedefinieerd: Marine Ecologie & Morfologie;
Vogels & Vliegveiligheid; Bereikbaarheid Eiland; Operationele
Integriteit; Juridische Aspecten; Ruimtelijke Ordening; Milieueffecten
en Financieel-economische Aspecten. In operationele zijn: Vogels &
Vliegveiligheid, Operationele Integriteit en Bereikbaarheid de drie
belangrijkste. VNV/VTZ heeft zitting in deze drie commissies.
De contouren tekenen zich langzaam af: een locatie ongeveer tien
kilometer uit de kust ergens tussen IJmuiden en Scheveningen, ongeveer
3.400 hectare groot met zes start- en landingsbanen met een brug als
kustverbinding. De probleemgebieden tekenen zich ook langzaam af, dat is
dan ook meteen ook het meest interessante voor de VNV. Flyland heeft
namelijk de intentie, de mogelijkheden, de contacten en het geld
onderzoeksopdrachten te initiëren over onderwerpen waar mogelijk een
no-go op zou kunnen volgen. Hierdoor is het mogelijk geworden dat er
onderzoek wordt gedaan naar een aantal gebieden waar nog te weinig over
bekend was in de zin van vliegveiligheid. Zo wordt er bijvoorbeeld
gekeken naar de effecten van wind, vogels, turbulentie et cetera.
Er staan nog andere zaken op het verlanglijstje van de VNV, die hopelijk
in 2002 worden ingevuld. Of nu ooit een dergelijke eiland-luchthaven zal
worden gerealiseerd doet niets af aan de meerwaarde van wetenschappelijk
onderzoek naar een aantal specifieke probleemgebieden. VNV/VTZ zet
daarbij in op verhoging van de vliegveiligheid in de meest brede zin des
woords.

Overige VNV-Commissies
Reglementeringscommissie
Deze commissie heeft in het verslagjaar geen werkzaamheden verricht.
Verzekeringscommissie
Het afgelopen jaar hadden 563 leden via de VNV een 'loss of license'-
verzekering lopen bij Lippmann of bij IFALPA.
| Verzekeringscommissie |
| R. Bosma, TRA (voorzitter) |
W. van Rijswijk, KLM (lid) |
| T.W.H. Euverman, staf |
|
Commissie financiële en economische analyse
Met het aantreden van het nieuwe bestuur in mei 2001 is ook de
belastingcommissie opgegaan in een groter geheel. De naam van deze
commissie is: financiële en economische analyse commissie (FEA).
De deeltaken die deze commissie heeft zijn de volgende:
} Belastingen: de fiscale aspecten van
ons beroep.
} Codeshare: controleren van de
afspraken zoals die met de werkgever zijn gemaakt op
het gebied van codeshare en andere vormen van samenwerking.
} Benchmark: een continu beeld
verkrijgen van de arbeidsvoorwaarden van de relevante
collega-vliegers in de landen om ons heen.
| Commissie Financiële
en Economische Analyse |
| C.J.Th. Vlooswijk, KLM (voorzitter) |
R. Huizinga, KLM (cie.lid codeshare) |
| M.J. Loef, KLM (cie.lid belastingen) |
M.G.M. Janssen, KLM, (cie.lid
benchmark) |
Commissie Vrouwelijke vliegers
In 2001 ontwikkelde de commissie geen activiteiten.
| Commissie Vrouwelijke
vliegers |
| Mevr. M. Gabel/ mevr.
M.J. Braspenning, KLM (voorzitter) |
| Mevr. M. van Beek, KLM |
Mevr. C.E. Engels, KLM |
| Mevr. S.S.E. van Laere, KLM |
Mevr. B.E. Jennings Clark, TRA |
Feestcommissie
De commissie houdt zich bezig met de organisatie van de traditionele
VNV-feesten.
| Feestcommissie |
| C.J. van Waart, KLM (voorzitter) |
M. Coster, KLM |
| W.J. Jaski, KLM |
J. ten Velde, KLM |
WRR commissie
Aan deze commissie is - nadat E. Rusch zijn functie
als voorzitter beëindigde - bestuurslid René de Groot tijdelijk
toegevoegd. In afwachting van het resultaat van het onderzoek naar de
commissiestructuur heeft deze commissie nagenoeg geen werkzaamheden
verricht.
Pensioencommissie
De pensioencommissie heeft een bijzonder druk 2001 achter de rug.
Allereerst was de commissie nauw betrokken bij het tot stand komen van
de structurele overschotten en tekorten regeling (STROT). Dit leidde in
het begin van het jaar tot een zeer hoge vergaderfrequentie. Binnen de
commissie is ook veel overleg geweest tussen de actieve deelnemersraad
leden. Dit heeft ertoe geleid dat ook door de deelnemersraad van het
pensioenfonds een positief advies over de STROT-regeling is gegeven.
Hierop volgend is de commissie actief geweest met het bespreken van de
ontwerp reglementteksten naar aanleiding van de verschillende
protocollen die in 2000 en 2001 zijn afgesproken in het overleg.
Op het gebied van de bezetting van de pensioencommissie zijn er veel
wijzigingen geweest. Na vele jaren inzet hebben de heren Van Oudgaarden,
Van Zanten en Van Zwol de commissie verlaten. Hun inbreng en kennis van
zaken wordt node gemist en op deze plek is een woord van dank voor hun
inzet op zijn plaats. Tot de commissie zijn de heren Van Adrichem, Van
Gerwen, Griffioen en Willemsen toegetreden. Zij maken het team van de
commissie weer compleet.
Intern is er een verschil van inzicht ontstaan tussen de actieve leden
en twee gepensioneerde collegae over met name het STROT-akkoord. Deze
tweespalt in de commissie is ten zeerste te betreuren.
| PENSIOENCOMMISSIE KLM |
| J.P. van Breukelen
(voorzitter) |
B.B.W. Hummel |
| A. van Adrichem |
W.J. Kroon |
| C.E. Duysker |
M.C. Mol |
| D.C.J. van Gerwen |
F. Nauta |
| F.J. Goudappel |
F.P. Schouten |
| P.P. Griffioen |
P.A.A. Spanjaart |
| C.J. Guyt |
J. Willemsen |
Martinair Pensioencommissie
De Martinair pensioencommissie maakt deel uit van de Stichting
Pensioenfonds Vliegers Martinair. In die hoedanigheid hebben reguliere
vergaderingen plaatsgevonden met het voltallige bestuur. Het jaar 2001
stond in het teken van de positiebepaling van het bestuur hoe om te gaan
met de veranderingen van de wet Witteveen. Het voornemen van de
vliegerbestuursleden is om de huidige regeling voor te leggen aan de
belastinginspecteur. Deze gaat bekijken in hoeverre de huidige
pensioenregeling past binnen de wet Witteveen.
| Martinair
Pensioencommissie |
| G.L.M.G. Tielemans (vz) |
P.N. Groot |
| A.G.M. Hemmelder |
J.J.P.M. l'Ortye |
Security
De Security Commissie heeft tot doel te komen tot wereldwijde
implementatie van maatregelen op het gebied van security. Het zal
duidelijk zijn dat de gebeurtenissen van 11 september nogal wat gevolgen
hebben voor de Security commissie. Zo werd de expertise uit de commissie
zowel nationaal als internationaal gebruikt en moest de commissie worden
uitgebreid.
Nico Voorbach is de vice-chairman van de IFALPA Security Commisse. Dit
geeft de VNV de mogelijkheid extra invloed uit te oefenen op
internationale organisaties zoals de Europese Commissie, ECAC, ICAO en
natuurlijk IFALPA.
Nico maakt deel uit van de stuurgroepen die door Justitie en Verkeer
& Waterstaat zijn ingesteld om regelgeving voor te bereiden over
security in de luchtvaart, regels vast te stellen aangaande security
training voor personeel en voor de aanpassing van het Nationaal Aviation
Security Program.
Bij ECAC maakt Nico deel uit van de Security Taskforce en past het
security boek DOC30 aan. In mei (Athene), september (Arendol GB) en in
december (Parijs) werden de ECAC-vergadering van de Security Task Force
bijgewoond. In juni werd in Brussel een symposium over kapingen bezocht.
| Security commissie |
| N. Voorbach, KLC
(voorzitter) |
R. Poulussen (adviseur) |
| T. Euverman
(coördinator) |
R.H. Prange, KLM |
| C.V. Nijmeijer, MHP |
I. Tangerink, KLM
(secretaris) |
Diversen
Raad van Eer
De Raad van Eer brengt advies aan de president uit in alle gevallen
waarin dat door de statuten geëist wordt of door de president verlangd
wordt, en behandelt beroepschriften.
| Raad van Eer |
| J.H. van der Linden, TRA
(voorzitter) |
A.J. Dros, TRA |
| A.A. Everts, KLM |
D. van het Kaar, MAC |
| A.G.J.J. Nolten, KLM |
|
Overleg Adviesgroep Transavia
| Overleg Adviesgroep
Transavia |
| J.J. Roos (voorzitter) |
A.G. Nieuwenhuis |
| J.P. Boetes |
P.L. Verver |
| W. Lokhorst |
M.C.J. Wildschut |
Klankbordgroep Martinair
| Klankbordgroep
Martinair |
| F.H. Broens (voorzitter) |
F.F. Botman |
| J.G.P. Kempkes |
A.J.M. de Bruin |
| K.J.C.J. Merks |
R.E. van Dam |
| A.R. van Rijswijk |
G.L.M.G. Tielemans |
| P.N. Groot |
|
|
 |
 |
De aanslagen in de VS op 11 september 2001
lieten voor de KLM en de vliegers hun sporen na in het jaar 2001. Net
als tijdens de Golfoorlog - begin jaren negentig - werd
werktijdverkorting ingevoerd. Verder werden opvallend veel rechtszaken
gevoerd.
De wereldwijde luchtvaartcrisis als gevolg van de aanslagen op het World
Trade Center en het Pentagon in de VS op 11 september 2001, liet de KLM
niet ongemoeid. De vervoersvraag zakte nog verder in en de KLM reageerde
met verlaging van haar productie. Voor een deel van het personeel werd
gedurende twaalf weken werktijdverkorting (WTV) aangevraagd. WTV bood de
KLM de mogelijkheid om alle werknemers in dienst te houden.
Werktijdverkorting en openbreken CAO
De VNV is met de KLM maatregelen overeengekomen die ervoor zorgden dat
de ingevoerde WTV geen nadelige consequenties had voor de vliegers.
Onder andere werd 100% van het loon doorbetaald en had de WTV geen
consequenties voor bijvoorbeeld de opbouw van het pensioen.
Vanwege de situatie waarmee KLM eind 2001 te kampen kreeg, hebben de
zeven werknemersorganisaties een akkoord gesloten over een bijdrage van
de werknemers. Voor de vliegers betekende dit onder meer uitstel tot 1
april 2002 van de salarisstijging van twee procent die zou ingaan op 1
december 2001. Verder zijn afspraken gemaakt over
efficiencyverbeteringen en de bestrijding van boventalligheid. De
vliegers hebben tevens zes vakantiedagen ter beschikking gesteld aan de
KLM, die uiterlijk in april 2003 weer zullen terugkomen. Na een
amendering van de ledenraad is de in dit akkoord door KLM gegeven
garantie dat geen gedwongen ontslagen zullen vallen als gevolg van
overtolligheid, verlengd tot 1 mei 2003.
Met de KLM werd als gevolg van de aanslagen overleg gevoerd over
verscherpte beveiligingsmaatregelen en werden deze voor zover mogelijk
ingevoerd.
Samenwerking KLM met NorthWest en anderen
De KLM heeft haar voornemen om tot vergaande samenwerking met een
Europese partner te komen in 2001 niet in daden omgezet. Na het afketsen
van de samenwerking met Alitalia en later in 2000 British Airways, waren
er in 2001 geen ontwikkelingen op het gebied van samenwerking met andere
luchtvaartmaatschappijen.
Tot een formele 'Wings Alliance' met NorthWest en Continental kwam het
ook dit jaar niet, hoewel de samenwerking op het gebied van codeshare
met Continental in Europa en de VS is uitgebreid. De afstemming tussen
de VNV en de vliegerverenigingen van NorthWest en Continental in de
Wings Pilots Coalition (WPC) is mede als gevolg van de aanslagen in de
VS op een iets lager pitje gekomen. Wel is de WPC benchmark van
arbeidsvoorwaarden van KLM, NorthWest en Continental voortgezet.
Codeshare
In 2001 heeft een aantal malen overleg plaatsgevonden over codeshare. De
VNV signaleert een aantal ontwikkelingen die variëren van 'onwenselijk'
onder de huidige afspraken over codeshare tot 'ontoelaatbaar'. Het
betreft onder andere codeshare tussen NorthWest en Transavia en de
onmogelijkheid van KLM om volgens de afspraken de onbalans in de Key
Partner productie te neutraliseren. Het overleg hierover zal in 2002
worden voortgezet.
Stagnatieregeling
Naar aanleiding van een besluit van de KLM om de stagnatieregeling uit
de CAO strikt toe te passen, hebben heftige discussies in de ledenraad
en een rechtszaak plaatsgehad. De stagnatieregeling doet recht aan het
uitgangspunt dat senioriteit belangrijker is dan de toegewezen functie
bij indiensttreding. KLM heeft acht tweede officieren omgeschoold naar
de functie van eerste officier B737. De acht minst seniore eerste
officieren B737 zijn omgeschoold naar de functie van tweede officier.
Zowel door KLM als VNV wordt het omscholen naar tweede officier als
onwenselijk beschouwd. Hoewel intensief en creatief is gekeken naar
alternatieven bleek er geen mogelijkheid om de eerste officieren in hun
functie te houden. Hiermee zouden namelijk rechten ontstaan voor de meer
seniore tweede officieren, met als gevolg een omscholing van een groot
aantal tweede officieren die allen niet benodigd waren voor de
productie.
De betrokken acht eerste officieren hebben in kort geding geëist dat
zij de functie van eerste officier B737 niet hoefden op te geven om
omgeschoold te worden naar tweede officier. De rechter wees dit af. De
vele problemen die de stagnatie oplevert, bleven voor de VNV
aandachtspunt in het overleg met de KLM. Later is overeengekomen dat de
betreffende acht geen horizontale binding krijgen voor hun functie als
tweede officier.
Inhuur/uithuur
Voor de periode van 1 april 2001 tot en met 31 maart 2002 huurt de KLM
een Martinair B767 met bemanning in om de productie op Vancouver uit te
voeren. In dezelfde periode is ter compensatie een aantal KLM-vliegers
gedetacheerd bij Martinair en heeft KLM een aantal Martinair-vluchten
uitgevoerd.
Verder zijn vliegtuigen en vliegers van Eurowings door KLM ingehuurd.
Met KLM is afgesproken dat KLC deze productie overneemt in de periode
2001/2002.
WRR
Alle onder bijlage 5 tewerkgestelde vliegers ontvangen inmiddels
wekelijks een vierweekse indeling waarin de vrije dagen 'hard' zijn. De
gevolgen van verstoringen in de dienstuitvoering hebben met de nieuwe
afspraken veel minder invloed op de indelingen van de vliegers. De
gesprekken over de inhoudelijke veranderingen van de ICA WRR zijn
uitgesteld tot 2002 mede als gevolg van de aanslagen van 11 september.
Ook is het afgelopen jaar gesproken over bijlage 5a. De 737-WRR wordt
tot op heden toegepast op basis van een protocol. In 2002 hoopt het
bestuur de vigerende WRR, inclusief een klikregeling en een aantal
aangebrachte verbeteringen, in de CAO op te nemen.
KLC formeel overleg
De ledenraad heeft zijn goedkeuring gehecht aan een vierweekse indeling
en vrijetijdsbescherming.
De passeerregeling binnen KLC is zodanig aangepast dat de nadelen voor
de gepasseerden zijn weggenomen. De passeerregeling blijft weliswaar
voor een beperkt aantal nevenfunctionarissen min of meer gehandhaafd,
maar bij alle andere passeringen gaat de bindingstermijn voor de
gepasseerde vliegers in op het hetzelfde moment dat die ook voor degene
die passeert, ingaat.
KLC had het voornemen om de Fokker 100 in haar vloot op te nemen om de
forse productie-uitbreiding op Duitsland mogelijk te maken. Een aantal
keren is overleg gevoerd over de inschaling van de Fokker 100, de
plaatsing in de Regeling Vlieger Loopbaan, de WRR en de salarisregeling.
Uiteindelijk heeft KLC besloten voorlopig uit te breiden met Fokker
70's.
Pensioenregeling
Het gedurende 2000 gevoerde overleg rond een Structurele Regeling voor
Overschotten en Tekorten heeft begin 2001 geleid tot overeenstemming met
KLM en vervolgens goedkeuring hiervan door de ledenraad. De financiering
van het pensioenfonds wordt aangepast. De vaste premie wordt omgezet in
een variabele premie die rekening houdt met de dekkingsgraad van het
fonds. Mocht er sprake zijn van tekorten dan zal de KLM extra premie
moeten storten om de welvaartsvastheid van de pensioenen te waarborgen.
De gewijzigde financiering heeft tot gevolg dat de deelnemersbijdrage
daalt en het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering stijgen. Daarnaast
zijn er verbeteringen in het reglement, onder andere op het gebied van
het invaliditeitspensioen en de indexeringsclausule.
Deeltijdpensioen en bijverzekeren
invaliditeitspensioen
De in 2001 overeengekomen deeltijdpensioenregeling maakt het mogelijk om
naast een percentage tewerkstelling ook een percentage pensioen te
kiezen vanaf een bepaalde leeftijd en tot uiterlijk 58 jaar. De enige
beperking is dat het nieuwe inkomen niet meer mag bedragen dan 100% van
het voltijdinkomen. De vlieger kan hierdoor binnen gestelde grenzen
geheel individueel zijn inkomen bepalen. Een bijkomende afspraak is dat
voor iedere vlieger die een verminderde productie levert een
mogelijkheid komt om zijn invaliditeitspensioen bij te verzekeren.
Pensioenleeftijd
Op 5 juli deed de kantonrechter uitspraak in de door een KLM-vlieger
aangespannen procedure om voor recht te verklaren dat de in de CAO
overeengekomen verplichte pensioenleeftijd van 56 jaar (met afbouw 58
jaar) in strijd is met de wet wegens leeftijdsdiscriminatie. De VNV
heeft met de KLM verweer gevoerd in deze procedure, omdat het
carrièreperspectief van eerste en tweede officieren nadelig wordt
beïnvloed door de verminderde doorstroming die het doorvliegen van
oudere vliegers met zich meebrengt. De rechter wees de eis tot
doorvliegen af en oordeelde dat de pensioenleeftijd objectief
gerechtvaardigd is omdat het gemaakte leeftijdsonderscheid legitiem,
doelmatig en proportioneel is. Belangrijk is ook zijn overweging dat
wijzigingen in beginsel plaats moeten vinden binnen de democratische
structuur van de VNV en in het CAO-overleg van partijen.
Door de vlieger is hoger beroep aangetekend.
KLM/KLC senioriteitdiscussie
De groep vliegers die zich drie jaar geleden verenigde in 'Parallel
Entry', is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de
kantonrechter waarbij de vordering van Parallel Entry, te weten
volledige senioriteit bij KLM, inclusief de daarbij behorende
financiële verplichtingen voor de periode vanaf indiensttreding bij KLC
danwel Netherlines tot 1 juli 1996, is afgewezen. De vliegers van
Parallel Entry hebben zich dus niet alleen niet kunnen neerleggen bij de
beslissing van de ledenraad met betrekking tot samenstelling van een
geïntegreerde senioriteitlijst, maar ook niet bij de beslissing van de
kantonrechter. Begin 2002 heeft de rechter in hoger beroep de eisen van
PE afgewezen.
Commissie KLM-KLC vliegerkorpsintegratie
De KLM-KLC integratie commissie heeft een studie verricht naar de
integratie van RVL en salarisregeling. Het resultaat van de studie is
begin 2002 voorgelegd aan de ledenraad.
Klein overleg
Het maandelijks gevoerde informele 'klein overleg' tussen de VNV en de
Vliegdienst heeft ook in 2001 onverminderd plaatsgehad. Zowel de VNV als
de Vliegdienst hechten veel waarde aan dit overleg waarin voorwerk wordt
gedaan voor het formeel overleg en uitvoering en controle plaatsvindt
van de gemaakte afspraken. Dit overleg is ook dit jaar geschikt gebleken
om individuele kwesties van vliegers aan te kaarten en op te lossen en
onduidelijkheden met betrekking tot afspraken op directe wijze te
verhelderen.
Wachtlijst
Van twee verschillende wachtlijsten voor KLC en KLM is in 2001 één
aannametraject overgebleven voor KLM-vliegers. Mede dankzij de VNV is
het voor wachtlijsters mogelijk geworden om in het buitenland te
vliegen. De stagnatie bij KLM werd echter ook de vliegers op de
wachtlijst teveel. Een aantal wachtlijsters heeft buiten de bemiddeling
van de VNV om een rechtszaak gestart en daarin gevorderd dat hen een
dienstverband wordt aangeboden op straffe van een dwangsom, danwel
betaling van een schadevergoeding. De vliegers baseren zich hierbij op
een aantal artikelen uit de leerlingenovereenkomst waarin een termijn
van twaalf maanden wordt genoemd voor aanname bij de KLM. In diezelfde
overeenkomst staat ook dat deze periode in bijzondere omstandigheden kan
worden verlengd tot 60 maanden. In een voorlopige beslissing heeft de
rechter geoordeeld dat het niet valt uit te sluiten dat, nadat alle
feiten en omstandigheden zullen zijn gewogen, de bodemrechter het
oordeel zal vellen dat de KLM op deze uitzonderingsbepaling een beroep
mocht doen. Voorlopig behoudt de wachtlijster helaas dus zijn status.
|
 |
 |
Voor Martinair stond het jaar 2001 in het
teken van Red Alert gevolgd door de gevolgen van 11 september. Door de
extreem hoge kerosineprijzen van de eerste helft van 2001, stevende
Martinair af op een historisch economisch dieptepunt. Na de zomer bleef
door de dalende prijzen voor kerosine de schade enigszins beperkt. De
economische gevolgen voor de luchtvaart door de terroristische aanslagen
in New York zijn alom bekend.
Vanwege de bovengenoemde oorzaken zag Martinair zich genoodzaakt een
aantal vergaande maatregelen te nemen om het verlies te beperken.
In verband met de geplande Red Alert maatregelen heeft er
noodzakelijkerwijs veel overleg tussen Martinair en de VNV
plaatsgevonden. Hierbij heeft de VNV getracht zo duidelijk en actueel
mogelijk naar haar leden te communiceren. Daarnaast is in de loop van
het jaar met Martinair onderhandeld over de nieuwe CAO 2001/2002.
Red alert
Door het afstoten van één van de twee Boeing 757's ging er een
aanzienlijk aantal FTE's verloren. In de discussie met Martinair, over
het teveel aan vliegers en het daardoor ontstaan van overtolligheid,
heeft de VNV te allen tijde het standpunt ingenomen dat gezien het
overschot aan uitstaande vakantiedagen (10.000) naast de in de toekomst
te verwachten pensioneringen, er slechts sprake kon zijn van een
tijdelijke boventalligheid en daarmee gedwongen ontslagen niet aan de
orde konden zijn.
Door het verdwijnen van de B757 ging er tevens een aantal
gezagvoerderfuncties verloren waardoor het demotieprotocol opgesteld
moest worden.
Pensioenleeftijd
De in goed overleg met Martinair overeengekomen pensioenleeftijd werd
door een aantal vliegers via een rechtszaak aangevochten. De conform de
CAO geplande pensioneringen maken een belangrijk deel uit van de
gebruikte argumenten om eventuele boventallige vliegers in dienst te
laten blijven. Gelukkig lijken deze initiatieven tot nu toe bij de
rechter weinig succes te hebben.
Schemaoverleg
Het schemaoverleg voor de zomer 2001 en de winter 2001/2002 kenmerkte
zich door goede afspraken waardoor er voor beide partijen een win-win
situatie kon ontstaan. Met name de overeengekomen schema's van de
passagiersvluchten lijken naar tevredenheid te functioneren. De door
Martinair geplande vrachtrotaties hebben in het schemaoverleg alle
aandacht, met name de laat op de dag vanuit Schiphol vertrekkende
tweemansvluchten en de als zeer zwaar ervaren vluchten vanuit Nairobi
via Athene naar Amsterdam.
CAO-overleg
De slechte economische situatie van Martinair was een moeilijk
vertrekpunt voor de CAO-onderhandelingen. Vanaf het begin van het
overleg speelde deze een belangrijke rol.
De VNV had zich voor de CAO 2001/2002 tot doel gesteld: consolidatie van
de huidige goed functionerende WRR en een loonaanpassing over de twee
jaarsperiode van tenminste de inflatie. Daarbuiten waren er nog een
aantal arbeidsvoorwaardelijke onderwerpen die in de CAO opgenomen of
verbeterd konden worden.
Het langdurige overleg werd uiteindelijk afgesloten met een
CAO-resultaat waar de VNV bijzonder tevreden mee kon zijn. De beide
doelstellingen van het consolideren van de huidige WRR en het aanpassen
van de salarissen met tenminste de te verwachten inflatie, waren
bereikt.
Daarbuiten werden tevens tal van andere zaken geregeld, zoals een
zwangerschaps- en ouderschapsregeling, de loopbaanregeling eerste
officieren, een verbeterde vakantieregeling, introductie van de
jokerdag, een verbeterde deeltijdregeling, aanpassing van de
woon-werkverkeer vergoeding, vergoeding parkeerkosten P30/40, een
bijdrage van de werkgever in de ziektekostenverzekering, een paritaire
werkgroep die zich bezighoudt met het opstellen van een jumpseatregeling,
aanpassing regeling molestrisico en een verbeterde omschrijving van de
CAO bijlage hotelaccommodatie.
Communicatie
Een goede communicatie naar de vliegers is uitermate belangrijk. Om het
maatschappij overschrijdende karakter van de VNV te onderstrepen, is
gekozen voor communicatie door middel van Martinair artikelen in Op de
hoogte eens in de twee weken.
|
 |
 |
Opvallend van het afgelopen jaar is dat veel
tijd besteed is aan het uitwerken van het veelomvattende CAO-protocol
1999/2000. Het verwerken van dit CAO-protocol tot CAO-tekst bleek veel
tijdrovender dan verwacht.
In april 2001 werden nog enkele uitgewerkte teksten middels een motie
geaccordeerd. Een motie in december welke het laatste discussiepunt met
Transavia moest afsluiten werd door de ledenraad afgewezen. Ook in 2002
zal dus nog gewerkt worden aan de CAO-tekst.
Salarisperikelen
Door personeelsverloop op de salarisafdeling bij Transavia zijn er veel
meldingen geweest van onjuiste salarissen. Zo bleken onder meer de
veranderingen als gevolg van het afgesloten CAO-akkoord niet juist
uitgevoerd te worden. De VNV heeft hier de salarisafdeling wat steun
kunnen verlenen door het nieuwe personeel uitleg te geven over de
gemaakte afspraken en hoe deze toe te passen.
Netto vergoedingen
Een door Transavia uitgevoerd onderzoek naar de hoogte van daggelden en
nettovergoedingen heeft niet kunnen voorkomen dat de fiscus deze
vergoedingen als bovenmatig heeft bestempeld. De VNV is bij dit
onderzoek niet betrokken geweest en werd pas voor overleg uitgenodigd
nadat de onderhandelingen met de fiscus waren afgerond. Hierdoor werden
we geconfronteerd met het voldongen feit dat er een andere oplossing
gezocht moet worden voor deze vergoedingen, temeer omdat later onderzoek
van de VNV-fiscalist uitwees dat nieuwe onderhandelingen met de fiscus
weinig kans op verhoging van de netto bedragen zouden geven. Om de
tijdsdruk van de onderhandelingen met Transavia weg te nemen is
vervolgens een werkafspraak gemaakt die nieuwe boetes voor Transavia
voorkomt door netto niet meer uit te keren dan fiscaal toegestaan, maar
wel de claim op de niet uitgekeerde vergoedingen vastlegt. De
onderhandelingen over de vergoedingen zijn aan het eind van het jaar
gestart en zullen tot in 2002 voortduren.
Relevante ervaringseisen
De in voorgaande jaren veelvuldig bekritiseerde 'relevante
ervaringeisen' welke Transavia had ingevoerd zijn in het afgelopen jaar
door Transavia aangepast. Net op tijd, uiteindelijk zijn er geen
vliegers benadeeld door de onevenwichtige weging van ervaring die het
systeem eerst hanteerde.
WRV
Transavia heeft in het afgelopen jaar een onderzoek uitgevoerd naar de
WRV. De resultaten van dit onderzoek zijn dusdanig dat Transavia de WRV
niet wenst in te voeren. Het bestuur beraadt zich op te nemen stappen.
Directiebesluit uitfasering 757
In juni van dit jaar maakte de directie het voornemen bekend de Boeing
757-toestellen uit te faseren. In een later stadium heeft de
ondernemingsraad hierover positief geadviseerd. Vanuit de VNV is
vervolgens een inventarisatie gemaakt van wensen en ideeën onder de
757-vliegers over hoe hiermee om te gaan. Door de gevolgen van de
gebeurtenissen op 11 september 2001 is de uitfasering aanzienlijk
vertraagd; in 2002 worden zelfs nog bemanningen opgeleid voor dit
toestel.
Bijlage 17
Tijdens het overleg over bijlage 17, inzake 'Onbekwaamheid voor de
functie', is in 1998 afgesproken dat, na een evaluatieperiode, de
regeling in overleg zou worden aangepast, indien dat door een van beide
partijen noodzakelijk werd geacht. Naar aanleiding van de
praktijkervaringen heeft de VNV in elk geval aanleiding gezien om een
aantal bepalingen te wijzigen hetgeen middels een motie in april is
gebeurd.
Codeshare KLM
De codeshare met de KLM in de vorm van de Casablanca-rotatie is verlengd
tot 1 april 2002.
PK-overleg en formeel overleg
Tijdens het maandelijkse overleg met Transavia zijn onderwerpen aan de
orde geweest zoals onjuiste indelingen en onjuiste salarissen. Daarnaast
is een aantal persoonlijke zaken door de VNV afgehandeld.
Door omstandigheden zijn dit jaar enkele vergaderingen uitgevallen
hetgeen de afhandeling van sommige zaken heeft vertraagd.
Oproep medewerking CAO-overleg
In augustus 2001 deed de VNV een oproep aan de leden om hun ideeën en
wensen voor het komende CAO-overleg door te geven aan het bestuur.
Bij de vorige onderhandelingen was dit ook al gedaan door middel van een
vrij arbeidsintensieve enquête. Deze keer kon men vrijelijk input geven
via telefoon, post, e-mail en via de ledenraadsleden. Deze aanpak wordt
duidelijk gewaardeerd, blijkens het grote aantal reacties.
Loopbaanbegeleiding/beoordelingssysteem
De afdeling Professionele Standaard van de VNV is in overleg gegaan met
Transavia over de opzet en uitvoering van de coaching en opleiding van
eerste officieren tot gezagvoerder.
Eveneens houdt Professionele Standaard zich bezig met overleg over een
nieuw beoordelingssysteem dat Transavia wil invoeren.
Werktijdverkorting
De gevolgen van de tragische gebeurtenissen op 11 september hebben ook
Transavia niet ongemoeid gelaten. Om de schade zoveel mogelijk te
beperken is door Transavia werktijdverkorting aangevraagd.
De VNV heeft haar medewerking verleend aan het versterken van de
kaspositie van het bedrijf door in te stemmen met het uitstellen van de
per 1 oktober afgesproken 1,25% salarisverhoging. Ook heeft de VNV een
oproep gedaan aan de leden om zich vrijwillig in te zetten voor andere
werkzaamheden. Ten aanzien van aangevraagde WRR-afwijkingen van de CAO
heeft de VNV zich waar mogelijk coulant opgesteld naar het bedrijf.
|
 |
 |
Air Holland krabbelde in 2001 weer op. Er
werd gevlogen met twee toestellen en er is gedurende het jaar flink
opgeleid om te kunnen uitbreiden. Ook dit jaar zijn verschillende
initiatieven genomen om de CAO getekend te krijgen. Naar verwachting zal
dit in 2002 eindelijk gebeuren.
De vliegers hebben dit jaar het management een ruime kans gegeven om
zich te weren als nieuwe kleine speler in de turbulente Nederlandse
markt. Er is geen formeel arbeidsvoorwaardenoverleg gevoerd met de VNV,
maar de vliegers hebben zelf door middel van een - door de VNV gesteunde
- vliegercommissie gesprekken gevoerd met de directie.
De facto is voortgeborduurd op de CAO zoals die in 1999 was afgesloten
met de voorganger van het huidige Air Holland. Het bedrijf heeft de
verwachting uitgesproken dat Air Holland in 2002 zal groeien naar vier
toestellen.
Opmerkelijk is dat, in tegenstelling tot maatschappijen als KLM,
Martinair en Transavia, door Air Holland in 2001 geen werktijdverkorting
is aangevraagd als gevolg van de luchtvaartcrisis door de aanslagen in
de VS op 11 september 2001. Directeur Van Dormael verklaarde dit uit
zijn vertrouwen in de winterboekingen van 2001/2002.
Helaas is ook in 2001 nog niets definitief geworden met betrekking tot
de werking van de opleidingsovereenkomsten van de vliegers van het begin
2000 gefailleerde Air Holland Charter B.V., de voorganger van het
huidige Air Holland Leasing III B.V. Eind 2001 deden de curatoren de
voorspelling dat het faillissement wellicht ook in 2002 nog niet zal
zijn afgewikkeld.
Ook dit jaar werd gekenmerkt door de aanhoudende inspanningen van de
maatschappij om zich een plekje in de Nederlandse luchtvaart te
verzekeren. De vliegers leken gewend te raken aan de onzekerheid die dit
met zich meebracht.
 |
 |
Stond 2000 vooral in het teken van de eerste
- moeizaam bevochten CAO - die uiteindelijk per 1 juli 2000 tot stand
kwam, 2001 verliep qua onderhandelingen niet minder moeizaam. Na bijna
vijftien maanden onderhandelen en het aankondigen van een staking bij de
Rotary Wing-tak van het bedrijf, slaagden partijen er daags voor de
verjaardag van Sinterklaas in om een nieuwe CAO tot stand te brengen.
2001 was ook het jaar van de ontmanteling van de fixed wing-operatie;
niet alleen werd de Airbus uit de vloot genomen, op de valreep van het
jaar werd bekend dat met het faillissement van Sabena, die veel
productie uitbesteedde aan Schreiner, de operatie in Brussel met de Dash
zou moeten verdwijnen. Daarmee zou overtolligheid onontkoombaar worden.
Eind 2000 was een groot aantal onderwerpen voor de nieuwe CAO 2001 in
verkennende zin bepaald. In die periode was er vanuit Schreiner met de
toenmalige directeur Van Wijk nog aan het roer, weinig commitment om met
de VNV zaken te doen. Zo weigerde Schreiner samen met VNV een benchmark
naar de arbeidsvoorwaarden te doen - reden voor de VNV om deze maar
zelfstandig uit te voeren. Ook wenste Schreiner niet te praten over een
bijlage inzake de opleidingskosten - een al jaren durende ergernis -
zolang er nog rechtszaken liepen.
Begin 2001 vertrok Van Wijk en na hem vertrokken ook enkele
personeelsfunctionarissen, terwijl de aan de overlegdelegatie van
Schreiner verbonden jurist langdurig ziek werd. Zo werd de VNV begin
2001 geconfronteerd met een nieuwe directeur, de heer Verloop, en een
compleet nieuwe overlegdelegatie. Inmiddels waren wel de uitkomsten van
de VNV-benchmark bekend: de conclusie was dat de fixed wing-vlieger
gemiddeld 19,3% achterliep ten opzichte van het gemiddelde
benchmark-resultaat en de rotary wing-vlieger gemiddeld 25,5%.
Uitgangspunt van de VNV bij de insteek van de financiële paragraaf was
dan ook een reële salarisverbetering, met oog voor de realiteit waarin
Schreiner zich bevond.
Onoverbrugbare kloof
De nieuwe directeur van Schreiner leek aanvankelijk bereid zaken te
doen. Hij erkende dat de salarissen achterliepen ten opzichte van
relevante concurrenten en was bereid een werkgroep in te stellen over de
opleidingskosten. Voorts werd een groot aantal onderwerpen, zoals
zwangerschapsregeling, hardship-operatie, Maasvlakte WRR, WRR tijdens
opleiding, integratie van de vlieger/BWK (nagenoeg) afgerond. Op de
financiële paragraaf dreigde echter een onoverbrugbare kloof te
ontstaan tussen hetgeen Schreiner bereid was te bieden, en hetgeen de
VNV minimaal verantwoord vond om aan salarisverhoging te accepteren.
Actietraject
Uiteindelijk kozen de vliegers ervoor in een vliegervergadering dat er
op 24 augustus een onderhandelingsresultaat moest zijn, anders stonden
zij achter een actietraject. Toen dit resultaat uitbleef, hield het
VNV-bestuur een peiling onder alle SAW-vliegers. De meerderheid sprak
zich uit vóór acties. Gezien de zorgelijke situatie van de Schreiner
fixed wing-tak (de verdwijning van de Airbus uit de vloot en de
dreigende teloorgang van de Busseloperatie - productie t.b.v. Sabena dat
failliet dreigde te gaan), besloot het bestuur eventuele acties te
concentreren in de rotary wing-tak van het bedrijf. Een uiterst
moeilijke beslissing, gezien de gebeurtenissen van 11 september in de VS
en de effecten daarvan op de luchtvaartmaatschappijen, maar toch
onvermijdelijk. In oktober steunde de ledenraad unaniem het
bestuursbeleid om bij Schreiner RW een actietraject in te zetten om zo
de (salaris)eisen kracht bij te zetten. Vervolgens schreef het bestuur
een referendum onder alle leden uit.
Intussen beëindigden vier vliegers, onder wie een lid van het
onderhandelingsteam, met onmiddellijke ingang hun VNV-lidmaatschap. Het
bestuur ervoer deze handelwijze, met name van het delegatielid, als een
dolksteek in de rug. Achtergrond van deze manier van handelen werd al
gauw duidelijk toen Schreiner plotseling met een zogenaamde eenzijdig in
te voeren compensatieregeling op de proppen kwam waar de vier vliegers
stevig van zouden profiteren. Deze regeling zou een eind moeten maken
aan de grote salarisverschillen die ondanks de inschaling door de CAO
2000 toch bleven bestaan.
Gelukkig werd Cas Zeegers bereid gevonden om de delegatie te versterken,
zodat deze op volle oorlogssterkte het sluitstuk van de onderhandelingen
kon ingaan.
De VNV zag de compensatieregeling als een poging van Schreiner om de
vliegers tegen elkaar uit te spelen. De grote meerderheid van de
RW-groepering bleef achter de VNV staan.
Actie-informatieteam
Op 22 november verscheen in Op de hoogte het bericht dat de leden die
hadden gestemd in overgrote meerderheid (96%) groen licht hadden gegeven
voor acties bij Schreiner Rotary Wing. Het zou de derde staking worden
in de geschiedenis van de VNV. Het actie-informatieteam, dat sinds 5
november in het leven was geroepen onder leiding van bestuurslid Carl
Vlooswijk met assistentie van Robert Huizinga, begon op volle toeren te
draaien: een besmet-werk-verklaring werd uitgezonden, stickers en
T-shirts gedrukt, de raad van commissarissen aangeschreven en facilitair
werd alles in orde gemaakt voor de stakingsdag. Deze werd gepland op
donderdag 6 december; de druk nam toe.
Akkoord
Op maandagavond slaagde het onderhandelingsteam onder leiding van René
de Groot en aangevuld met Robert van de Bosch, Cas Zeegers (RW), Poer
Soewarso (FW) en Roger Poulussen (juridische ondersteuning) er in om een
CAO-akkoord te sluiten. De staking kon daarmee ternauwernood worden
afgeblazen. Het akkoord voorzag in een knip tussen de
salarisverbeteringen voor de fixed wing-vliegers en de rotary
wing-vliegers. Voor deze laatste groep betekende het akkoord grofweg een
verhoging voor de eerste officier van 920 gulden structureel per maand
en voor de gezagvoerder 840 gulden. Voor de fixed wing-groep ging het om
verhogingen van respectievelijk 400 gulden (eerste officier) en 550
gulden (gezagvoerder) - maar daar waren heel andere problemen:
werkgelegenheid!
De verhogingen kwamen tegemoet aan de uitdrukkelijke wens van de VNV om
op termijn toe te groeien naar het marktconform gemiddelde.
Naast de verhogingen van de salarissen wist de VNV een groot aantal
verbeteringen tot stand te brengen: het kwijtschelden van de
opleidingskosten voor de Airbus , een bijlage over de opleidingskosten
(een jarenlange irritatie), afspraken over de HEMS-operatie, een
salaris- en loopbaanbeleid, een bijlage voor de hardship operatie in
Libië, een bijlage over de WRR Maasvlakte en tijdens opleidingen, een
zwangerschapsregeling, het afzwakken van het concurrentiebeding, en een
groot aantal andere verbeterpunten.
Heel even kon de VNV ademhalen, maar niet voor lang. Door het
faillissement van Sabena ging ook het grote contract met Schreiner op de
helling. In december nog kreeg de VNV te horen dat de Brusseloperatie
zou worden ontmanteld en dat daardoor een grote groep vliegers bij de
fixed wing-tak overtollig zou worden.
Daarmee eindigde het veelbewogen jaar helaas zoals het begonnen was:
somber en onzeker, ondanks de goede resultaten van het CAO-akkoord.

|
ALM |
 |

In april 2001 kreeg de VNV-NA een nieuw bestuur, bestaande uit Arjan
Brobbel, voorzitter, vice-voorzitter Pierre Isenia, secretaris Linda van
Westenbrugge, en als bestuursleden Anthony Smeets, Cydric Desbarida,
Carl Bloem en Perry Griffith.
Dit bestuur stond voor de moeilijke taak om de VNV-NA te
vertegenwoordigen gedurende de overgang van ALM 1997 Airline NV naar
Dutch Caribbean Airline NV (die de vluchten zou gaan uitvoeren onder de
handelsnaam Dutch Caribbean Express).
Deze overgang zou aanvankelijk plaatsvinden in het voorjaar/zomer van
2001. Aan het eind van dit jaar had de overgang echter nog niet
plaatsgevonden vanwege het feit dat de landingsrechten voor twee
bestemmingen, Miami en Santo Domingo, nog niet waren toegekend door de
desbetreffende luchtvaartautoriteiten. ALM-vliegers voerden echter wel
al sinds 15 oktober DCE-vluchten uit. Dit vanwege het feit dat de KLM
beslag had gelegd op de inkomsten van de ALM bij het zogeheten 'clearing
house' een paar dagen ervoor, waardoor het DCA-management geforceerd
werd om eerder dan de bedoeling was de DCE-vluchten op te starten.
KLM beëindigde ook de samenwerking op de Mid-Atlantische route,
waardoor negen MD-11-vliegers noodgedwongen gedemoveerd moesten worden
naar functies op de MD-80 of de Dash-8. Dit hield ook een
salarisverlaging in, waarmee ze niet akkoord gingen. Ze vroegen het
nieuwe VNV-NA-bestuur om te helpen dit aan te vechten, maar uiteindelijk
heeft het bestuur hierover negatief geadviseerd. De voornaamste reden
was dat deze vliegers hun toekomstige positie in DCA in gevaar zouden
kunnen brengen door nu een conflict aan te gaan met de ALM. De directeur
van ALM is namelijk dezelfde als de directeur van DCA.
Overtolligheid
Op 1 november lichtte de ALM-directie het bestuur in dat er een
overschot aan personeel was en dat 430 personeelsleden, onder wie twaalf
vliegers, naar huis gestuurd zouden worden. De oorzaak van de
overtolligheid bij de vliegers was volgens de directie te wijten aan de
gebeurtenissen in de VS op 11 september.
Van deze groep van twaalf vliegers vertrokken er vier vrijwillig, en
één was een vlieger wiens contract 7 december zou verlopen. De andere
zeven vliegers kregen een brief op 7 december, waarin stond dat zij niet
geselecteerd waren voor de nieuwe maatschappij. De keus was aan hen om
óf in ALM te blijven, óf het afvloeiingspakket aan te nemen dat werd
aangeboden. Het geld voor deze afvloeiingspakketten was overigens door
de overheid beschikbaar gesteld (tegen het advies van het IMF). Het
bedrag aangeboden in hun pakket kwam niet overeen met het bedrag waar ze
volgens de CAO recht op hadden, terwijl ALM in haar eerste
afvloeiingsbrief wel had vermeld dat het pakket zou worden gebaseerd op
de CAO. De vliegers besloten daarom een kort geding aan te spannen om
ALM te dwingen zich aan haar oorspronkelijk aanbod te houden.
De rechter stelde hen in het gelijk.
Het VNV-NA-bestuur zag zich met deze kwestie in een moeilijke positie
gebracht. Vanzelfsprekend steunde het bestuur deze zeven vliegers, die
immers leden en collega's zijn, maar aan de andere kant wilde het
bestuur een te grote conflictsituatie voorkomen met de directie van de
ALM/DCA.
Onzekere toekomst
Aan het eind van het verslagjaar is onzekerheid voor wat betreft de
toekomst troef. DCA heeft aangegeven dat zij van plan is de huidige
primaire arbeidsvoorwaarden te zullen respecteren, maar afgewacht zal
moeten worden of dit via de aan te bieden individuele
arbeidsovereenkomsten ook concreet wordt gerealiseerd.
Een ander punt van onzekerheid vormt het feit dat de nieuwe maatschappij
in beginsel nog niet expliciet vertegenwoordiging heeft erkend voor het
vliegerkorps, maar volgens de wet zal het niet al te moeilijk zijn deze
vertegenwoordiging weer te verkrijgen.
Vanuit VNV Nederland wordt er alles aan gedaan om de VNV-NA maximaal te
ondersteunen in deze moeilijke tijden.
Wat de pensioenen betreft, heeft de ALM een schuld van Nafl. 15,1
miljoen aan het Pensioenfonds. De pensioenbijdragen zijn wel ingehouden
van de salarissen, maar sinds geruime tijd niet meer afgedragen aan het
Fonds. Het bestuur van het pensioenfonds heeft met hulp van
overheidswege het oude fonds kunnen omzetten in een belastingvrij
spaarfonds, om zodoende de pensioenrechten te kunnen garanderen. De
vliegers zijn opgenomen in een nieuw Pensioenfonds, maar daar zij nog
steeds werkzaam zijn bij de ALM heeft dit fonds ook al een schuld
opgelopen, en wel van Nafl. 1,3 miljoen.
 |
LUCHTVAARTSCHOOL
|
Op het arbeidsvoorwaardelijk terrein stond
de verlenging van de CAO op het programma. Bij de KLS geldt één CAO
voor al het personeel. In goed overleg met de andere vakbond de Unie -
de AbvaKabo haakte dit jaar af - is onderhandeld over de
arbeidsvoorwaarden voor de periode 1 juli 2001 tot 1 juli 2002. Net
zoals in 2000 werd gezien de nog altijd onzekere toekomstige situatie
van KLS als vliegschool gekozen voor een eenjarige CAO.
De VNV heeft zich zoals te doen gebruikelijk weer op een aantal
specifieke, voor instructeurs relevante zaken gericht.
Zo vormde, net zoals in 2000, de doorstroming van instructeurs naar KLM
in 2001 een punt van discussie. In het protocol werd vastgelegd dat KLS
tezamen met KLM en VNV hierover een gesprek zal aangaan. Dit had al voor
1 november moeten geschieden, maar deze datum werd niet gehaald omdat
alle luchtvaartmaatschappijen in het laatste kwartaal van 2001 zich
bezig hielden met de gevolgen van de inzakkende vraag na 11 september.
Ook bracht de VNV het verzoek in van een brevetverliesverzekering voor
instructeurs ouder dan vijftig jaar. Historisch was voor deze categorie
een dergelijke verzekering niet nodig omdat de VI's als overblijfsel van
de RLS-tijd op 50-jarige leeftijd met functioneel leeftijdsontslag
gingen. Nadien zijn echter ook niet RLS-ers ouder dan vijftig jaar in
dienst gekomen - reden om deze groep ook te verzekeren. De premies voor
deze leeftijdscategorie zijn echter het dubbele van die van een
49-jarige, reden voor KLS om dit aanvankelijk te weigeren. Afgesproken
werd dat KLS met een voorstel zou komen, eveneens vóór 1 november.
Deze datum werd niet gehaald. (Inmiddels is dit wel geregeld.)
Ten slotte is wederom afgesproken dat de KLS met input van een
VNV-deskundige een regeling zou voorstellen waarin is voorgeschreven
welke procedure wordt gevolgd indien een instructeur onvoldoende
functioneert. Aan het eind van het verslagjaar was er inderdaad een
concept, waarover inmiddels overeenstemming is bereikt.
Overig
In verband met haar doorstroming naar KLM heeft ledenraadslid Karine de
Potter het raadslidstokje doorgegeven aan Erwin Langejan.
Naar aanleiding van de botsing op 8 juni 2000 tussen twee Bonanza's,
waarbij twee leerlingen en een vlieginstructeur om het leven kwamen,
werd naast het onderzoek door de Raad voor de Transportveiligheid (RvTV)
jegens de overlevende vlieginstructeur een strafrechtelijk onderzoek
gestart.
Deze zaak ligt nog altijd bij de RvTV en ook het strafrechtelijk
onderzoek loopt nog.
Met de vliegschool in Tucson is KLS definitief gestopt. De school is in
2001 in zee gegaan met Pan-AM, waar nu de éénmotorige opleiding van
KLS plaatsvindt. Eind 2001 was KLS op zoek naar een andere grote flight
training organisation (FTO) die opleidt voor het behalen van de
JAR-ATPL-bevoegdheid.

|
|
EXEL |
Tijdens een vliegerbijeenkomst in Eindhoven
heeft de VNV met de KLM Exel-vliegers een traject besproken om hen te
gaan vertegenwoordigen. Vrijwel alle aanwezige vliegers stonden pal
achter de VNV.
Vervolgens is een referendum gehouden onder alle KLM Exel-vliegers. Van
de vliegers die hun stem uitbrachten was 96% voor vertegenwoordiging
door de VNV. Aan het einde van het verslagjaar zijn de eerste stappen
ondernomen om het KLM Exel-management van de noodzaak van collectieve
onderhandelingen te overtuigen.

|
Internationale |
 |
|

zaken
|
In 2001 is het lidmaatschap van de ECA
opengesteld voor niet EU-landen en hebben IFALPA en de ECA vaste
afspraken gemaakt over de vertegenwoordiging |